Alle soorten › Hoenderachtigen › Hokko's en chachalaca's

Hokko's en chachalaca's | Cracidae

Guans, curassows and chachalacas | Crácidos

In Mexico en Midden-Amerika telt de familie tien soorten in zes geslachten, van de luidruchtige chachalaca's van struweel en bosranden tot de guans en de grote hokko van het hoge bos en de gehoornde guan, die alleen in nevelwoud in de bergen van Chiapas en Guatemala voorkomt. Het zijn hoenderachtige vogels die anders dan hun verwanten vooral in bomen leven: de staart is lang en breed, de poten zijn stevig en de achterteen staat op dezelfde hoogte als de voortenen, zodat ze goed langs takken lopen en klauteren. Veel soorten hebben een kale keelhuid of een kleurige lel, en bij de hokko's draagt het mannetje een krul van gekrulde kuifveren en een gele knobbel op de snavel. Ze eten vooral vruchten, bladeren en bloemen en zijn daarmee belangrijke zaadverspreiders. Chachalaca's roepen bij zonsopgang in koor, guans laten in de vlucht een droog geratel met de vleugels horen en bij verschillende soorten is de luchtpijp verlengd, wat diepe brom- en fluittonen geeft. Het nest is een slordig platform in een boom of struik, met twee of drie grote witte eieren met een ruwe schaal. Door de jacht zijn de grotere soorten vrijwel overal schaars geworden.

Inheemse soorten 10 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Penelopina 1 soort

Chamaepetes 1 soort

Penelope 1 soort

Oreophasis 1 soort

Crax 1 soort

Ortalis 5 soorten