Alle soorten › Naar de strandlopers en snippen › Strandlopers, ruiters en snippen vergelijken
Strandlopers, ruiters en snippen vergelijken
Steltlopers zijn lastig: veel soorten zijn bruin, klein en snel weg. Vaak scheiden een paar dingen ze wel: de lengte en vorm van de snavel, de pootkleur, een witte vleugelstreep of stuit in de vlucht en hoe de vogel er in zomer en winter uitziet. Tik hieronder aan wat je ziet; de lijst toont alleen de soorten die bij alles passen.
- Binnen één rij kun je meerdere waarden kiezen (groene of gele poten); tussen rijen moet alles kloppen.
- Alles gaat over volwassen vogels van de 36 inheemse soorten van deze gids; dwaalgasten en jonge vogels staan op de soortpagina's.
- De snavellengte is een schatting ten opzichte van de kop. Twijfel je, kies dan twee waarden.
Wat zie je?
Geen enkele soort past bij deze combinatie. Haal een keuze weg.
| Soort | Lengte | Poten | Snavel | Snavelvorm | Vleugelstreep | Stuit | Broedkleed | Winterkleed | Waar let je op |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Grote soorten | |||||||||
Amerikaanse wulpNumenius americanus | 50–65 cm | Zwart/grijs | Zeer lang | Omlaag gebogen | Geen | Donker | Bruin gestreept | Als zomer | De grootste steltloper van de tabel, met een extreem lange, gebogen snavel, een ongestreepte kruin, een kaneelbeige tint en een kaneelrode ondervleugel; de Amerikaanse regenwulp heeft een gestreepte kruin. |
MarmergruttoLimosa fedoa | 42–48 cm | Zwart/grijs | Zeer lang | Licht omhoog | Geen | Donker | Bruin gestreept | Als zomer | Grote, warm kaneelkleurige grutto met een zeer lange, licht opgewipte snavel met roze basis; in de vlucht een kaneelrode ondervleugel en geen witte stuit of vleugelstreep. |
Amerikaanse regenwulpNumenius hudsonicus | 43–46 cm | Zwart/grijs | Zeer lang | Omlaag gebogen | Geen | Donker | Bruin gestreept | Als zomer | Grijsbruine wulp met een gebogen snavel en een gestreepte kruin met lichte middenstreep; in de vlucht een bruine stuit zonder wit, en een kortere snavel dan de Amerikaanse wulp. |
ZuidzeewulpNumenius tahitiensis | 40–44 cm | Zwart/grijs | Zeer lang | Omlaag gebogen | Geen | Donker | Bruin gestreept | Als zomer | Lijkt door de gestreepte kruin op de Amerikaanse regenwulp, maar heeft grove geelbruine vlekken op de rug en in de vlucht een heldere kaneelkleurige stuit en staart. |
Rode GruttoLimosa haemastica | 36–42 cm | Zwart/grijs | Zeer lang | Licht omhoog | Witte streep | Wit | Roestrood | Lichtgrijs | In de vlucht een zwarte ondervleugel, een smalle witte vleugelstreep en een witte stuit boven een zwarte staart; in zomer donker kastanjerood onder. De Rosse Grutto mist de witte stuit. |
Rosse GruttoLimosa lapponica | 37–39 cm | Zwart/grijs | Zeer lang | Licht omhoog | Geen | Donker | Roestrood | Lichtgrijs | Licht opgewipte snavel en relatief korte poten; in de vlucht geen vleugelstreep, een gebandeerde staart en, anders dan bij de Rode Grutto, geen witte stuit. Het mannetje is in zomer baksteenrood onder. |
WilletTringa semipalmata | 33–41 cm | Zwart/grijs | Middellang | Recht | Witte streep | Wit | Bruin gestreept | Lichtgrijs | Grote grijze ruiter met een dikke rechte snavel en blauwgrijze poten; zittend vrij egaal, maar in de vlucht een brede zwart-witte vleugeltekening en een witte stuit. |
| Middelgrote soorten | |||||||||
Grote GeelpootruiterTringa melanoleuca | 29–33 cm | Geel | Middellang | Licht omhoog | Geen | Wit | Bruin gestreept | Lichtgrijs | Hoge gele poten en een snavel van ongeveer anderhalf keer de kop, licht opgewipt en grijs aan de basis; een luide roep van meestal drie tonen. De Kleine Geelpootruiter heeft een kortere, rechte snavel. |
Bartrams ruiterBartramia longicauda | 28–32 cm | Geel | Kort | Recht | Geen | Donker | Bruin gestreept | Als zomer | Kleine ronde kop met een groot donker oog op een lange dunne hals, een korte gelige snavel en een lange staart; staat rechtop in droog grasland en landt met geheven vleugels op paaltjes. |
Amerikaanse watersnipGallinago delicata | 27–32 cm | Groen/geelgroen | Lang | Recht | Witte achterrand | Donker | Bruin gestreept | Als zomer | Gedrongen en bruin, met een lange rechte snavel, lichte lengtestrepen over kop en rug en gebandeerde flanken; vliegt op met een schorre roep in een snelle zigzagvlucht. |
Grote Grijze SnipLimnodromus scolopaceus | 29 cm | Groen/geelgroen | Lang | Recht | Witte achterrand | Wit | Roestrood | Lichtgrijs | Lange rechte snavel en in de vlucht een witte wig op de rug; in zomer geheel roestrode onderzijde met gebandeerde flanken, en een hoge, scherpe ‘kiek’-roep, anders dan bij de Kleine Grijze Snip. |
Amerikaanse houtsnipScolopax minor | 25–31 cm | Roze | Lang | Recht | Geen | Donker | Bruin gestreept | Als zomer | Gedrongen en kortpotig, met een lange rechte snavel, dwarsbanden over de achterkruin en een effen oranjebeige onderzijde; leeft in bos en struweel, niet op open slik. |
Amerikaanse grijze ruiterTringa incana | 26–30 cm | Geel | Middellang | Recht | Geen | Donker | Bruin gestreept | Grijsbruin | Egaal leigrijze bovenzijde, vleugels en stuit zonder wit, korte gele poten en een witte wenkbrauwstreep; in zomer dicht gebandeerde onderzijde. Wipt met het achterlijf op rotsen langs de kust. |
Kleine Grijze SnipLimnodromus griseus | 25–29 cm | Groen/geelgroen | Lang | Recht | Witte achterrand | Wit | Roestrood | Lichtgrijs | Lange rechte snavel en in de vlucht een witte wig op de rug, zoals de Grote Grijze Snip, maar met een zachte ‘tu-tu-tu’-roep, gevlekte flanken en in zomer vaak een witte buik. |
BrandingloperCalidris virgata | 24–26 cm | Geel | Kort | Recht | Witte streep | Wit | Bruin gestreept | Grijsbruin | Gedrongen, met een korte, stompe snavel met gele basis en gele poten; in de vlucht een witte vleugelstreep en een witte staart met brede zwarte eindband. Op rotsen in de branding. |
KanoetCalidris canutus | 23–27 cm | Zwart/grijs | Kort | Recht | Vage streep | Donker | Roestrood | Lichtgrijs | Gedrongen en middelgroot, met een rechte snavel van kopmaat; in zomer roodbruine onderzijde, in winter effen grijs; in de vlucht een vage vleugelstreep en een lichtgrijze, gebandeerde stuit. |
Kleine GeelpootruiterTringa flavipes | 23–27 cm | Geel | Kort | Recht | Geen | Wit | Bruin gestreept | Lichtgrijs | Hoge gele poten en een dunne, rechte, geheel donkere snavel van ongeveer kopmaat; zachtere roep van één of twee tonen. Lijkt op de Grote Geelpootruiter, maar is kleiner en slanker. |
SteenloperArenaria interpres | 21–26 cm | Oranje | Kort | Recht | Witte streep | Wit | Harlekijn | Grijsbruin | Gedrongen, met korte oranje poten en een korte, spitse snavel waarmee hij stenen en wier omkeert; in zomer een zwart-wit-roestbruin harlekijnpatroon. De Zwarte Steenloper mist het roestbruin. |
Zwarte SteenloperArenaria melanocephala | 22–25 cm | Zwart/grijs | Kort | Recht | Witte streep | Wit | Zwart | Als zomer | Zwartbruine kop, borst en bovenzijde scherp afgezet tegen een witte buik, met donkere poten; in de vlucht een bont zwart-wit patroon zonder het roestbruin van de Steenloper. Op rotskusten langs de Pacific. |
Grote FranjepootPhalaropus tricolor | 22–24 cm | Zwart/grijs | Middellang | Recht | Geen | Wit | Harlekijn | Lichtgrijs | De grootste franjepoot, met een lange, naalddunne snavel; in de vlucht een witte stuit zonder vleugelstreep. Het vrouwtje heeft in zomer een zwarte oogstreep die overgaat in een kastanjebruine halsstreep. |
SteltstrandloperCalidris himantopus | 20–23 cm | Groen/geelgroen | Lang | Omlaag gebogen | Geen | Wit | Bruin gestreept | Lichtgrijs | Hoge geelgroene poten, een lange snavel met hangende punt en een witte wenkbrauwstreep; foerageert tot de buik in het water met snelle naaimachinebewegingen, zoals de grijze snippen. |
BeringstrandloperCalidris ptilocnemis | 18–24 cm | Groen/geelgroen | Middellang | Omlaag gebogen | Witte streep | Donker | Zwart | Grijsbruin | Gedrongen strandloper van rotskusten aan de Pacific, met dof groengele poten en snavelbasis; in zomer een roestbruine rug en een zwarte vlek op de onderborst, in winter leigrijs zoals de Paarse strandloper. |
Gestreepte strandloperCalidris melanotos | 19–23 cm | Groen/geelgroen | Kort | Omlaag gebogen | Vage streep | Witte zijden | Bruin gestreept | Als zomer | Dicht gestreepte borst die met een scherpe grens ophoudt tegen de witte buik, geelgroene poten en een licht gebogen snavel; groter en langhalziger dan de Kleinste strandloper, die dezelfde pootkleur heeft. |
Paarse strandloperCalidris maritima | 20–22 cm | Oranje | Middellang | Recht | Vage streep | Donker | Bruin gestreept | Grijsbruin | Donker en gedrongen, op rotsen in de branding langs de Atlantische kust; egaal leigrijze kop en borst, oranjegele poten en een snavel met oranje basis, bij de Beringstrandloper dof groengeel. |
Rosse FranjepootPhalaropus fulicarius | 20–22 cm | Zwart/grijs | Kort | Recht | Witte streep | Witte zijden | Roestrood | Lichtgrijs | Dikkere snavel dan de Grauwe Franjepoot, met gele basis; in zomer geheel roestrode onderzijde met witte wangen, in winter een effen lichtgrijze rug en een zwart oogmasker. |
Amerikaanse bosruiterTringa solitaria | 19–23 cm | Groen/geelgroen | Kort | Recht | Geen | Witte zijden | Bruin gestreept | Grijsbruin | Donkere, olijfbruine ruiter met een witte oogring en groenige poten; in de vlucht een donkere stuit met zwart-wit gebandeerde staartzijden en een donkere ondervleugel, terwijl de geelpootruiters een witte stuit tonen. |
| Kleine soorten | |||||||||
Amerikaanse oeverloperActitis macularius | 18–20 cm | Geel | Kort | Recht | Witte streep | Donker | Bruin gestreept | Grijsbruin | Olijfbruin boven en wit onder, in zomer met ronde zwarte vlekken en een oranje snavel; wipt voortdurend met het achterlijf en vliegt laag over het water met stijve, trillende slagen. |
Blonde ruiterCalidris subruficollis | 18–20 cm | Geel | Kort | Recht | Geen | Donker | Bruin gestreept | Als zomer | Effen beige gezicht en onderzijde, een groot donker oog in een kleine ronde kop, gele poten en een korte zwarte snavel; geschubde rug en in de vlucht een witte ondervleugel. |
Bonte strandloperCalidris alpina | 16–22 cm | Zwart/grijs | Middellang | Omlaag gebogen | Witte streep | Witte zijden | Zwart | Lichtgrijs | Middellange, aan de punt omlaag gebogen snavel en zwarte poten; in zomer een zwarte buikvlek onder een roestrode rug, in winter grijsbruin boven met een vuilgrijze borst. |
DrieteenstrandloperCalidris alba | 18–20 cm | Zwart/grijs | Kort | Recht | Witte streep | Witte zijden | Roestrood | Lichtgrijs | Lichte, drukke strandloper zonder achterteen die heen en weer rent langs de branding; brede witte vleugelstreep, in winter bijna wit met een zwarte vlek op de vleugelbocht. |
Grauwe FranjepootPhalaropus lobatus | 18–19 cm | Zwart/grijs | Kort | Recht | Witte streep | Witte zijden | Roestrood | Lichtgrijs | Kleine zwemmer met een naalddunne zwarte snavel en een donkere rug met lichte strepen; in zomer een roestrode halszijde, in winter lichtgrijs met zwart oogmasker; draait rondjes op het water. |
Bonapartes strandloperCalidris fuscicollis | 15–18 cm | Zwart/grijs | Kort | Recht | Vage streep | Wit | Bruin gestreept | Grijsbruin | In de vlucht een volledig witte band boven de staart; zittend lange vleugels voorbij de staart, zoals bij Bairds strandloper, maar grijzer en met strepen die doorlopen op de flanken. |
Grijze strandloperCalidris pusilla | 15–18 cm | Zwart/grijs | Kort | Recht | Witte streep | Witte zijden | Bruin gestreept | Lichtgrijs | Kleine grijsbruine strandloper met zwarte poten en een korte, rechte snavel met stompe punt; weinig roest in het kleed, en een kortere snavel dan de Alaskastrandloper. |
Bairds strandloperCalidris bairdii | 14–18 cm | Zwart/grijs | Kort | Recht | Vage streep | Witte zijden | Bruin gestreept | Grijsbruin | Slank, met vleugels die ver voorbij de staart reiken, een geschubde beigebruine rug en een warmbeige, fijn gestreepte borst; zwarte poten en een korte, rechte, dunne snavel. |
AlaskastrandloperCalidris mauri | 14–17 cm | Zwart/grijs | Middellang | Omlaag gebogen | Witte streep | Witte zijden | Roestrood | Lichtgrijs | Kleine strandloper met zwarte poten en een snavel die langer is dan bij de Grijze strandloper en aan de punt licht omlaag hangt; in zomer roestrode schouders, kruin en oorvlek. |
Kleinste strandloperCalidris minutilla | 13–15 cm | Groen/geelgroen | Kort | Omlaag gebogen | Vage streep | Witte zijden | Bruin gestreept | Grijsbruin | De kleinste strandloper van de tabel: warmbruin, met geelgroene poten en een dunne snavel met licht hangende punt; de Grijze strandloper en de Alaskastrandloper hebben zwarte poten. |
De kenmerken komen uit de soortteksten van deze gids en zijn aangevuld uit gangbare veldgidsen. Lengtes zijn die van de soortpagina; de groepen zijn een hulpmiddel en geen vaste indeling.



































