Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Witstuitkanarie

Witstuitkanarie | Crithagra leucopygia

White-Rumped Seedeater | Serín culiblanco

De witstuitkanarie is een kleine, grijsbruine kanarie van de Sahel met een opvallende witte stuit, in Europa en Noord-Afrika bekend als zangvogel in de kooivogelhandel. In het gidsgebied is hij alleen in Zuid-Algerije gezien, waarschijnlijk afkomstig van ontsnapte kooivogels.

Witstuitkanarie (Crithagra leucopygia)
Foto: Francesco Veronesi from Italy — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is lang, helder en zeer melodieus, met fluitende en trillende tonen; om deze zang wordt hij veel als kooivogel gehouden. De roep is een zacht, stijgend tsuiet.

Luister: ZangXC1151262

Opname: Julien Birard — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm, klein en gedrongen, met een korte, dikke, bleke hoornkleurige snavel. De bovendelen zijn grijsbruin met fijne donkere streping, de stuit is helder wit en valt vooral in vlucht op. De onderdelen zijn vuilwit, met fijne, vage streping op borst en flanken; het gezicht is vrij effen grijsbruin met een lichte keel. Vleugel en staart zijn donkerbruin met lichte randen. Man en vrouw zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De Europese kanarie (Serinus serinus) en de Syrische kanarie (Serinus syriacus) hebben een gele stuit en geel in kop of borst. Vrouwtjes van de kneu (Linaria cannabina) zijn groter, met een witachtige keel en witte vlakken in vleugel en staart maar geen witte stuit. Het zilverbekje (Euodice cantans), dat in hetzelfde gebied in de kooivogelhandel voorkomt, heeft een zilverblauwe snavel, een zwarte stuit en een lange, spitse zwarte staart.

Leefgebied

In zijn eigen areaal droge savanne, acaciastruweel, akkers en dorpen in de Sahel. In Zuid-Algerije waargenomen in de stad Tamanrasset, tussen tuinen en bebouwing.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Van nature in de Sahel en de Soedanzone, van Senegal en Gambia via Mali, Niger, Tsjaad en Soedan tot Eritrea, Ethiopië en Noord-Oeganda. In het gidsgebied alleen in Algerije: een eerste waarneming in het zuiden rond 2020 en een zingende vogel in het centrum van Tamanrasset op 31 januari 2022. In de vogelwinkels van Tamanrasset worden honderden vogels uit de Sahel te koop aangeboden, en volgens handelaren ontsnappen er geregeld; beide waarnemingen worden daarom als ontsnapte kooivogels beschouwd. De soort komt uit het gidsgebied zelf niet voort.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Een witstuitkanarie in het gidsgebied is vrijwel zeker een ontsnapte vogel. Wie in Tamanrasset of een andere stad in de Algerijnse Sahara een kleine grijze kanarie met een witte stuit ziet of hoort zingen, doet er goed aan de waarneming te documenteren met foto of geluidsopname.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in de Sahel algemeen. In het gidsgebied een ontsnapte kooivogel; met de omvangrijke handel in Tamanrasset is vestiging van een kleine populatie in de toekomst niet uitgesloten.

Wetenschappelijke naam

Crithagra leucopygia | Sundevall, 1850

Sundevall beschreef de soort in 1850 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Crithagra werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Crithagra komt van het Griekse krithē, 'gerst', en agra, 'jacht' — een 'gerstjager', naar het zaadetende dieet van deze kanaries en zaadeters. leucopygia is Grieks voor 'witstuitig', van leukos 'wit' en pugē 'stuit'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sennar in Soedan.