Alle soorten › Uilen › Echte uilen

Echte uilen | Strigidae

Owls | Búhos y cárabos

De gezichtsschijf is rond en de ogen zijn groot, met een iris die van geel tot vrijwel zwart loopt; verschillende soorten dragen op de kop twee oprichtbare veerpluimen die niets met het gehoor te maken hebben maar wel de omtrek van de kop breken. De binnenteen is korter dan de middenteen en de middennagel is glad. In Mexico en Midden-Amerika telt de familie 33 soorten in elf geslachten, van de elfuil van ongeveer veertig gram, die in spechtenholen in zuilcactussen en bomen broedt, tot de Amerikaanse oehoe van ruim een kilo. Talrijk zijn de schreeuwuilen (Megascops) en de dwerguilen (Glaucidium); die laatste jagen ook overdag en dragen op het achterhoofd twee donkere vlekken die als een tweede paar ogen werken. In de laaglandbossen leven grote soorten als de briluil en de kuifuil, in de bergbossen zaaguiltjes (Aegolius). De stem bestaat uit doffe, ver dragende tonen, trillers of fluitreeksen waarmee het territorium wordt bezet, en is meestal het eerste waaraan de soort te herkennen valt. Er wordt gebroed in een boomholte, een oud nest van een andere vogel, op een rotsrichel of, zoals bij de holenuil, in een hol in de grond; het vrouwtje broedt en dekt de jongen, het mannetje voert het voedsel aan.

Inheemse soorten 33 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Micrathene 1 soort

Aegolius 2 soorten

Athene 1 soort

Glaucidium 6 soorten

Asio 4 soorten

Bubo 1 soort

Psiloscops 1 soort

Megascops 10 soorten

Lophostrix 1 soort

Pulsatrix 1 soort

Strix 5 soorten