Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Bells gors
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Bells gors | Artemisiospiza belli
Bell's Sparrow | Zacatonero de artemisa
Bells gors is een kleine, grijze gors van chaparral en woestijnstruweel, met een donkere borstvlek en een duidelijk getekende kop. Hij is standvogel in Californië en Baja California; een bleke binnenlandse vorm uit Californië overwintert deels in het noorden van het gidsgebied. Tot 2013 gold hij samen met de nevadagors als één soort.
Geluid
De zang is een korte, stotterende reeks van hoge, tjilpende en zoemende noten, vaak gezongen vanaf de top van een struik. De roep is een fijn, hoog tsiet en zacht getik.
Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
13–15 cm. Klein en slank, met een vrij lange, donkere staart en een kleine, spitse snavel. Kop grijs met een witte vlek voor het oog, een smalle witte oogring, een witte baardstreep en een brede zwarte keelstreep. Rug grijsbruin en grotendeels ongestreept. Onderdelen wit, met een donkere vlek midden op de borst en okerbruine, fijn gestreepte flanken. Staart zwartachtig. De vormen in Baja California verschillen: de vogels in het noordwesten zijn donker en contrastrijk, die van het Vizcaíno-gebied in het midden van het schiereiland en de binnenlandse vorm uit Californië zijn bleker. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De nevadagors Artemisiospiza nevadensis is bleker en groter, met een duidelijk gestreepte rug en een smallere keelstreep; vooral de bleke vormen van Bells gors zijn er in het veld nauwelijks van te onderscheiden. De zwartkeelgors Amphispiza bilineata heeft een zwarte keel en een opvallende witte wenkbrauwstreep. De roestkruingors Aimophila ruficeps heeft een roodbruine kruin en geen borstvlek.
Leefgebied
Chaparral, kustsaliestruweel en open woestijnstruweel met verspreide struiken, in de winter ook zoutstruik en creosootstruik in vlak woestijnterrein. Rent snel over de grond tussen de struiken met de staart omhoog en zoekt zaden en insecten. In de broedtijd zingt het mannetje vanaf een hoge tak.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Standvogel in het westen van Californië en in Baja California, van de grens zuidelijk tot ongeveer het Vizcaíno-gebied; ook op San Clemente Island. Een bleke vorm broedt in het binnenland van Californië en overwintert deels in het noordoosten van Baja California, het noordwesten van Sonora en het zuidwesten van Arizona.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de broedtijd het best te vinden door in chaparral en kustsaliestruweel van het noordwesten van Baja California te letten op een kleine grijze gors die vanaf een struiktop zingt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Plaatselijk talrijk, maar chaparral en kustsaliestruweel in Californië en het noorden van Baja California gaan achteruit door bebouwing, landbouw en branden. De vorm van San Clemente Island is zeldzaam.
Wetenschappelijke naam
Artemisiospiza belli | (Cassin, 1850)
Cassin beschreef de soort in 1850 als Emberiza belli; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Artemisiospiza werd in 2011 ingevoerd door Klicka & Banks. Artemisiospiza combineert Artemisia, het geslacht van de alsem (sagebrush), met Grieks spiza 'vink', naar de alsemsteppen waarin deze gorzen leven. belli eert de Amerikaanse taxidermist en verzamelaar John Graham Bell (1812–1889). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij Sonoma, Californië.


