Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Witnekstruikgors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Witnekstruikgors | Atlapetes albinucha

White-naped Brushfinch | Atlapetes nuca blanca

De witnekstruikgors is een grote struikgors met een zwarte kop en een smalle witte streep midden over kruin en nek. Hij leeft laag in dichte begroeiing langs bosranden en in ruig struikgewas in de bergen, van het zuiden van Mexico tot Panama. De vogels in Mexico hebben geheel gele onderdelen; verder zuidelijk is alleen de keel geel en de rest van de onderdelen grijs.

Witnekstruikgors (Atlapetes albinucha)
Foto: Charlie Jackson — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een hoog, scherp tsiet. De zang is een korte reeks hoge, piepende en kwetterende tonen, vaak in duet.

Luister: ZangXC1093562

Opname: Max Noack — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

17–19 cm. Kop zwart met een smalle witte middenkruinstreep die doorloopt tot in de nek. Bovendelen, vleugels en staart donkergrijs tot leigrijs. In het zuiden van Mexico zijn keel en onderdelen geheel geel. Van Chiapas en Guatemala tot Panama is alleen de keel helder geel en zijn borst en buik grijs tot vuilwit. Snavel zwart, poten donker. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn olijfbruiner, met gestreepte onderdelen.

Verwarrings­soorten

De roodkapstruikgors Atlapetes pileatus van de Mexicaanse hooglanden heeft een roestrode kap zonder witte streep en een olijfgrijze rug. De bruinkapstruikgors Arremon brunneinucha heeft een kastanjebruine kruin, een witte keel en een zwarte borstband. De costaricaanse struikgors Arremon costaricensis heeft grijze kopstrepen en een witte keel.

Leefgebied

Randen van nevelwoud en bergregenwoud, open plekken met struikgewas, ruige akkerranden, hagen en schaduwkoffie, meestal tussen ongeveer 900 en 2500 m. Zoekt laag in de begroeiing en op de grond naar insecten, zaden en kleine vruchten, vaak in paren.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in de hooglanden van het zuidoosten van Mexico (Veracruz, Oaxaca en Chiapas) en verder door Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica tot in het westen van Panama. Buiten het gidsgebied in Colombia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld te zien langs struikgewas aan bosranden en wegen in de hooglanden van Chiapas, onder meer rond San Cristóbal de las Casas, en in de centrale hooglanden van Costa Rica, waar hij ook in grote tuinen en koffieplantages komt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen en goed bestand tegen halfopen, door mensen veranderd landschap.

Wetenschappelijke naam

Atlapetes albinucha | (d'Orbigny, ACVMD & de Lafresnaye, 1838)

D'Orbigny, ACVMD & de Lafresnaye beschreef de soort in 1838 als Embernagra albinucha; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Atlapetes werd in 1831 ingevoerd door Wagler. Atlapetes combineert de Titan Atlas uit de Griekse mythologie, die in een berg veranderde, met Grieks petēs 'vlieger': een 'bergvlieger', naar de berghabitat. albinucha is Latijn, van albus 'wit' en middeleeuws Latijn nucha 'nek', naar de witte nekstreep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Caribische helling van Mexico.