Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Gevlekte bosuil
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves
Gevlekte bosuil | Strix occidentalis
Spotted Owl | Búho manchado
De gevlekte bosuil is een vrij grote, donkerbruine uil met witte vlekken, donkere ogen en een ronde kop zonder oorpluimen. Hij leeft in oud naald- en eikenbos in het westen van Noord-Amerika; in het gidsgebied komt alleen de ondersoort lucida voor, verspreid over de bergen van het noorden en midden van Mexico. Hij is gebonden aan koele, beboste ravijnen met oude bomen. Hij is ’s nachts actief en jaagt vooral op houtratten, muizen en andere kleine zoogdieren.
Geluid
De zang is een reeks van meestal vier holle, diepe tonen waarvan de middelste twee dicht op elkaar liggen: hoe — hoe-hoe — hoeoe. Het vrouwtje roept hoger dan het mannetje. Daarnaast een hol, opklimmend fluitend kwiiiep als contactroep. Vooral te horen in het voorjaar en de zomer, in de eerste uren na zonsondergang.
Opname: renevoss — CC BY-NC 4.0 · omgezet naar mono · iNaturalist
Herkenning
41–48 cm, met een ronde kop zonder oorpluimen en donkerbruine tot zwarte ogen. De bovendelen zijn chocoladebruin met ronde en ovale witte vlekken op kruin, mantel en vleugels. De gezichtsschijf is lichtbruin met donkere concentrische ringen en een lichte X tussen de ogen. Borst en buik zijn bruin met witte vlekken en onregelmatige lichte dwarsbanden, niet gestreept. De snavel is geelgroen. De Mexicaanse vogels zijn wat lichter en grover gevlekt dan die in het noorden van het areaal. Het vrouwtje is groter dan het mannetje.
Verwarringssoorten
De Mexicaanse bosuil Strix sartorii is grijzer, heeft dwarsbanden op hals en bovenborst en lengtestrepen op de buik in plaats van ronde vlekken. De Amerikaanse oehoe Bubo virginianus is groter, heeft oorpluimen en gele ogen. De grote ransuil Asio stygius heeft oorpluimen en gele ogen en is donkerder.
Leefgebied
Oud, gesloten pijn-eikenbos, gemengd naaldbos en eikenbos in de bergen, vooral in koele, schaduwrijke ravijnen en kloven met rotswanden en oude bomen; ook langs beekdalen met oeverbos. Komt in Mexico voor van ongeveer 1500 tot boven 3000 meter hoogte. Rust overdag in dichte bomen of in rotsspleten en broedt in boomholten, op rotsrichels of in oude nesten van andere vogels.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Standvogel in de bergen van het noorden en midden van Mexico: in de Sierra Madre Occidental van Sonora en Chihuahua via Durango tot Zacatecas, Aguascalientes en Jalisco, en in de Sierra Madre Oriental in Coahuila, Nuevo León en San Luis Potosí. Verspreide vindplaatsen zuidelijker in Guanajuato, Michoacán, Guerrero en de bergen bij Mexico-Stad. De populaties liggen ver uit elkaar en zijn klein. Buiten het gidsgebied in het westen van de Verenigde Staten en het zuidwesten van Canada.
- Zomergast (ca. apr–sep)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De kans is het grootst in koele, beboste kloven van de Sierra Madre Occidental in Durango en Chihuahua, in het voorjaar en de zomer na zonsondergang, wanneer de vogels roepen. Overdag rust hij laag in de schaduw van een dichte boom, vaak wekenlang op dezelfde plek; witte uitwerpselen en braakballen onder een boom kunnen de plek verraden.
Staat van instandhouding
Gevoelig. De soort gaat achteruit door houtkap in oud bos, bosbranden en, in het noorden van het areaal, door concurrentie met de oprukkende gestreepte bosuil. In Mexico is de populatie klein, verbrokkeld en weinig onderzocht; de soort is daar wettelijk beschermd als bedreigd.
Wetenschappelijke naam
Strix occidentalis | (Xántus, 1860)
Xántus beschreef de soort in 1860 als Syrnium occidentale; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Strix werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Strix is het Latijnse woord voor 'uil'; in de klassieke overlevering was de strix een nachtvogel die het bloed van zuigelingen zou drinken. occidentalis is Latijn voor 'westelijk', naar het verspreidingsgebied in het westen van Noord-Amerika. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fort Tejon, Californië.




