Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Santa-Barbaraschreeuwuil

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Santa-Barbaraschreeuwuil | Megascops barbarus

Bearded Screech Owl | Tecolote barbudo

De santa-barbaraschreeuwuil is een kleine schreeuwuil van de bergbossen van Chiapas en Guatemala. Het hele verspreidingsgebied ligt binnen het gidsgebied, in een smalle strook hoogland tussen ongeveer 1350 en 2500 m. Hij is uitsluitend ’s nachts actief, zit overdag verborgen in dicht gebladerte en wordt vrijwel alleen aan de zachte, krekelachtige zang opgemerkt.

Santa-Barbaraschreeuwuil (Megascops barbarus)
Foto: Blair Dudeck — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een zachte, vrij lage, krekelachtige triller van drie tot vijf seconden, die aan het eind even stijgt en weer daalt. Het mannetje zingt lager dan het vrouwtje; beide zingen, maar het mannetje vaker. Daarnaast een zacht, buikspreekachtig hoe. De zang draagt niet ver en gaat vaak verloren tussen het geluid van insecten.

Luister: ZangXC1089893

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

16–20 cm, een van de kleinste schreeuwuilen van het gidsgebied, met korte oorpluimen, gele ogen, een groenige snavel en onbevederde, roze tenen. De meeste vogels zijn grijsbruin, met een witgrijze kraag op de achterhals, lichte vlekken op schouder en vleugel en lichte onderdelen met donkere, oogvormige vlekken. Daarnaast bestaat een donker roodbruine vorm. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De gevlekte schreeuwuil Megascops trichopsis leeft in dezelfde bergbossen, maar is iets groter, heeft grovere zwarte strepen en dwarsbanden op de onderdelen en zingt reeksen korte toetjes in plaats van een triller. De roodwangschreeuwuil Megascops guatemalae is groter, leeft vooral lager op de hellingen en heeft fijn gemarmerde onderdelen zonder oogvormige vlekken. De bergdwerguil Glaucidium gnoma heeft geen oorpluimen, een langere staart en valse ogen op het achterhoofd, en is ook overdag actief.

Leefgebied

Vochtig bergbos tussen ongeveer 1350 en 2500 m, vooral rond 1800–2000 m: pijn-eikenbos, eikenbos en nevelwoud met veel epifyten, ook bosranden en ouder secundair bos. Jaagt ’s nachts vanaf een lage zitpost, vooral op insecten en andere ongewervelden. Over het broeden is weinig bekend; vermoedelijk broedt hij in boomholten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Standvogel in de hooglanden van het midden van Chiapas, onder meer rond San Cristóbal de las Casas, en zuidoostwaarts in de hooglanden van het westen en midden van Guatemala. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De zang is ’s nachts te horen in pijn-eikenbos en nevelwoud op de hellingen rond San Cristóbal de las Casas en in de hooglanden van Guatemala. Door het zachte, krekelachtige geluid valt hij alleen op in windstille nachten, op plaatsen met weinig insectengeluid. Overdag is hij vrijwel nooit te vinden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar het verspreidingsgebied is klein en het bergbos van Chiapas en Guatemala neemt af door houtkap, landbouw en bosbranden. Over de aantallen is weinig bekend.

Wetenschappelijke naam

Megascops barbarus | (Sclater & Salvin, 1868)

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1868 als Scops barbarus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Megascops werd in 1848 ingevoerd door Kaup. Megascops combineert het Griekse megas 'groot' met Scops, de oude geslachtsnaam van de dwergooruilen. barbarus verwijst naar Santa Bárbara in de Verapaz (Guatemala), de typelocatie. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santa Bárbara, Verapaz, Guatemala.