Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren

Plevieren | Charadriidae

Plovers and lapwings | Chorlitos y avefrías

Gedrongen vogels met een grote kop, korte hals en een korte snavel die naar de punt toe verdikt is — bedoeld om prooi van het oppervlak te pikken, niet om in de bodem te steken. Ze foerageren met een kenmerkend patroon van rennen, stilstaan en pikken, ook in het donker, en veel soorten trillen met één voet op de natte bodem om prooi naar boven te laten komen. Zwarte banden over borst en kop breken het silhouet op kale grond, en de zwaardere kievitsoorten dragen daarbij vaak gele lellen om de snavelbasis en een scherpe spoor of knobbel op de vleugelboeg, waarmee ze bij het nest naar indringers uitvallen. Het legsel bestaat vrijwel altijd uit vier peervormige eieren, met de punten naar binnen in een kuiltje op kaal grind, zoutpankorst of kortgegraasd grasland; bij gevaar lokken de ouders een indringer weg met een gespeelde vleugelbreuk. De vleugelvorm loopt binnen de familie uiteen: lang en spits bij de soorten die tussen Siberië en de Afrikaanse kust heen en weer trekken, breed en rond bij de standvogels van het binnenland, die daardoor traag en wiekend vliegen.

Inheemse soorten 19 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Pluvialis 2 soorten

Charadrius 1 soort

Anarhynchus 6 soorten

Vanellus 8 soorten

Thinornis 2 soorten

Dwaalgasten 3 soorten

Verdwaalde vogels uit andere werelddelen. Ze hebben hier geen verspreiding en dus geen verspreidingskaart.