Alle soorten › Hoenderachtigen › Hokko's en chachalaca's › West-Mexicaanse chachalaca

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

West-Mexicaanse chachalaca | Ortalis poliocephala

West Mexican Chachalaca | Chachalaca pálida

De West-Mexicaanse chachalaca is samen met de waglers chachalaca de grootste chachalaca van het gidsgebied en endemisch in het zuidwesten van Mexico, van Jalisco tot het westen van Chiapas. Groepen leven in droogbos en doornstruweel langs de Pacifische kant en in de droge binnenlanden van Morelos en Puebla. Kenmerkend zijn de witachtige buik en de brede bleke staarttoppen.

West-Mexicaanse chachalaca (Ortalis poliocephala)
Foto: Cloned Milkmen from Canada — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Groepen zingen een luid, schor en ritmisch koor van keelklanken, tsjoer-u-u-oer, waarbij vogels elkaar beantwoorden, vooral bij zonsopgang. Verder kakelende en krassende roepen.

Luister: ZangXC1093604

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

59–69 cm; een grote, slanke chachalaca met een lange, brede staart. Kruin en nek zijn dof bruingrijs, de bovendelen bleek olijfbruin. De borst is grijsachtig olijf, de buik witachtig met een okerkleurige waas, die naar de onderstaartdekveren toe warmer wordt. De staart is donker met een groene glans en brede bleek okerkleurige toppen aan de buitenste pennen. Rond het oog en op de keel zit kale rode huid. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De waglers chachalaca Ortalis wagleri heeft een kastanjebruine buik en kastanjebruine staarttoppen; zij leeft ten noorden van deze soort en de twee grenzen in Jalisco aan elkaar. De witbuikchachalaca Ortalis leucogastra is kleiner, met een bruinere kop en witte staarttoppen, en begint pas in het zuidoosten van Chiapas. Het kuifsjakohoen Penelope purpurascens is donkerder, met witte streepjes op hals en borst en een rode keellap.

Leefgebied

Tropisch droogbos, doornstruweel en secundair bos, ook oeverbos, mangrove, palmplantages en plaatselijk pijn-eikenbos; van zeeniveau tot ongeveer 2400 m, vooral in de lagere delen. Leeft in groepjes die in de boomkruinen en struiken vruchten, bladeren en bloemen zoeken en zelden op de grond komen.

Verspreiding en trek

Endemisch in het zuidwesten van Mexico: van Jalisco via Colima, Michoacán en Guerrero tot Oaxaca en het westen van Chiapas, landinwaarts tot Morelos, het zuiden van de staat México en het zuidwesten van Puebla. In het noorden van Jalisco grenst zij aan het gebied van de waglers chachalaca.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het droogbos van de kust van Jalisco, zoals rond Chamela, bij Colima en bij Huatulco in Oaxaca, en in het binnenland in Morelos. Groepen komen graag naar vruchtdragende bomen bij dorpen en wegen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is binnen haar gebied vrij algemeen en houdt goed stand in gekapt en secundair droogbos, al gaat het tropische droogbos van West-Mexico sterk achteruit.

Wetenschappelijke naam

Ortalis poliocephala | (Wagler, 1830)

Wagler beschreef de soort in 1830 als Penelope poliocephala; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ortalis werd in 1786 ingevoerd door Merrem. Ortalis is Grieks voor 'kuiken, jonge hen'. poliocephala is Grieks, van polios 'grijs' en kephalē 'kop', naar de grijze kop. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico (niet nader bepaald).