Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen

Amerikaanse gorzen | Passerellidae

New World sparrows | Chingolos

De gorzen van de Nieuwe Wereld: zaadeters met een korte kegelsnavel, stevige poten en een vrij lange, afgeronde staart, meestal bruin en gestreept van boven. Veel soorten foerageren op de grond in strooisel en onder struiken, met een manier van krabben die voor de familie kenmerkend is: beide poten tegelijk naar achteren schuiven in een kort sprongetje, zodat het strooisel wegvliegt en zaad en insecten bloot komen te liggen. Bij de gestreepte soorten draait de determinatie vooral om de koptekening: kruinbanden, wenkbrauwstreep, oogstreep en baardstreep in vaste patronen. Het nest is een kommetje op de grond of laag in een struik. Sinds omstreeks 2017 worden ze in een eigen familie geplaatst, los van de Emberizidae. In Mexico en Midden-Amerika is de familie zeer divers: naast de vele noordelijke soorten die hier overwinteren leven er standvogels als de struikgorzen van Atlapetes en Arremon in bergbos en regenwoud, de Chlorospingus-soorten, die anders dan de rest in groepjes door het bladerdek trekken, junco's en towhees in de bergen, en endemen als de zeldzame Xenospiza baileyi van hooggelegen graslanden in Mexico.

Inheemse soorten 72 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Amphispizopsis 1 soort

Amphispiza 1 soort

Calamospiza 1 soort

Chondestes 1 soort

Spizella 6 soorten

Chlorospingus 6 soorten

Ammodramus 1 soort

Arremonops 3 soorten

Peucaea 7 soorten

Arremon 6 soorten

Passerella 1 soort

Junco 5 soorten

Zonotrichia 4 soorten

Pooecetes 1 soort

Artemisiospiza 2 soorten

Oriturus 1 soort

Passerculus 1 soort

Centronyx 1 soort

Xenospiza 1 soort

Melospiza 3 soorten

Aimophila 3 soorten

Melozone 8 soorten

Pezopetes 1 soort

Pipilo 3 soorten

Atlapetes 4 soorten