Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Groenruggors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Groenruggors | Arremonops chloronotus

Green-backed Sparrow | Rascador dorso verde

De groenruggors is een olijfgroene gors met een grijze kop en zwarte kopstrepen, die op en vlak boven de grond leeft in dicht struikgewas en bosranden. Het verspreidingsgebied ligt geheel binnen het gidsgebied: van het zuiden van het schiereiland Yucatán tot het noorden van Honduras.

Groenruggors (Arremonops chloronotus)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks heldere, fluitende tonen die eerst langzaam en dan steeds sneller wordt, ongeveer tsjoe tsjoe tsjoe-tsjoe-tsjoetsjoetsjoe. De roep is een droog tsjip en een dun, hoog tsiet.

Luister: ZangXC1090146

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm. Bovendelen helder olijfgroen, vleugels en staart iets groener. Kop grijs met twee brede zwarte kruinstrepen en een zwarte oogstreep. Keel wit, borst en flanken grijs, buik witachtig. Op de vleugelboeg een gele vlek, die vaak verborgen is. Bovensnavel donker, ondersnavel lichter. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn bruiner en vaag gestreept op de onderdelen.

Verwarrings­soorten

De olijfgors Arremonops rufivirgatus heeft bruine in plaats van zwarte kruin- en oogstrepen, een valer olijfgroene rug en leeft in droger struikgewas, vooral in het noorden van het schiereiland Yucatán. De zwartstreepgors Arremonops conirostris lijkt sterk op de groenruggors, maar is groter, met een grijzere rug, en leeft verder naar het zuiden; beide komen in Honduras voor, maar overlappen nauwelijks. De goudsnavelgors Arremon aurantiirostris heeft een zwarte kop en een oranje snavel.

Leefgebied

Dicht secundair bos, struikgewas aan bosranden, overwoekerde akkers en plantages en de ondergroei van vochtig en halfvochtig laaglandbos, meestal beneden 500 m. Zoekt op de grond en in lage struiken naar insecten en zaden. Bouwt een bolvormig nest laag in dicht struikgewas.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied: het zuiden van het schiereiland Yucatán in Mexico (Campeche, Quintana Roo, het oosten van Tabasco en het noorden van Chiapas), Belize, het noorden van Guatemala en het noorden van Honduras.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vooral 's ochtends vroeg te vinden door te luisteren naar de versnellende fluitzang aan bosranden en langs overgroeide paden, bijvoorbeeld rond Tikal en in het binnenland van Belize.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen in secundair bos en struikgewas en profiteert plaatselijk van kleinschalige landbouw met verruigde randen.

Wetenschappelijke naam

Arremonops chloronotus | (Salvin, 1861)

Salvin beschreef de soort in 1861 als Embernagra chloronota; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Arremonops werd in 1896 ingevoerd door Ridgway. Arremonops is gevormd uit het geslacht Arremon en Grieks ōps 'uiterlijk': 'lijkend op Arremon', omdat Ridgway het nauw verwant achtte. chloronotus is Grieks, van khlōros 'groen' en nōtos 'rug', naar de olijfgroene rug. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Choctum, Alta Verapaz, Guatemala.