Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Witkeeltowie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Witkeeltowie | Melozone albicollis

White-throated Towhee | Toquí oaxaqueño

De witkeeltowie is een grote, bruingrijze gors met een witachtige keel, die bijna alleen in Oaxaca voorkomt. Hij leeft op de grond en in lage struiken in droog terrein in het binnenland en is in de centrale dalen van Oaxaca een gewone vogel van erven, tuinen en archeologische terreinen.

Witkeeltowie (Melozone albicollis)
Foto: Juan Manuel Carmona — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een reeks hoge, heldere tikken die versnelt tot een triller. De roep is een metaalachtig tsjink; paartjes laten bij ontmoetingen een piepend duet horen.

Luister: ZangXC1176766

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm. Bovendelen, kruin en staart effen grijsbruin. Voor het oog een okerkleurige vlek, soms ook een smalle lichte oogring. Keel wit tot okerwit, aan de onderkant begrensd door een vage band van donkere vlekjes over de bovenborst. Borst en flanken grijsbruin, buikmidden wit. Onderstaartdekveren kaneelkleurig. Snavel kegelvormig en grijs. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De bruine towie Melozone fusca, die in het noorden van Oaxaca en in Puebla in hetzelfde gebied kan voorkomen, heeft een roestbruine kruin, een okerkleurige keel met fijne streepjes en een donkere vlek midden op de borst. De roestnekgors Melozone kieneri is kleiner, met een roestbruine kruin en nek en een zuiver witte onderzijde.

Leefgebied

Droog struikgewas, doornstruweel en cactusvegetatie in de binnenlandse dalen en op de hellingen erboven, randen van droog eiken- en pijn-eikenbos, rotsige hellingen, heggen, erven, tuinen en archeologische terreinen, vooral tussen ongeveer 1000 en 2500 m. Zoekt op de grond naar zaden en insecten.

Verspreiding en trek

Endemisch in het zuiden van Mexico. Vooral in het binnenland van Oaxaca; daarnaast in het zuiden van Puebla en plaatselijk in Guerrero.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de centrale dalen van Oaxaca algemeen, bijvoorbeeld rond Monte Albán, Mitla en Yagul en in tuinen van de stad Oaxaca. Loopt vaak over paden en muurtjes.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen in zijn beperkte gebied en goed bestand tegen menselijke aanwezigheid.

Wetenschappelijke naam

Melozone albicollis | (Sclater, 1858)

Sclater beschreef de soort in 1858 als Pipilo albicollis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melozone werd in 1850 ingevoerd door Reichenbach. Melozone is Grieks, van mēlon 'wang' en zōnē 'gordel, band', naar de getekende wangen van de typesoort. albicollis is Latijn, van albus 'wit' en collum 'hals', naar de witte keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit San Miguel de las Peras, Oaxaca, Mexico.