Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Zwartkopreiger

Zwartkopreiger | Ardea melanocephala

Black-Headed Heron | Garza cabecinegra

Een grote Afrikaanse reiger van droog grasland en akkers, die het gidsgebied alleen als dwaalgast bereikt, vanuit de overkant van de Rode Zee. In Zuidwest-Saoedi-Arabië is hij sinds 2010 enkele keren gezien, meestal bij stuwmeren en waterzuiveringen.

Zwartkopreiger (Ardea melanocephala)
Foto: Diego Delso — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, schor kuark bij opvliegen; in de kolonie diverse kwakende geluiden. Buiten het broedgebied meestal stil.

Luister: VluchtroepXC1082068

Opname: Jonathan Onongo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Iets kleiner dan de blauwe reiger, met een zwarte kruin, achterhals en halszijden, een witte keel en voorhals, en een leigrijze rug en vleugels. De snavel is donker grijs met een lichtere onderkant, de poten zijn zwart. In vlucht is het scherpe contrast tussen de witte ondervleugeldekveren en de zwarte slagpennen kenmerkend, in tegenstelling tot de egaal grijze ondervleugel van de blauwe reiger. Jonge vogels zijn grijzer, met een grijze kop en hals en een witte keel.

Verwarrings­soorten

De blauwe reiger (Ardea cinerea) heeft een witte kop met alleen een zwarte wenkbrauwstreep en kuif, een witte hals, een gele snavel en lichte poten; in vlucht een egaal grijze ondervleugel. Jonge zwartkopreigers lijken op jonge blauwe reigers, maar hebben donkere poten en een donkerdere kop en snavel. De purperreiger (Ardea purpurea) is slanker en roestbruin op hals en kop.

Leefgebied

In Afrika vooral droge graslanden, akkers en savanne, vaak ver van water, waar hij op knaagdieren, hagedissen en grote insecten jaagt; ook aan oevers van meren en rivieren. In het gidsgebied werd hij vooral gezien bij stuwmeren, waterzuiveringen en in wadi's met water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Saoedi-Arabië een dwaalgast in het zuidwesten met een handvol gevallen: Wadi Dhamat bij Shuqayri (juli 2010), het Malaki-stuwmeer (twee vogels, januari 2011), de waterzuivering van Yanbu (april 2011) en de waterzuiveringen van Sabya (juni en november 2013). Ook uit de Tihama van Jemen zijn enkele gevallen bekend. Uit de rest van het gidsgebied geen zekere gevallen. Daarbuiten een algemene standvogel in Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal tot Ethiopië, Eritrea en Soedan en zuidwaarts tot Zuid-Afrika.

Hoe en wanneer kijken

Controleer in Zuidwest-Saoedi-Arabië en de Tihama elke grote reiger met een donkere kop bij stuwmeren en waterzuiveringen, zoals bij Sabya en Malaki. Een vliegende vogel is direct te herkennen aan de zwart-witte ondervleugel.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in Afrika algemeen en op veel plaatsen toenemend. In het gidsgebied een dwaalgast; het geringe aantal gevallen ondanks de nabijheid van Eritrea en Soedan suggereert dat de Rode Zee een flinke barrière vormt, al zal de soort in Jemen ondergerapporteerd zijn.

Wetenschappelijke naam

Ardea melanocephala | Children & Vigors, 1826

Children & Vigors beschreef de soort in 1826 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ardea werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Ardea is het Latijnse woord voor 'reiger'. melanocephala komt van het Griekse melas, 'zwart', en kephalē, 'kop' — naar de zwarte kop en achterhals. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit onbekend; mogelijk bij het Tsjaadmeer.