Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Dikbekstruikgors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Dikbekstruikgors | Arremon crassirostris

Sooty-faced Finch | Cerquero carisucio

De dikbekstruikgors is een stevige struikgors van de onderlaag van vochtig bergbos, met een kastanjebruine kruin, een roetkleurig gezicht met een witte baardstreep en een gele buik. Hij leeft verborgen in dichte ondergroei, vaak langs beken. In het gidsgebied komt hij alleen voor in Costa Rica en Panama.

Dikbekstruikgors (Arremon crassirostris)
Foto: Nick Athanas — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks zeer hoge, dunne fluittonen, soms met een korte triller, die vaak over het hoofd wordt gezien. Roep een scherp, hoog tsiet.

Luister: RoepXC154094

Opname: Marcelo Araya-Salas — CC BY-NC-SA 3.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

16–17 cm. Kruin en nek kastanjebruin; voorhoofd, teugel en wangen roetzwart, met een smalle witte baardstreep. Keel wit. Bovendelen olijfgroen. Borst en flanken grijs tot olijfgrijs, midden van de buik geel. Snavel dik en zwart, poten vleeskleurig. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer en bruiner op de kop.

Verwarrings­soorten

De bruinkapstruikgors Arremon brunneinucha heeft een zwart gezicht, een witte keel die door een zwarte borstband wordt begrensd en een witte buik zonder geel. De geeldijstruikgors Atlapetes tibialis is egaal donker roetgrijs met gele dijen en mist de kastanjebruine kruin. De goudsnavelgors Arremon aurantiirostris van laaglandbos heeft een oranje snavel, een zwarte kop met een grijze kruinstreep en een zwarte borstband.

Leefgebied

Dichte ondergroei van vochtig voetheuvel- en bergbos, ongeveer van 600 tot 1800 m, vaak in ravijnen en langs beken; ook in oud secundair bos en dichte bosranden. Zoekt op en vlak boven de grond tussen het bladstrooisel naar insecten, zaden en vruchten, meestal alleen of in paren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Plaatselijk in de bergen van Costa Rica, vooral op de Caribische helling, en in het westen en midden van Panama tot in het oosten van het land. Buiten het gidsgebied alleen in het uiterste noordwesten van Colombia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het vaakst te zien bij het rustig afzoeken van de ondergroei langs beekjes in bos op middelhoogte, zoals in Tapantí in Costa Rica; meestal vallen eerst de hoge roepjes op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Plaatselijk en weinig opvallend; gevoelig voor het verdwijnen van bos en ondergroei op middelhoogte.

Wetenschappelijke naam

Arremon crassirostris | (Cassin, 1865)

Cassin beschreef de soort in 1865 als Buarremon crassirostris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Arremon werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Arremon is Grieks, van arrhēmōn 'zwijgend, sprakeloos', naar Buffons 'Oiseau silencieux', een vogel die zelden te horen zou zijn. crassirostris is Latijn, van crassus 'dik' en -rostris '-snavelig', naar de zware snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Barranca, Costa Rica.