Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Grote ransuil

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Grote ransuil | Asio stygius

Stygian Owl | Búho cara oscura

De grote ransuil is een donkere, grote Asio-uil met lange oorpluimen, die van Mexico tot Argentinië en op Cuba en Hispaniola voorkomt. In het gidsgebied is hij een schaarse en plaatselijke standvogel, vooral in pijn-eikenbos in de bergen en in pijnbos in het laagland. Hij is strikt nachtactief, vangt vooral vogels op hun slaapplaats en wordt weinig gezien.

Grote ransuil (Asio stygius)
Foto: Nortondefeis — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje laat met tussenpozen van enkele seconden een enkele, diepe en nadrukkelijke hoe of woe horen. Het vrouwtje antwoordt met een hogere, kattachtige njieh. Bij het nest ook korte, geschreeuwde roepen.

Luister: ZangXC1119996

Opname: Marcelo J Feliti — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

38–46 cm, groot en zeer donker, met lange, dicht bij elkaar staande oorpluimen. Het gezichtsmasker is zwartachtig met een lichte rand en een witachtig voorhoofd; de ogen zijn geel. De bovendelen zijn donker zwartbruin met lichte vlekjes. De onderdelen zijn geelbruin tot vuilwit met dikke donkere lengtestrepen en dwarsbandjes, die samen een kruisvormige tekening vormen. De tenen zijn bevederd. Vrouwtjes zijn groter dan mannetjes.

Verwarrings­soorten

De ransuil Asio otus is kleiner en lichter, heeft een roodbruin gezicht en oranje ogen en is in het gidsgebied vooral wintergast in het noorden. De gestreepte ransuil Asio clamator heeft een wit gezicht met een zwarte rand, donkere ogen en alleen lengtestrepen op de onderdelen, en leeft in open land. De Amerikaanse oehoe Bubo virginianus is veel groter, heeft wijd uit elkaar staande oorpluimen en een witte keel. De velduil Asio flammeus is lichter geelbruin, heeft een licht gezicht en korte oorpluimen en jaagt boven open land.

Leefgebied

Bos van verschillende typen: pijn-eikenbos en eikenbos in de bergen, nevelwoud, pijnsavanne en pijnbos in het laagland, en plaatselijk droog en vochtig loofbos, ook rond ruïnes en in bosrijke parken. Van het laagland tot ongeveer 3000 meter. Jaagt vooral op vogels die hij op hun slaapplaats verrast, verder op vleermuizen, kleine zoogdieren en grote insecten. Broedt in oude nesten van andere vogels, in boomholten of op de grond.

Verspreiding en trek

Schaarse en plaatselijke standvogel in Mexico, vooral in de Sierra Madre Occidental van Sinaloa, Durango en Nayarit tot Jalisco, in de Sierra Madre Oriental van Nuevo León en Tamaulipas, en verder in de bergen van Guerrero, Oaxaca en Chiapas; enkele waarnemingen op het schiereiland Yucatán. Verder in Belize, vooral in de pijnsavannen en het pijnbos van het binnenland, in Guatemala, Honduras en Nicaragua, onder meer in de pijnsavannen van de Mosquitia. In El Salvador en Panama zeer zeldzaam; uit Costa Rica niet met zekerheid bekend. Buiten het gidsgebied op Cuba, Hispaniola en in Zuid-Amerika tot het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het meest gemeld in Sinaloa, in het pijn-eikenbos langs de weg van Mazatlán naar Durango, en in Guatemala rond de ruïnes van Tikal, waar hij in hoge bomen rust. Overdag zit de uil rechtop en verscholen in een dichte boom tegen de stam. ’s Nachts is de diepe, enkele roep het beste aanknopingspunt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd als soort, maar in het gidsgebied schaars en weinig onderzocht. Ontbossing en houtkap verkleinen het leefgebied.

Wetenschappelijke naam

Asio stygius | (Wagler, 1832)

Wagler beschreef de soort in 1832 als Nyctalops stygius; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Asio werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Asio is de Latijnse naam van een uil met oorpluimen. stygius is Latijn voor 'van de Styx', de rivier van de onderwereld: 'duister', naar het zeer donkere verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Minas Gerais, Brazilië.