Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Huiskraai

Huiskraai | Corvus splendens

House Crow | Corneja india

Een brutale, luidruchtige stadskraai uit Zuid-Azië die met schepen over de Indische Oceaan is meegereisd en zich in vrijwel alle havensteden rond Arabië heeft gevestigd. De soort hoort niet van nature in het gidsgebied thuis en wordt op veel plaatsen bestreden, omdat ze inheemse vogels verdringt, nesten plundert en overlast geeft.

Huiskraai (Corvus splendens)
Foto: Shagil Kannur — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een vlak, nasaal, droog kaa-kaa, hoger en minder schrapend dan bij de zwarte kraai, in korte reeksen; daarnaast ratelende alarmroepen en veel gemompel en geklik in groepen. Rond de slaapbomen bij zonsopkomst en zonsondergang oorverdovend.

Luister: RoepXC1169643

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Slanker en kleiner dan de zwarte kraai, met lange poten, een hoog, steil voorhoofd en een lange, tamelijk rechte snavel. Zwart met groene tot paarse glans; nek, achterhoofd, borst en bovenbuik zijn asgrijs tot grijsbruin, als een sjaal om het zwarte voorhoofd, gezicht en de zwarte keel. In de vlucht smalle, vrij lange vleugels en een lange, afgeronde staart, met een lichtere, snellere slag dan een zwarte kraai. Jonge vogels zijn doffer en het grijs is minder scherp begrensd.

Verwarrings­soorten

De zwarte kraai (Corvus corone), in de bonte vorm in Egypte en de Levant, is groter en forser, met grijs over de hele rug en buik en een zwarte kop zonder grijze nek. De kauw (Coloeus monedula) is kleiner en heeft een licht oog. De bruinnekraaf (Corvus ruficollis) is veel groter en geheel zwart met een bruine waas. Treurmaina's (Acridotheres tristis) en Indische koels (Eudynamys scolopaceus), eveneens stadsvogels in de Golfstaten, zijn kleiner en anders gekleurd, maar de koel gebruikt huiskraaien als gastheer.

Leefgebied

Strikt gebonden aan de mens: havens, kustplaatsen, markten, vismarkten, vuilstorten, parken en tuinen, plantages en mangroverand. Slaapt in grote groepen in bomen in de stad en foerageert op de vloedlijn, bij visafslagen en op afval. Komt zelden ver van de kust of van bebouwing.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Uitsluitend geïntroduceerd. In Jemen sinds de jaren 1840 in Aden en van daaruit langs de kust, onder meer in Al Hudaydah en Al Mukalla; op Socotra in 2009 uitgeroeid. In Saoedi-Arabië in Jeddah sinds 1978 (later tienduizenden vogels), in Yanbu sinds 1986 en bij Haql aan de Golf van Aqaba sinds 1989, en aan de Golfkust in Ras Tanura en Dammam sinds de jaren 1980. In Oman algemeen tot talrijk langs de kust, in de Verenigde Arabische Emiraten zeer algemeen langs beide kusten, in Qatar plaatselijk (vooral het eiland Halul), in Bahrein standvogel en in Koeweit schaars. In Egypte sinds rond de jaren 1970 gevestigd in de steden langs het Suezkanaal en de Golf van Suez; in Israël in Eilat sinds eind jaren 1970 en in Jordanië in Aqaba. In Irak hooguit schaars in het zuiden. Van nature broedt de soort van Iran en Pakistan door het Indisch subcontinent tot Myanmar; ook elders langs de Indische Oceaan (Oost-Afrika, Djibouti, Soedan) geïntroduceerd, en schepen brengen hem als dwaalgast tot in Europa.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Elke haven in de Golfstaten of aan de Rode Zee is een goede plek; de slaapplaatsen in parken van Dubai, Muscat en Jeddah trekken grote aantallen vogels. Meld vestiging op nieuwe plaatsen aan de lokale autoriteiten of vogelorganisaties, want vroeg ingrijpen werkt.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een invasieve exoot die op meerdere plaatsen actief wordt bestreden (met succes op Socotra; gedeeltelijk in Ras Tanura en Jeddah); hij verdringt inheemse soorten, plundert nesten van zangvogels en sterns en is een plaag voor landbouw en volksgezondheid.

Wetenschappelijke naam

Corvus splendens | Vieillot, 1817

Vieillot beschreef de soort in 1817 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Corvus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Corvus is het Latijnse woord voor 'raaf'. splendens is Latijn voor 'glanzend, schitterend', naar de glans op het verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bengalen.