Alle soorten › Hoenderachtigen › Hokko's en chachalaca's › Zwarte goean
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae
Zwarte goean | Chamaepetes unicolor
Black Guan | Pava negra
De zwarte goean is een middelgrote, egaal zwarte goean van het bergregenwoud van Costa Rica en het westen van Panama. Het kale blauwe gezicht en de rode ogen vallen op tegen het donkere verenkleed. In beschermde gebieden is de vogel vaak weinig schuw. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.
Geluid
Meestal stil. In de broedtijd maakt de vogel bij zonsopgang een knetterend, ratelend geluid met de vleugels, in een korte glijvlucht van boom naar boom. Verder zachte, klagende fluittonen en een laag gegrom bij onrust.
Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
62–67 cm; een tamelijk slanke goean met een kleine kop, een lange, afgeronde staart en geen kuif of keellap. Het verenkleed is egaal zwart met een blauwe glans op de bovendelen; de buik is iets bruiner. Het gezicht rond het oog is kaal en helder blauw, het oog rood, de snavel donker met een blauwe basis en de poten roze tot rood. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Het kuifsjakohoen Penelope purpurascens komt op de lagere hellingen samen met de zwarte goean voor, maar is veel groter, olijfbruin met witte streepjes op hals en borst, heeft een borstelige kuif en een rode keellap. Mannetjes van de bruine hokko Crax rubra zijn ook zwart, maar veel groter, met een gekrulde kuif, een gele knobbel op de snavel en een witte buik, en leven vooral lager op de bosbodem.
Leefgebied
Nat bergbos en nevelwoud van ongeveer 1000 tot 3000 m, vooral tussen 1200 en 2500 m, ook bosranden en oude open plekken in het bos. Leeft alleen, in paartjes of in kleine familiegroepen, vooral in de middenlaag en het bladerdak, maar komt ook op de grond. Eet vooral vruchten, daarnaast bladeren en bloemen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Hooglanden van Costa Rica, van de Cordillera de Guanacaste en de Cordillera de Tilarán via de Cordillera Central tot de Talamanca, en het westen van Panama in Chiriquí, Bocas del Toro, Veraguas en Coclé. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Monteverde, Tapantí, de Talamanca bij San Gerardo de Dota en op de hellingen van de Barú in Chiriquí is de vogel geregeld te zien, vaak in vruchtdragende bomen langs paden. Waar niet wordt gejaagd, laat hij mensen dichtbij komen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Algemeen in grote beschermde bosgebieden; daarbuiten gevoelig voor jacht en het verdwijnen van bergbos.
Wetenschappelijke naam
Chamaepetes unicolor | Salvin, 1867
Salvin beschreef de soort in 1867 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Chamaepetes werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Chamaepetes is Grieks, van khamaipetēs 'op de grond vallend', van khamai 'op de grond' en piptō 'vallen', omdat deze goeans vaker op de grond komen dan Penelope. unicolor is Latijn voor 'eenkleurig', naar het effen zwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Veraguas, Panama.
