Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Sierra-Madregors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Sierra-Madregors | Xenospiza baileyi

Sierra Madre Sparrow | Gorrión serrano

De Sierra-Madregors is een gestreepte, roodbruine gors van dichte trosgrasvelden in open naaldbos hoog in de bergen. Hij komt alleen in Mexico voor, in een paar kleine en versnipperde gebieden. Het is een van de meest bedreigde gorzen van het gidsgebied.

Sierra-Madregors (Xenospiza baileyi)
Foto: Jose Hugo Martínez Guerrero — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een korte reeks hoge, dunne tonen die overgaat in een droge triller. De roep is een zacht, hoog tsip.

Luister: ZangXC656988

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm. Bovendelen warm roodbruin met zwarte strepen; kruin donker met een smalle grijze middenstreep. Gezicht en wenkbrauwstreep grijs, met een donkere oogstreep en een duidelijke zwarte baardstreep. Keel wit; borst en flanken wit tot vaal okerkleurig met dichte, scherpe zwarte strepen, buik wit. Staart vrij lang met roestbruine randen. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De savannahgors Passerculus sandwichensis is minder roodbruin, heeft vaak gele teugels en een kortere, gevorkte staart, en leeft in lager, open grasland. De Lincolns gors Melospiza lincolnii, die als wintergast in hetzelfde gebied voorkomt, heeft fijnere streepjes op een okerkleurige borstband en een ongestreepte witte buik. De zwartwanggors Oriturus superciliosus, die in dezelfde graslanden leeft, is groter, met een zwarte wangvlek, een witte wenkbrauwstreep en een ongestreepte grijze onderzijde.

Leefgebied

Dichte, hoge trosgrasvelden (zacatonal) met verspreide dennen, vaak in open pijnbos of in brede bergdalen, op ongeveer 2300 tot 3100 m. Zingt vanaf grashalmen of lage struiken, maar blijft verder meestal laag tussen de pollen. Eet zaden en insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch in Mexico. De belangrijkste populaties liggen in de bergen ten zuiden van Mexico-Stad, rond Ajusco, Topilejo en Milpa Alta, en bij de Lagunas de Zempoala op de grens met Morelos. Een kleine populatie is bekend uit het zuiden van de Sierra Madre Occidental in Durango.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De bekendste plek is Parres (El Guarda) langs de oude weg van Mexico-Stad naar Cuernavaca. Vroeg in het broedseizoen zingen de mannetjes vanaf de pollen en zijn ze aan de zang te lokaliseren.

Staat van instandhouding

Bedreigd (EN). Het leefgebied is klein en versnipperd en wordt kleiner door omzetting in akkers, bebossing, overbegrazing, het afbranden van grasland en de uitbreiding van Mexico-Stad.

Wetenschappelijke naam

Xenospiza baileyi | Bangs, 1931

Bangs beschreef de soort in 1931 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Xenospiza voerde hij in datzelfde werk in. Xenospiza is Grieks, van xenos 'vreemdeling' en spiza 'vink': een 'vreemde vink', naar de afwijkende plaats in de familie. baileyi eert de Amerikaanse ornitholoog en verzamelaar Alfred Marshall Bailey (1894–1978), later directeur van het Denver Museum of Natural History. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bolaños, Jalisco, Mexico.