Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Geeldijstruikgors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Geeldijstruikgors | Atlapetes tibialis

Yellow-thighed Brushfinch | Cerquero musliamarillo

De geeldijstruikgors is een donkere, leigrijze struikgors van de bergbossen van Costa Rica en het westen van Panama, met pluizige gele dijen. Hij leeft in paren of kleine familiegroepjes in de ondergroei en langs bosranden en trekt geregeld mee met gemengde foerageergroepen. Vroeger stond hij in het geslacht Pselliophorus.

Geeldijstruikgors (Atlapetes tibialis)
Foto: Cephas — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een hoog, dun tsiet, vaak herhaald. De zang, vooral in de schemering, is een reeks hoge, piepende tonen en korte trillers.

Luister: ZangXC955557

Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–20 cm. Overwegend donker leigrijs; kop, keel en staart zwartachtig. De lange, pluizige veren van de dijen zijn helder geel en steken uit tegen de donkere buik, vooral bij vogels die op een tak zitten. Kin en keel met een vage olijfgele tint. Snavel zwart, oog donker. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn olijfkleuriger, met minder geel aan de dijen.

Verwarrings­soorten

De geelgroene struikgors Atlapetes luteoviridis van het westen van Panama heeft ook gele dijen, maar is olijfgroen met gelige onderdelen en een zwartachtige kop. De grootpootstruikgors Pezopetes capitalis is groter en zwaarder, olijfgroen met een grijze kruin en zonder gele dijen. De grijsrugdwerglijster Catharus fuscater is ook donker leigrijs, maar heeft een oranje snavel en oranje poten en een licht oog.

Leefgebied

Ondergroei, randen en open plekken van bergregenwoud en eikenbos, ook secundair bos, struikgewas langs wegen en bosranden bij tuinen, meestal tussen ongeveer 1200 en 3000 m. Zoekt laag in struiken en tussen bamboe naar insecten, kleine vruchten en zaden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied: bergen van Costa Rica (Cordillera de Tilarán, Cordillera Central en Cordillera de Talamanca) en het westen van Panama (Chiriquí en het westen van Bocas del Toro en de Comarca Ngäbe-Buglé).

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld te zien langs bosranden en wegen bij San Gerardo de Dota en op de Cerro de la Muerte in Costa Rica, vaak in gemengde groepen met tangaren en zangers.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Klein verspreidingsgebied, maar vrij algemeen in geschikt bergbos.

Wetenschappelijke naam

Atlapetes tibialis | (Lawrence, 1864)

Lawrence beschreef de soort in 1864 als Tachyphonus tibialis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Atlapetes werd in 1831 ingevoerd door Wagler. Atlapetes combineert de Titan Atlas uit de Griekse mythologie, die in een berg veranderde, met Grieks petēs 'vlieger': een 'bergvlieger', naar de berghabitat. tibialis is Latijn voor 'van de scheen', van tibia, naar de gele dijen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit San José, Costa Rica.