Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Grootpootstruikgors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Grootpootstruikgors | Pezopetes capitalis

Large-footed Finch | Cerquero patigrande

De grootpootstruikgors is een grote, gedrongen struikgors van het hooggebergte van Costa Rica en het westen van Panama. Hij leeft op de grond in dicht bamboestruikgewas en bosranden en woelt de strooisellaag om door met beide poten tegelijk naar achteren te krabben. De soort komt alleen in het gidsgebied voor.

Grootpootstruikgors (Pezopetes capitalis)
Foto: Alastair Rae from London, United Kingdom — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een hoog, dun tsiet. De zang is een gevarieerde reeks heldere fluittonen en korte trillers, vaak in de schemering vanuit dichte begroeiing.

Luister: DuetXC65663

Opname: Daniel Lane — CC BY-NC-SA 3.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm. Groot en zwaargebouwd, met lange, krachtige donkere poten en grote voeten. Voorhoofd, gezicht en keel zwart; kruin en nek grijs. Bovendelen olijfgroen, vleugels en staart donker olijf. Onderdelen olijfgrijs met een gelige tint, flanken en onderstaartdekveren warm olijfbruin. Snavel kegelvormig en zwart, oog donker. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met donkere strepen op de onderdelen.

Verwarrings­soorten

De geeldijstruikgors Atlapetes tibialis leeft in hetzelfde gebergte maar is kleiner en slanker, overwegend leigrijs tot zwartachtig, met gele dijen. De bruinkapstruikgors Arremon brunneinucha heeft een kastanjebruine kruin en een witte keel. De costaricaanse struikgors Arremon costaricensis heeft een zwarte kop met grijze strepen en een witte keel. De vulkaanjunco Junco vulcani van de hoogste toppen is kleiner, grijsbruin, met een roze snavel en geel oog.

Leefgebied

Ondergroei van eikenbos en bergregenwoud boven ongeveer 2150 m, vooral dichte bamboe (Chusquea), bosranden, ruige open plekken en struikgewas aan de rand van de páramo tot ongeveer 3400 m. Zoekt op de grond naar zaden, insecten en kleine vruchten. Het nest is een komvormig bouwsel laag in dicht struikgewas of bamboe.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied: hooggebergte van Costa Rica (Cordillera Central en Cordillera de Talamanca) en het aangrenzende westen van Panama (Chiriquí, tot op de Volcán Barú).

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden langs de randen van bamboe en struikgewas op de Cerro de la Muerte in Costa Rica, vooral vroeg in de ochtend, wanneer hij aan wegranden en op open plekken uit de dekking komt; het geritsel van krabbende vogels in het strooisel verraadt hem vaak.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Klein verspreidingsgebied, maar plaatselijk vrij algemeen en grotendeels binnen beschermde gebieden.

Wetenschappelijke naam

Pezopetes capitalis | Cabanis, 1861

Cabanis beschreef de soort in 1861 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Pezopetes voerde hij in datzelfde werk in. Pezopetes is Grieks, van pezos 'te voet' en petēs 'vlieger': een vogel die vooral over de grond loopt en scharrelt. capitalis is Latijn voor 'van de kop', van caput 'kop', naar de opvallend getekende kop met zwarte zijkanten en roestbruine kruin. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Costa Rica.