Alle soorten › Zangvogels › IJsgorzen en sneeuwgorzen › Sneeuwgors
Sneeuwgors | Plectrophenax nivalis
Snow Bunting | Escribano nival
Een arctische gors die in het gidsgebied slechts als uitzonderlijke dwaalgast is vastgesteld. Een sneeuwgors op een Marokkaans strand of aan de Middellandse Zeekust van Israël is een vogel ver buiten zijn normale winterkwartieren in Noord- en Midden-Europa en de steppen van Centraal-Azië.
Geluid
De vluchtroep is een klaterend, rollend tirrirrirrit, afgewisseld met een helder, wat weemoedig tjuu. De zang hoort bij het broedgebied en is in de winter vrijwel niet te horen.
Opname: Mats Rellmar — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Fors en gedrongen voor een gors, met korte poten, een korte hals en lange, spitse vleugels. Elk kleed toont een groot wit vleugelveld, witte buitenste staartpennen en een witte buik. In de winter, het kleed waarin hij hier verschijnt, zijn kruin, oorstreek en borstzijden warm okerbruin overwassen, is de rug zwartbruin gestreept en is de snavel geeloranje met een donkere punt. Vrouwtjes en eerstejaars vogels hebben minder wit in de vleugel en een doffere kop. Het zomermannetje is zuiver wit met een zwarte rug en zwarte vleugelpunten. Loopt muisachtig over het zand.
Verwarringssoorten
In het gebied is er geen echte gelijkenis. De strandleeuwerik (Eremophila alpestris) heeft een zwart-geel kopmasker en geen wit in de vleugel. De ijsgors (Calcarius lapponicus), zelf in het gebied niet vastgesteld, is bruiner, met een roestrode vleugelbalk en weinig wit. Een opvliegende sneeuwgors kan door het witte vleugelveld even aan een kleine witte meeuw of een witvleugelige vink doen denken, maar de witte vlakken in vleugel en staart samen zijn kenmerkend.
Leefgebied
In de winter op open, kale grond: zandstranden met aanspoelsel, kustvlakten, kale akkers en hoogvlakten en, zeer uitzonderlijk, berggrasland. De vogels in het gebied werden op een strand en in de Middel-Atlas gezien.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In Marokko enkele gevallen: twee vogels bij Oualidia aan de Atlantische kust in februari 1964, drie bij Anergui in de Middel-Atlas in maart 1982, en een eerste geval voor de Atlantische Sahara, gemeld in 2014. In Israël verbleef een vogel van december 2013 tot in februari 2014 op het strand van Akko. Uit de rest van het gebied zijn ons geen zekere gevallen bekend. Broedt circumpolair op de arctische toendra en in kale bergen van Schotland, Scandinavië, IJsland, Groenland, Noord-Rusland en Noord-Amerika; overwintert zuidwaarts tot de kusten van Noordwest-Europa, de steppen van Centraal-Azië en het noorden van de Verenigde Staten.
Hoe en wanneer kijken
Een sneeuwgors in het gebied is een buitengewone zeldzaamheid; maak foto's en meld de waarneming bij de nationale zeldzaamhedencommissie. De kans is het grootst na strenge koude-inzinkingen in Europa, op stranden en kustvlakten.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, al neemt de soort in delen van het broedgebied af. In het gidsgebied een zeer zeldzame dwaalgast met slechts een handvol gevallen sinds 1964: enkele in Marokko en één in Israël (winter 2013–2014).
Wetenschappelijke naam
Plectrophenax nivalis | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Emberiza nivalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Plectrophenax werd in 1882 ingevoerd door Stejneger. Plectrophenax is Grieks, van plēktron 'spoor', naar de lange achterklauw, en phenax 'bedrieger'. nivalis is Latijn voor 'sneeuwwit', bij nix, nivis 'sneeuw', naar het witte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lapland.

