Alle soorten › Zangvogels › Rietzangers › Kleine spotvogel

Kleine spotvogel | Iduna caligata

Booted Warbler | Zarcero escita

De kleine spotvogel is de kleinste van de vale spotvogels, een compacte, zandbruine zanger uit de steppen van Rusland en Centraal-Azië die in India overwintert. Zijn trekroute loopt grotendeels ten noorden en oosten van het gidsgebied, zodat hij hier alleen een zeldzame doortrekker is, vooral in het oosten van Arabië. Elke waarneming vraagt om een zorgvuldige scheiding van Sykes' spotvogel.

Kleine spotvogel (Iduna caligata)
Foto: Shino jacob koottanad — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Doortrekkers zwijgen meestal, maar roepen wel: een droog, hard tsjek of tek, vaak in korte reeksjes, dat niet van Sykes' spotvogel te scheiden is. De zang, in het broedgebied, is een snel, hoog en droog geratel met korte, herhaalde motiefjes, veel sneller en scherper dan die van Sykes' spotvogel.

Luister: ZangXC914170

Opname: Lars Edenius — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11,5–12,5 cm. Klein, rond en kortstaartig, eerder braamsluiperachtig dan karekietachtig. Bovendelen grijsbruin, in vers najaarskleed met een warme zandbruine waas; onderdelen wit met beige flanken. De kop draagt het kenmerk: een witte wenkbrauwstreep die duidelijk tot achter het oog doorloopt, van boven begrensd door een vage donkere zijkruinstreep. De snavel is kort en fijn, en de oranje ondersnavel heeft een donkere punt. Geen bleek vleugelpaneel; de handpenprojectie is ongeveer de helft tot tweederde van de tertials. De korte, recht afgesneden staart heeft een witte buitenvlag aan de buitenste pen. Poten grijsbruin tot vleeskleurig. Geslachten gelijk.

Verwarrings­soorten

Sykes' spotvogel (Iduna rama), die in het gebied veel vaker voorkomt, is groter en langer, koeler zandgrijs, met een langere snavel zonder donkere punt, een vlakker gezicht zonder donkere zijkruinstreep, een kortere handpenprojectie en een langere staart die hij voortdurend omlaag pompt. De Oostelijke vale spotvogel (Iduna pallida) is duidelijk groter en langsnaveliger en tikt eveneens met de staart. De braamsluiper (Curruca curruca) heeft een donker masker en een grijze kop; de tjiftjaf (Phylloscopus collybita) heeft een fijne, spitse snavel en beweegt veel lichter.

Leefgebied

Op de trek in lage struiken en ruigte: acacia- en Prosopisstruweel, tamarisk in wadi's, randen van akkers en irrigatielandbouw, parken en tuinen in de woestijn. Foerageert laag en beweeglijk in het blad.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Zeldzame doortrekker, vooral in het najaar (half augustus – oktober) en minder in het voorjaar (april – mei), bijna alleen in het oosten van Arabië: enkele gevallen per jaar in de Emiraten en Oman, en zeldzaam in Qatar, Bahrein en Oost-Saoedi-Arabië. In Koeweit is hij een uiterst zeldzame dwaalgast met vier gevallen tussen 2006 en 2013, alle in het Sabah Al-Ahmad-reservaat. Uit Israël, Jordanië, Irak en Egypte zijn er hooguit enkele gevallen, uit Noord-Afrika geen zekere. Daarbuiten broedt de soort van Wit-Rusland, Midden-Rusland en Kazachstan tot West-Mongolië en de bovenloop van de Jenisej, en overwintert op het Indisch Subcontinent.

  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Een kleine, ronde vale spotvogel met een duidelijke wenkbrauwstreep en een snavel met donkere punt in een tuin of struweel in de Emiraten of Oman in september is het zoeken waard; fotografeer de snavel, het gezicht en de vleugel en meld de vogel bij de nationale zeldzaamhedencommissie.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd; de soort is in het broedgebied wijdverbreid en breidt zich in Europees Rusland naar het westen uit. In het gidsgebied een zeldzame gast zonder eigen bedreigingen. Veel oudere waarnemingen van ‘kleine spotvogels’ in Arabië stammen uit de tijd dat Sykes' spotvogel nog als ondersoort werd behandeld en betreffen waarschijnlijk die soort.

Wetenschappelijke naam

Iduna caligata | (Lichtenstein, 1823)

Lichtenstein beschreef de soort in 1823 als Sylvia caligata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Iduna werd in 1840 ingevoerd door Keyserling & Blasius. Iduna wordt gewoonlijk in verband gebracht met Iðunn, in de Noorse mythologie de godin die de appels van de eeuwige jeugd bewaakte; de naamgevers lichtten de naam niet toe en er zijn ook andere afleidingen voorgesteld. caligata is Latijn voor 'gelaarsd', van caliga 'laars'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Ilek bij Orenburg.