Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Aziatische goudplevier
Aziatische goudplevier | Pluvialis fulva
Pacific Golden Plover | Chorlito Dorado Siberiano
De Aziatische goudplevier is een slanke, goudgele plevier van de Siberische toendra die in kleine aantallen de oostkust van Afrika bereikt. In zuidelijk Afrika is hij schaars maar vrijwel jaarlijks, meestal als losse vogel tussen zilverplevieren op een getijdenslik.
Geluid
Een helder, snel tweelettergrepig tjoe-wiet, iets opgaand aan het eind, zachter en melodieuzer dan de roep van de Amerikaanse goudplevier; vaak bij het opvliegen.
Opname: Feather V — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
23–26 cm. Kleiner, slanker en langpotiger dan de zilverplevier, met een kleine kop en een fijne snavel. In het winterkleed warm geelbruin, met gouden en lichte vlekjes op de bovendelen, een geelbruin getinte borst en gezicht en een lichte, vaak geelgetinte wenkbrauwstreep. De tertials zijn lang en laten slechts twee of drie handpentoppen zien; de vleugelpunten reiken nauwelijks voorbij de staart. In de vlucht een zwakke vleugelstreep en een grijsbruine ondervleugel. In het zomerkleed zwart van gezicht tot buik, met een witte band langs de halszijde die doorloopt langs de flanken.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse goudplevier Pluvialis dominica is grijzer, met een scherpere witte wenkbrauw, kortere poten, korte tertials en een lange handpenprojectie van vier of vijf pentoppen ver voorbij de staart. De zilverplevier Pluvialis squatarola is groter en grijzer, met een zware snavel, een witte stuit en zwarte oksels in de vlucht.
Leefgebied
Getijdenslik, estuaria, kwelders en kortgrazige graslanden en velden dicht bij de kust, ook zoutpannen en oevers van kustmeren. Overtijt op strandjes of graslanden met andere steltlopers en foerageert dan ook op land.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied vooral langs de kust van Mozambique, KwaZulu-Natal en de Oost-Kaap, zeldzamer westwaarts tot de West-Kaap en Namibië; landinwaarts incidenteel, onder meer in Zimbabwe, Zambia en Botswana. Broedt op de toendra van Noord-Siberië en West-Alaska en overwintert in Zuid- en Zuidoost-Azië, Australië, op eilanden in de Stille Oceaan en in kleinere aantallen langs de Oost-Afrikaanse kust.
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek van november tot maart in de estuaria van Mozambique en KwaZulu-Natal, bijvoorbeeld rond Inhambane en in de monding van de Mlalazi en in het estuarium van St Lucia, tussen de zilverplevieren. Het kleinere formaat, de geelbruine tint en de afwezigheid van zwarte oksels bij het opvliegen zijn de eerste aanwijzingen; controleer daarna altijd de handpenprojectie.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, al dalen de aantallen op de Oost-Aziatisch-Australaziatische trekroute door het verlies van getijdengebieden rond de Gele Zee. In zuidelijk Afrika gaat het slechts om enkele vogels per jaar.
Wetenschappelijke naam
Pluvialis fulva | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Charadrius fulvus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pluvialis werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Pluvialis is Latijn voor 'van de regen', van pluvia 'regen', naar het oude geloof dat deze plevieren samendromden wanneer er regen op komst was. fulva is Latijn voor 'geelbruin, goudbruin', naar de goudgele spikkeling op de bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tahiti.

