De leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten

Elke soort in deze gids is gekoppeld aan de leefgebieden waar hij in Noord-Afrika en het Midden-Oosten het meest voorkomt. De indeling is voor deze gids zelf opgesteld: tien hoofdgroepen, van bos tot bebouwing, en daaronder een reeks specifiekere formaties — van maquis en steppe tot zandwoestijn, oase en koraalkust. Per vogel staan hooguit drie van die formaties: niet alles waar hij ooit is gezien, maar waar hij werkelijk thuishoort.

Klik op een leefgebied voor de beschrijving.

Bos en struweel A

Bos is in Noord-Afrika en het Midden-Oosten schaars en sterk versnipperd. Het beperkt zich tot de natte kant van de gebergten langs de Middellandse Zee, tot de hooglanden van zuidwest-Arabië en tot smalle stroken langs rivieren en in oases. Juist daardoor herbergen deze bossen veel soorten die elders in de regio ontbreken, waaronder endemen van het Atlasgebergte en van de Arabische hooglanden, en vormen ze belangrijke pleisterplaatsen voor trekvogels.

  • Mediterraan bos en maquis Mediterraan bos en maquis A1 Nationaal Park Talassemtane, Rif, Marokko 95 soorten

    Langs de Middellandse Zee groeien op de heuvels en lagere berghellingen bossen van steeneik, kurkeik en Aleppoden, afgewisseld met maquis: dicht, groenblijvend struikgewas van onder meer mastiek, aardbeiboom en wilde olijf. Deze formatie komt voor in het noorden van Marokko, Algerije en Tunesië, op de Djebel Akhdar in Cyrenaica (Libië) en in de heuvels van Libanon, Syrië, Israël en het noorden van Jordanië. In het voorjaar zingen hier broedvogels als Kleine zwartkop, Diadeemroodstaart en Afrikaanse pimpelmees, terwijl zomergasten als Nachtegaal, Zomertortel en Dwergooruil uit Afrika terugkeren. In het westen leeft Levaillants specht, in de Levant Syrische bonte specht en Maskerklauwier. In de winter vullen Roodborst, Zanglijster en Koperwiek uit Europa het struikgewas aan.

    Naar de soorten

  • Subtropisch bergbos en jeneverbesbos Subtropisch bergbos en jeneverbesbos A2 Azgour, Hoge Atlas, Marokko 62 soorten

    Hoger in de gebergten maakt het mediterrane bos plaats voor bergbossen van ceder, zilverspar en jeneverbes. In het Midden- en Hoge Atlas van Marokko en in de Algerijnse Atlas groeien uitgestrekte bossen van Atlasceder, in Libanon resten van het cederbos. In zuidwest-Arabië bedekken bossen van jeneverbes de hellingen van het Asirgebergte in Saoedi-Arabië en de hooglanden van Jemen; op Socotra liggen bergbossen met eigen endemen. In de Atlas leven Atlasvliegenvanger, Levaillants specht en de zeldzame Algerijnse boomklever, in Libanon en aangrenzende gebergten Syrische kanarie. De Arabische jeneverbesbossen huisvesten Asirekster, Arabische specht, Jemenlijster, Philby's steenpatrijs en Arabische goudvleugelvink. De meeste soorten zijn standvogels; in strenge winters trekken sommige naar lagere hellingen.

    Naar de soorten

  • Rivier- en oeverbos Rivier- en oeverbos A3 Jordaan bij Bethanië, Jordanië 63 soorten

    Langs rivieren, beken en bronnen groeit in het verder droge landschap een smalle strook bos van populier, wilg, tamarisk en ruigte. Voorbeelden zijn de Eufraatpopulierbossen langs Eufraat en Tigris in Irak en Syrië, de tamariskstruwelen in de Jordaanvallei, de begroeiing langs de Nijl en de bomen in de wadi's van zuidwest-Arabië. Deze groene linten zijn onmisbaar voor trekvogels: in voorjaar en najaar pleisteren er Balkanvliegenvanger, Wielewaal, Fitis en tal van rietzangers. Als broedvogel leven er onder meer Zwarte frankolijn, Moabmus en Palestijnse honingzuiger; in de wadi's van zuidwest-Arabië komen daar Afrikaanse soorten als Grijskopijsvogel en Roodoogtortel bij.

    Naar de soorten

Savanne en doornstruweel B

Savanne en doornstruweel vormen de overgang tussen woestijn en bos: open landschappen met verspreide bomen en struiken, vooral acacia's, op een bodem van gras en kale grond. In het gidsgebied liggen ze vooral in het zuiden en oosten van het Arabisch Schiereiland, waar Afrikaanse en Aziatische vogelsoorten elkaar ontmoeten. De vogelbevolking hangt sterk af van regen en wordt in de winter aangevuld met trekvogels uit Centraal-Azië.

  • Acaciasavanne Acaciasavanne B1 Hoggar, Tamanrasset, Algerije 64 soorten

    Acaciasavanne bestaat uit open grasland met verspreide schermacacia's en andere doornige bomen. In het gidsgebied ligt deze formatie vooral in zuidwest-Arabië: de Tihama-kustvlakte en de uitlopers van de bergen in Jemen en zuidwest-Saoedi-Arabië, en de lagere delen van Dhofar in Oman. De vogelbevolking is overwegend Afrikaans van karakter, met soorten als Arabische trap, Grijze tok, Abessijnse scharrelaar, Rüppells wever, Arabische goudmus en Zwarte waaierstaart. Grote roofvogels als Bateleur en Oorgier zoeken hier naar voedsel. De zomerse moessonregens zetten het broedseizoen in gang; Witkeelbijeneter is een zomergast die dan uit Afrika arriveert.

    Naar de soorten

  • Doornstruweel van de Arabische vlakten Doornstruweel van de Arabische vlakten B2 Jebel Hafeet Desert Park, Al Ain, VAE 44 soorten

    Op de droge vlakten van oostelijk Arabië groeit een open doornstruweel van acacia's, ghaf (Prosopis cineraria) en andere droogtebestendige struiken, vaak op zand- of grindbodem. Deze formatie strekt zich uit over de Verenigde Arabische Emiraten, Oman, Qatar, Bahrein, Koeweit en het oosten van Saoedi-Arabië tot in het zuiden van Irak. Standvogels zijn onder meer Arabische babbelaar, Grijze frankolijn, Arabische kleine groene bijeneter, Zwartkruinvinkleeuwerik en Gestreepte dwergooruil. In de winter verandert het struweel sterk van karakter: dan arriveren Zijdestaart, Turkestaanse en Daurische klauwier, Dwergtjiftjaf en Hume's braamsluiper uit Azië, en in voor- en najaar trekken er grote aantallen zangvogels doorheen.

    Naar de soorten

Steppe en halfwoestijn C

Steppe en halfwoestijn beslaan grote delen van het gidsgebied tussen de beboste gebergten en de echte woestijn. Het zijn open, boomloze landschappen met grassen, polvormige struikjes en kruiden, waar de neerslag te gering is voor bos maar voldoende voor een gesloten of half gesloten vegetatie. Leeuweriken, tapuiten, zandhoenders, trappen en roofvogels bepalen het beeld, en in de winter verblijven hier veel trekvogels uit Europa en Azië.

  • Alfa-steppe en hoogvlakte Alfa-steppe en hoogvlakte C1 Bij Bou Saâda, Algerije 43 soorten

    Op de hoogvlakten tussen de Tell-Atlas en de Sahara-Atlas in Algerije, en in het oosten van Marokko en midden-Tunesië, strekt zich een uitgestrekte steppe uit die gedomineerd wordt door pollen alfagras (Stipa tenacissima), afgewisseld met alsem en kale vlakten. De winters zijn koud met nachtvorst, de zomers heet en droog. Kenmerkende broedvogels zijn Duponts leeuwerik, Diksnavelleeuwerik, Temmincks strandleeuwerik, Roodstuittapuit, Zwartbuikzandhoen en Westelijke kraagtrap. Kleine torenvalk en Lannervalk jagen boven de vlakten. Na winterregens volgt in het voorjaar een korte, intensieve broedperiode. In de winter verblijven hier onder meer Morinelplevier en Klapekster, en trekken zwermen leeuweriken en zandhoenders over de vlakten.

    Naar de soorten

  • Garrigue en kruidensteppe Garrigue en kruidensteppe C2 Bij Petra tou Romiou, Cyprus 91 soorten

    Garrigue is een lage, open begroeiing van aromatische struikjes zoals tijm, salie en stekelige pimpernel, vaak op kalkbodem en afgewisseld met kale rots en grazige plekken. Naar het binnenland gaat ze over in kruidensteppe met grassen en eenjarige planten. Deze formatie komt voor in Marokko, in de Levant (Israël, Libanon, Syrië en Jordanië) en in de Syrische en Iraakse steppe. In het voorjaar bloeit het landschap kort maar uitbundig en zingen Kalanderleeuwerik, Bergkalanderleeuwerik, Oostelijke blonde tapuit en Kleine zwartkop. In Marokko leeft nog een kleine populatie Grote trappen, overwintert de Kleine trap en foerageert de Heremietibis in de kustnabije steppe. In de winter verblijven hier Finsch' tapuit, Velduil en grote groepen leeuweriken en piepers; in de Syrische en Iraakse steppe overwintert de Steppekievit.

    Naar de soorten

Grasland en hooggebergte D

Boven de boomgrens van de hoogste gebergten liggen open graslanden, puinhellingen en alpiene vegetatie. In het gidsgebied gaat het om een klein, sterk versnipperd oppervlak, verdeeld over de Hoge Atlas, de gebergten van Libanon en de Hermon, en de hooglanden van Jemen en zuidwest-Saoedi-Arabië. Het klimaat is koel tot koud, in de noordelijke gebergten met sneeuw in de winter, en de vogelbevolking bestaat uit een mengeling van bergsoorten en eigen endemen.

  • Grasland en alpiene vegetatie van het hooggebergte Grasland en alpiene vegetatie van het hooggebergte D1 Djebel Toubkal, Marokko 26 soorten

    Boven de boomgrens maakt het bos plaats voor korte graslanden, polvormige doornstruikjes, puinhellingen en rotsplateaus. In de Hoge Atlas van Marokko, met de Toubkal als hoogste top van Noord-Afrika, begint deze zone rond 2.500 tot 3.000 meter; daarnaast komt ze voor op de hoogste delen van de Libanese gebergten en de Hermon en, in een subtropische variant, op de hoogvlakten van Jemen en het Asirgebergte. In de Atlas broeden Seebohms tapuit, Strandleeuwerik, Atlaswoestijnvink, Alpenkraai en Alpenkauw, en patrouilleert de Lammergier langs de hellingen. In de Arabische hooglanden leven Bruinborsttapuit en Jemenkneu. Het broedseizoen valt in de korte zomer; in de winter ligt er in de noordelijke gebergten sneeuw en trekken veel vogels naar lagere hellingen.

    Naar de soorten

Woestijn E

Woestijn beslaat het grootste deel van Noord-Afrika en het Arabisch Schiereiland, van de Sahara in Marokko, Algerije, Libië en Egypte tot de Arabische woestijnen met de Rub al-Khali in Saoedi-Arabië, Oman, Jemen en de Verenigde Arabische Emiraten. Neerslag is gering en onregelmatig; de temperatuur loopt uiteen van nachtvorst in de winter tot extreme hitte in de zomer. De vogelbevolking is soortenarm maar sterk gespecialiseerd, met leeuweriken, tapuiten, zandhoenders en kraagtrappen. Wadi's en oases zijn onmisbare rust- en drinkplaatsen voor trekvogels.

  • Zandwoestijn Zandwoestijn E1 Erg Chegaga, Marokko 15 soorten

    Zandwoestijn bestaat uit uitgestrekte duinvelden (erg) en zandvlakten met een zeer ijle begroeiing van taaie grassen en verspreide struiken. Grote zandzeeën liggen onder meer in Algerije (Grand Erg Occidental en Oriental), in het oosten van Marokko (Erg Chebbi), in de Grote Zandzee op de grens van Egypte en Libië, en op het Arabisch Schiereiland in de Rub al-Khali, de Nafud in Saoedi-Arabië en de Wahiba-zanden in Oman. Broeden hangt sterk af van regenval en valt meestal in late winter en voorjaar. Kenmerkend zijn de Witbandleeuwerik, Renvogel, Woestijnmus, Afrikaanse woestijngrasmus, Egyptische nachtzwaluw, Sahelzandhoen en Westelijke kraagtrap. Op het Arabisch Schiereiland overwinteren de Woestijngrasmus en de Oostelijke kraagtrap; in voor- en najaar steken talloze trekvogels de zandwoestijn over.

    Naar de soorten

  • Steenwoestijn Steenwoestijn E2 Reg in de Sahara, Marokko 41 soorten

    Steenwoestijn omvat de kale grindvlakten (reg) en rotsplateaus (hamada) die in de Sahara en Arabië een groter oppervlak beslaan dan de duinen. Begroeiing is beperkt tot lage struikjes en kortstondige kruiden na regen. Voorbeelden zijn de hamada's van Oost-Marokko en Algerije, de plateaus van Libië, de Oostelijke Woestijn van Egypte, de Negev in Israël, de basaltwoestijn van Oost-Jordanië en grote delen van centraal Saoedi-Arabië. Typische broedvogels zijn Diksnavelleeuwerik, Temmincks strandleeuwerik, Woestijnleeuwerik, Kroonzandhoen, Witkruintapuit, Woestijnvink en Bruinnekraaf; de Oorgier zoekt hier naar aas. Na regenrijke winters broeden leeuweriken in groter aantal. In de trektijd rusten Izabeltapuit en Tapuit op de vlakten, en de Steppearend trekt door en overwintert deels op het Arabisch Schiereiland.

    Naar de soorten

  • Wadi's en droge rivierbeddingen Wadi's en droge rivierbeddingen E3 Nahal Barak, Arava, Israël 97 soorten

    Wadi's zijn droge rivierbeddingen die slechts na zware regen kort water voeren. Door het grondwater groeien er acacia's, Ziziphus en tamarisken, wat in een verder kaal landschap schaduw, voedsel en nestgelegenheid biedt. Wadi's zijn kenmerkend voor de Sinaï in Egypte, de Negev en de Arava in Israël, het zuiden van Jordanië, het Hajargebergte in Oman, het westen van Saoedi-Arabië en Jemen. Typische soorten zijn Arabische babbelaar, Arabische buulbuul, Palestijnse honingzuiger, Maskerduif, Arabische woestijnpatrijs, Lichtensteins zandhoen, Gestreepte dwergooruil en Woestijnoehoe. In voor- en najaar gebruiken trekvogels als Ménétriés' zwartkop en Braamsluiper de acaciabomen om bij te tanken. Broeden valt grotendeels in het voorjaar, bij sommige soorten mede afhankelijk van regen.

    Naar de soorten

  • Oase en dadelpalmtuinen Oase en dadelpalmtuinen E4 Oase van Figuig, Marokko 86 soorten

    Oases zijn plaatsen waar bron- of grondwater landbouw mogelijk maakt midden in de woestijn. Dadelpalmen vormen een hoge laag, met daaronder irrigatiekanalen, fruitbomen, groentetuinen en akkertjes. Bekende oases liggen in het Drâa- en Tafilaltgebied in Marokko, rond Biskra en Ghardaïa in Algerije, rond Tozeur en Kebili in Tunesië, in Siwa, Dakhla en Kharga in Egypte, in Al-Ahsa in Saoedi-Arabië en rond Al Ain in de Verenigde Arabische Emiraten. Standvogels zijn onder meer Huisgors, Rosse waaierstaart, Palmtortel, Grauwe buulbuul, Grijze frankolijn en, in het oosten, Witoorbuulbuul. Van grote betekenis zijn oases als pleisterplaats tijdens de trek: in voor- en najaar rusten hier Fitis, Tuinfluiter, Bonte vliegenvanger, Grauwe klauwier en Hop na of voor de oversteek van de woestijn.

    Naar de soorten

Rotsachtig terrein F

Rotsachtig terrein omvat hooggebergten, kale rotsmassieven, kloven en kustkliffen. Belangrijke gebergten zijn de Atlas in Marokko en Algerije, de Ahaggar en Tassili n'Ajjer in de Sahara, de bergen van de Sinaï, de Libanon en Anti-Libanon, het Asir- en Hejazgebergte in Saoedi-Arabië, de hooglanden van Jemen en het Hajargebergte in Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. Rotswanden bieden nestplaatsen aan gieren, arenden, valken, uilen, gierzwaluwen en rotszwaluwen. Daarnaast is dit het domein van tapuiten, rotslijsters en steenpatrijzen, met diverse soorten die alleen in deze regio voorkomen.

  • Bergen en rotsformaties Bergen en rotsformaties F1 Tassili n'Ajjer, Algerije 98 soorten

    Deze formatie omvat berghellingen, rotsmassieven en hoogvlaktes boven de boomgrens, met kale rots, puin en lage, vaak doornige kussenplanten. In de Hoge Atlas van Marokko, die tot ruim 4.000 meter reikt, broeden Atlaswoestijnvink, Strandleeuwerik, Alpenkraai, Alpenkauw, Diadeemroodstaart, Seebohms tapuit en Barbarijse patrijs, en komt de Lammergier nog voor. In de bergen van de Sinaï, de Negev en Zuid-Jordanië leeft de Sinaïroodmus, in Libanon de Aziatische steenpatrijs en in het zuidwesten van het Arabisch Schiereiland de Arabische steenpatrijs en Philby's steenpatrijs. Op Socotra (Jemen) leven eigen soorten als Socotragors en Socotrabuizerd. Veel bergvogels trekken in de winter naar lagere hoogte; Alpenheggenmus en Rotskruiper verschijnen dan ook op lager gelegen rotsen.

    Naar de soorten

  • Kloven en canyons Kloven en canyons F2 Wadi Mujib, Jordanië 48 soorten

    Kloven en canyons zijn diep ingesneden dalen met steile rotswanden, soms met een permanente beek en oevervegetatie van oleander, tamarisk of riet. Bekende voorbeelden zijn de Todra- en Dadèskloven in Marokko, de kloven van het Aurès in Algerije, Wadi Mujib en de omgeving van Petra in Jordanië, de kliffen rond Ein Gedi aan de Dode Zee in Israël en de Qadishavallei in Libanon. Kenmerkende soorten zijn Tristrams spreeuw, Waaierstaartraaf, Vale rotszwaluw, Huisgierzwaluw, Havikarend, Vale gier, Palestijnse bosuil en Rouwtapuit; in Marokko ook de Zwarte tapuit en langs bergbeken de Waterspreeuw. De meeste soorten zijn standvogel en broeden in het voorjaar in rotsspleten en op richels. Thermiek langs de wanden trekt in de trektijd doortrekkende roofvogels aan.

    Naar de soorten

  • Kustrotsen en eilanden Kustrotsen en eilanden F3 Khasab, Musandam, Oman 28 soorten

    Kustrotsen en eilanden omvatten kliffen langs de Middellandse Zee en de Atlantische kust en de vele kleine eilanden in de Middellandse Zee, de Rode Zee, de Perzische Golf en de Arabische Zee. Ze zijn vooral van belang als broedplaats voor zeevogels, ongestoord door roofdieren. Aan de Atlantische kust van Marokko broedt de Heremietibis op kustkliffen bij Souss-Massa, en op de eilanden bij Essaouira de Eleonora's valk. Op eilanden in de Middellandse Zee broeden Audouins meeuw, Kuifaalscholver en Stormvogeltje. In de Rode Zee zijn Witoogmeeuw, Brilstern, Bruine gent en Roodsnavelkeerkringvogel typerend; in de Perzische Golf broedt de Socotra-aalscholver. Eleonora's valk en Woestijnvalk broeden laat in de zomer, wanneer trekkende zangvogels als prooi beschikbaar zijn.

    Naar de soorten

Binnenwater en moeras G

Zoet water is schaars in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, en waar het voorkomt trekt het grote aantallen vogels aan. Belangrijke wateren zijn de Nijl met zijn delta, de Eufraat en Tigris met de Mesopotamische moerassen in Irak, de Jordaanvallei, de wetlands van Marokko, Algerije en Tunesië en de zoutvlakten en lagunes langs de kusten. Daarnaast zijn stuwmeren en visvijvers steeds belangrijker geworden. Deze wateren zijn onmisbaar als rust- en overwinteringsgebied voor eenden, steltlopers, reigers, pelikanen en kraanvogels op de trekroutes tussen Eurazië en Afrika.

  • Rivieren en Nijldelta Rivieren en Nijldelta G1 Nijl, Egypte 83 soorten

    Deze formatie omvat stromende rivieren met hun oevers, zandbanken, galerijbossen en de natte landbouwgebieden van rivierdelta's. De Nijl vormt een groene strook door Egypte en waaiert uit in de Nijldelta met kanalen, rijstvelden en lagunes. In het oosten stromen de Eufraat en Tigris door Syrië en Irak; verder zijn de Jordaan en rivieren in Marokko zoals de Moulouya en de Sebou van belang. Kenmerkende soorten zijn Bonte ijsvogel, Nijlgans, Sporenkievit, Smyrna-ijsvogel, Senegalese spoorkoekoek in de Nijldelta, Iraakse babbelaar in Irak en Grote griel op zandbanken. In de winter verblijven hier grote aantallen Kokmeeuwen, Witwangsterns, reigers en eenden, en rivierdalen dienen als trekroutes voor zwaluwen en kwikstaarten.

    Naar de soorten

  • Riet- en moerasgebieden Riet- en moerasgebieden G2 Azraq Wetland Reserve, Jordanië 135 soorten

    Riet- en moerasgebieden zijn ondiepe, begroeide wateren met rietkragen, biezen, papyrus of lisdodde, afgewisseld met open plassen en natte graslanden. Het grootste moerasgebied zijn de Mesopotamische moerassen in Zuid-Irak. Andere belangrijke gebieden zijn de Hulavallei in Israël, de lagunes van de Nijldelta zoals Manzala en Burullus in Egypte, Ichkeul in Tunesië, de wetlands rond El Kala in Algerije en Merja Zerga in Marokko. In Irak broeden Basrakarekiet en Iraakse babbelaar; verder zijn Purperreiger, Woudaapje, Bruine kiekendief, Witoogeend, Marmereend en Grote karekiet kenmerkend, en in Marokko de Knobbelmeerkoet. In de winter verblijven grote aantallen eenden en reigers in deze moerassen, en in de Hulavallei overwinteren tienduizenden Kraanvogels.

    Naar de soorten

  • Zoutmeren, chotts en sebkha's Zoutmeren, chotts en sebkha's G3 Chott el Djerid, Tunesië 53 soorten

    Zoutmeren, chotts en sebkha's zijn vlakke, zoute laagten die in de winter na regen onderlopen en in de zomer uitdrogen tot zoutkorsten. Begroeiing bestaat hooguit uit zoutminnende planten langs de randen. Grote chotts liggen in Tunesië (Chott el Djerid) en Algerije (Chott Melrhir); sebkha's en kustlagunes komen voor langs de Libische kust, aan de kusten van de Golfstaten, in het Bardawilmeer in de Noord-Sinaï en in de Wadi Natrun in Egypte, en in Syrië ligt het zoutmeer Sabkhat al-Jabbul. Na regenrijke winters broedt hier de Flamingo, soms in grote kolonies. Verder zijn Kluut, Steltkluut, Strandplevier, Dunbekmeeuw, Lachstern, Witkopeend en Kleine kortteenleeuwerik kenmerkend. In de trektijd en winter rusten er grote aantallen steltlopers zoals Kleine strandloper en Bonte strandloper.

    Naar de soorten

  • Stuwmeren en kunstmatig water Stuwmeren en kunstmatig water G4 Qaraoun-meer, Bekaa, Libanon 106 soorten

    Deze formatie omvat stuwmeren, visvijvers, waterzuiveringsbekkens, irrigatiebassins en andere door mensen aangelegde wateren. Grote stuwmeren zijn het Nassermeer in Egypte, het Assadmeer in Syrië en de stuwmeren in Irak, Marokko en Tunesië. In Israël vormen visvijvers in de Hula- en Beit She'anvallei belangrijke foerageergebieden, en in de Golfstaten trekken waterzuiveringsvijvers in de woestijn veel vogels aan. Kenmerkend zijn Fuut, Geoorde fuut, Kuifeend, Witkopeend, Marmereend, Kokmeeuw en Visarend. Tijdens de trek benutten Roze pelikaan, Ooievaar en Kraanvogel deze wateren als pleisterplaats. In de winter verblijven er grote aantallen eenden en futen, en door de ligging in de woestijn worden er ook regelmatig dwaalgasten uit Azië en Noord-Amerika waargenomen.

    Naar de soorten

Zee en kust H

Noord-Afrika en het Midden-Oosten worden omringd door zeer verschillende zeeën: de Atlantische Oceaan langs Marokko, de Middellandse Zee, de warme en zoute Rode Zee, de ondiepe Perzische Golf en de Golf van Oman met de Arabische Zee. Deze hoofdgroep omvat de open zee, mangrovebossen, lagunes met stranden en getijdenvlakten, en koraalkusten. Voor vogels zijn deze kusten van groot belang als broedplaats voor zeevogels en sterns en als overwinterings- en rustgebied voor steltlopers en meeuwen.

  • Open zee Open zee H1 Bab-el-Mandeb, Rode Zee 61 soorten

    De open zee omvat de wateren buiten het zicht van de kust, waar vogels vrijwel uitsluitend op het water of in de lucht leven en alleen aan land komen om te broeden, vaak op kale eilanden. In de Middellandse Zee horen hierbij Scopoli's pijlstormvogel, Yelkouanpijlstormvogel, Audouins meeuw en Eleonora's valk, die laat in de zomer broedt en op trekkende zangvogels jaagt. Langs de Atlantische kust van Marokko trekken in het najaar en de winter Jan-van-gent, Grote jager en Rosse franjepoot voorbij. In de Rode Zee, de Golf van Oman en de Arabische Zee vliegen tropische soorten als Roodsnavelkeerkringvogel, Maskergent, Perzische pijlstormvogel en Wilsons stormvogeltje. De Socotra-aalscholver broedt in grote kolonies op eilanden in de Perzische Golf. Veel soorten zijn vooral vanaf boten of tijdens zeetrekobservaties vanaf kapen te zien.

    Naar de soorten

  • Mangrove Mangrove H2 Khor Kalba, VAE 24 soorten

    Mangrove bestaat in deze regio vrijwel alleen uit lage bossen van de grijze mangrove (Avicennia marina), die groeien in beschutte, slikkige baaien en kreken in de getijdenzone. Ze komen voor langs de Rode Zee in Egypte, Saoedi-Arabië en Jemen, langs de Perzische Golf in onder meer de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar en Bahrein, en langs de kust van Oman. De mangrove dient als schuil- en foerageerplek voor reigers en als hoogwatervluchtplaats voor steltlopers, die vooral van het najaar tot het voorjaar talrijk zijn. Kenmerkende soorten zijn Mangrovereiger, Westelijke rifreiger, Goliathreiger, Krabplevier, Terekruiter, Indische karekiet en Witkraagijsvogel, die in de regio vrijwel aan mangrove gebonden is. Ook Visarend en Regenwulp zijn hier regelmatig te zien.

    Naar de soorten

  • Lagunes, stranden en getijdenvlakten Lagunes, stranden en getijdenvlakten H3 Nationaal Park Khenifiss, Marokko 123 soorten

    Deze formatie omvat zandstranden, kustlagunes, zoutpannen, slikken en getijdenvlakten. Belangrijke gebieden liggen aan de Atlantische kust van Marokko, in de Golf van Gabès in Tunesië, in de lagunes van de Nijldelta in Egypte, langs de Perzische Golf in Koeweit, Bahrein en de Emiraten en aan de kust van Oman. Van het najaar tot het voorjaar overwinteren hier grote aantallen steltlopers zoals Bonte strandloper, Kleine strandloper, Rosse grutto, Zilverplevier en Strandplevier; tijdens de trek komen er nog veel meer bij. Ondiepe zoute lagunes trekken Flamingo, Kluut en Lepelaar aan. In de zomer broeden op stranden en eilandjes onder meer Dwergstern, Lachstern, Reuzenstern en Dunbekmeeuw, en in de Golf ook Krabplevier en Saunders' dwergstern.

    Naar de soorten

  • Koraalkust Koraalkust H4 Ras Mohammed, Sinaï, Egypte 10 soorten

    De koraalkust bestaat uit rotsige en zandige kusten met franjeriffen, koraaleilandjes en ondiepe heldere wateren. Deze formatie is vooral kenmerkend voor de Rode Zee, langs de kusten van Egypte, Israël (Eilat), Saoedi-Arabië en Jemen, en komt ook voor in delen van de Perzische Golf en langs Oman. Op kale koraaleilandjes broeden in de zomer kolonies van Brilstern, Arabische stern, Bengaalse stern, Dougalls stern en Noddy, vaak samen met Bruine gent. De Witoogmeeuw is een eindemiet van de Rode Zee en de Golf van Aden; Hemprichs meeuw komt in een groter deel van de regio voor. Langs de riffen foerageren Westelijke rifreiger en Mangrovereiger. Buiten het broedseizoen trekken veel sterns weg naar zee.

    Naar de soorten

Cultuurland I

Landbouw heeft in Noord-Afrika en het Midden-Oosten een zeer lange geschiedenis: in de Vruchtbare Sikkel, de Nijlvallei en de Maghreb wordt al duizenden jaren akkerbouw bedreven. Deze hoofdgroep omvat akkers en geïrrigeerde landbouwgronden en boomgaarden, olijfgaarden en dadelplantages. In een droge regio vormen bevloeide gewassen en beschaduwde boomgaarden groene eilanden die zowel standvogels als grote aantallen trekvogels en wintergasten aantrekken.

  • Akkers en irrigatielandbouw Akkers en irrigatielandbouw I1 Oase Akka, Marokko 179 soorten

    Deze formatie omvat graanakkers, weilanden, braakliggende velden en geïrrigeerde landbouwgebieden, van de vlakten van Marokko en Tunesië tot de Nijlvallei en -delta in Egypte, het stroomgebied van Eufraat en Tigris in Irak en de bevloeide akkers met cirkelvormige sproei-installaties in Saoedi-Arabië. Het hele jaar leven hier soorten als Kuifleeuwerik, Graszanger, Spaanse mus en Koereiger, die vaak achter ploegen en vee aan foerageert. In de winter verschijnen Kraanvogel, Kievit, Veldleeuwerik, Graspieper en roofvogels zoals Bruine kiekendief en Torenvalk. Tijdens de trek in voor- en najaar rusten Ooievaar, Gele kwikstaart en Roze spreeuw op de akkers. In Marokko komen op open akkers ook Kleine trap en Grote trap voor.

    Naar de soorten

  • Boomgaarden, olijf- en dadelplantages Boomgaarden, olijf- en dadelplantages I2 Boomgaarden bij Meknès, Marokko 117 soorten

    Boomgaarden, olijfgaarden en dadelpalmplantages vormen een halfopen, door mensen aangelegd bomenlandschap. Olijfgaarden zijn wijdverbreid in Marokko, Tunesië en de Levant; dadelpalmen domineren de oases van de Sahara en het Arabisch Schiereiland, de Nijlvallei en het zuiden van Irak. Veel standvogels, zoals Turkse tortel, Palmtortel, Hop en buulbuuls (Arabische buulbuul in de Levant en Arabië, Grauwe buulbuul in de Maghreb), vinden hier voedsel en nestplaatsen. In de zomer broeden Zomertortel, Wielewaal en Roodkopklauwier, en in de Levant Griekse spotvogel. Tijdens de trek zijn plantages belangrijke rustplaatsen voor zangvogels. In de winter is de Zijdestaart, een specialiteit van het Midden-Oosten, vooral te vinden in dadelpalmplantages rond de Perzische Golf.

    Naar de soorten

Bebouwd gebied J

Bebouwd gebied omvat steden, dorpen, tuinen en parken. In een grotendeels droge regio bieden bevloeide tuinen en parken water, schaduw en voedsel, en gebouwen dienen als nestplaats voor soorten die van nature op rotsen broeden. Steden langs de kusten en in de oases trekken ook trekvogels aan die er tijdelijk rusten. Daarnaast hebben zich in veel steden van de regio uitheemse soorten gevestigd, vooral rond de Perzische Golf en in Israël.

  • Tuinen, parken en bebouwing Tuinen, parken en bebouwing J1 Koutoubiatuinen, Marrakesh, Marokko 139 soorten

    Deze formatie omvat stadsparken, villatuinen, begraafplaatsen, hotelterreinen, dorpen en stedelijke bebouwing, van Casablanca en Caïro tot Tel Aviv, Riyad en Dubai. Algemene standvogels zijn Huismus, Rotsduif, Turkse tortel, Palmtortel en Witte kwikstaart, en in de Levant en Arabië Arabische buulbuul en Palestijnse honingzuiger. Gebouwen bieden nestplaatsen aan Gierzwaluw, Vale gierzwaluw, Huiszwaluw en Kleine torenvalk. Uitheemse soorten als Huiskraai, Treurmaina en Halsbandparkiet zijn in veel steden langs de Rode Zee en de Perzische Golf talrijk geworden. In het voor- en najaar gebruiken trekvogels zoals Tjiftjaf, Zwartkop en Grauwe vliegenvanger groene tuinen en parken als rustplaats; in de winter overwinteren er onder meer Zwarte roodstaart en Roodborst.

    Naar de soorten

Indeling: Sayre, R. e.a. (2013), <em>A New Map of Standardized Terrestrial Ecosystems of Africa</em> (NatureServe / USGS / American Association of Geographers), gebaseerd op de macrogroepen van de International Vegetation Classification (IVC). Formaties buiten het bereik van deze vegetatie-indeling (open zee, kustrotsen, cultuurland, bebouwd gebied) volgen een eigen, voor deze gids geschreven indeling. De namen en beschrijvingen zijn voor deze gids vertaald en geschreven.