Alle soorten › Ooievaarachtigen › Ooievaars › Zwarte ooievaar
Zwarte ooievaar | Ciconia nigra
Black Stork | Cigüeña negra
Een schuwe, glanzend zwarte ooievaar met witte buik en rode snavel en poten. In het gidsgebied is hij vooral een doortrekker langs de oostelijke trekroute over de Levant en de Sinaï, met een kleine, groeiende winterpopulatie in Israël; elders is hij een schaarse gast van rivieren, visvijvers en oases.
Geluid
Stiller dan de ooievaar, maar aan het nest wel vocaal: een reeks hijgende, fluitende tonen, ongewoon voor een ooievaar. Klappert ook met de snavel, maar zachter. Op de trek vrijwel stil.
Opname: Francesco Sottile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Kop, hals, borst en bovendelen zijn zwart met een sterke groene en paarse glans; buik, flanken en okselveren zijn wit. Snavel en poten zijn helrood, het oog wordt omringd door naakte rode huid. Jonge vogels zijn doffer bruinzwart, zonder glans, met een grijsgroene snavel en grijsgroene poten. In de vlucht een grote donkere ooievaar met een witte driehoek tussen vleugel en buik, gestrekte hals en uitstekende poten; zweeft met vlakke vleugels, vaak alleen of in kleine groepen tussen ooievaars en roofvogels.
Verwarringssoorten
De Abdims ooievaar (Ciconia abdimii) van Zuidwest-Arabië is kleiner, met een korte grijsgroene snavel, een blauw gezicht en een witte onderrug, die in de vlucht goed te zien is. Jonge zwarte ooievaars met hun groenige snavel kunnen daarop lijken, maar hebben een donkere rug. De zwarte ibis (Plegadis falcinellus) is veel kleiner, geheel donker en heeft een gebogen snavel.
Leefgebied
Heldere rivieren, beken en meren, visvijvers, moerassen en overstroomde velden, op de trek ook wadi's met poelen, oases en irrigatiegebied; in de winter in Israël vooral visvijvers en waterbekkens. Broedt in rustige bossen of op richels in rotswanden en kloven, ver van mensen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Broedde vroeger in klein aantal in Noord-Marokko (Rif en het gebied rond Tanger); recente broedgevallen zijn zeldzaam en onzeker. Op de trek passeert het grootste deel van de Oost-Europese populatie via Syrië, Libanon, Israël (met name de Jordaanvallei, de Arava en Eilat) en Jordanië, de Sinaï en de Golf van Suez naar het Nijldal en Oost-Afrika; in Israël overwinteren enkele honderden vogels, vooral in de Bet She'an- en Hulavallei, en kleinere aantallen in het Nijldal, Irak en Syrië. Op het Arabisch schiereiland een schaarse doortrekker en wintergast, onder meer in Saoedi-Arabië, Jemen, Oman, de Emiraten en Koeweit. In de Maghreb een schaarse doortrekker via de Straat van Gibraltar, met enkele overwinteraars in Noord-Marokko; in Algerije, Tunesië en Libië zeldzaam. Daarbuiten broedt hij van het Iberisch schiereiland en Midden-Europa tot Oost-Azië, met een standvogelpopulatie in zuidelijk Afrika; de Europese vogels overwinteren in de Sahel en Oost-Afrika.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Israël zijn de visvijvers van de Bet She'an-vallei en de Hulavallei van november tot februari de beste plek; in maart en september trekken groepen over Eilat en de Arava. In Jordanië trekt hij door over de Jordaanvallei en Aqaba.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd; de Europese populatie is na een historische ineenstorting deels hersteld. Langs de trekroutes bedreigen jacht, elektrocutie en het verlies van wetlands de vogels; de Noord-Afrikaanse broedpopulatie is vrijwel verdwenen. De groeiende winterpopulatie in Israël profiteert van visvijvers.
Wetenschappelijke naam
Ciconia nigra | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Ardea nigra; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ciconia werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Ciconia is het Latijnse woord voor 'ooievaar'. nigra is Latijn voor 'zwart', naar het donkere verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.


