Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Bruinnekraaf

Bruinnekraaf | Corvus ruficollis

Brown-Necked Raven | Cuervo desertícola

De raaf van de woestijn: in de hele Sahara en op het Arabisch schiereiland is dit de grote zwarte vogel bij oases, wegrestaurants, kamelenkampen en vuilnisbelten. Hij is slanker en lichter gebouwd dan de raaf en deelt in de Maghreb, de Levant en het noorden van Irak de randen van zijn gebied met die soort, wat het onderscheid tot een van de klassieke determinatievragen van het gebied maakt.

Bruinnekraaf (Corvus ruficollis)
Foto: El Golli Mohamed — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een langgerekt, nasaal, tamelijk hoog aaarrgh of kraaah, vaak met een klaaglijke uithaal, meestal twee of drie keer herhaald. Daarnaast een droog geratel, een kort blaffend kok bij het nest en zacht gemompel tussen partners. Hij klinkt schraler en hoger dan de diepe kronk van de raaf.

Luister: VluchtroepXC1104489

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Een slanke, langvleugelige raaf met een lange, betrekkelijk slanke snavel waarvan de bovenlijn pas vlak voor de punt duidelijk buigt. Het kleed is zwart met een paarse glans; kop, nek, mantel en bovenborst dragen een bruinbronzen waas die in fel zonlicht en bij versleten vogels (voorjaar en zomer) goed zichtbaar is, maar bij pas geruide vogels in de schaduw nauwelijks opvalt. De keelveren zijn kort en glad, zonder ruige baard. In de vlucht lange, smalle vleugels en een wigvormige staart met een minder scherpe punt dan bij de raaf; de staart steekt duidelijk voorbij de vleugelpunten uit, ook bij een zittende vogel. Jonge vogels zijn doffer zwart en missen de bruine waas vrijwel.

Verwarrings­soorten

De raaf (Corvus corax) is groter en zwaarder, met een hoge, sterk gebogen snavel, een ruige keelbaard, een spitsere wigstaart en een diepe, klokkende roep; beide soorten raken elkaar in Marokko en Algerije aan de rand van de Sahara, in de Levant en in het noorden van Irak. De waaierstaartraaf (Corvus rhipidurus) is gedrongener, met brede vleugels en een korte staart die bij een zittende vogel nauwelijks voorbij de vleugelpunten komt. De huiskraai (Corvus splendens) is veel kleiner en heeft een grijze nek en borst. Bastaarden met de schildraaf (Corvus albus) zijn uit de Hoorn van Afrika bekend; een vogel met lichte vlekken in de nek is in het gidsgebied dus niet zonder meer een schildraaf.

Leefgebied

Steen- en zandwoestijn, halfwoestijn met acacia's, wadi's, oases en dadelpalmtuinen, en de randen van dorpen, kampementen en wegen. Komt veel bij mensen voor: vuilstorten, slachtplaatsen, tankstations en kamelenmarkten trekken groepen aan, buiten de broedtijd soms honderden vogels. Nestelt in een acacia, een palm, op een rotsrichel of een hoogspanningsmast. Op Socotra ook in de kustvlakte en in de bergen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Bewoont vrijwel het hele droge deel van het gidsgebied. In Marokko ten zuiden van de Hoge Atlas (Souss, Anti-Atlas, het Saharagebied en de Westelijke Sahara tot Dakhla), in Algerije, Zuid-Tunesië en Libië door de hele Sahara inclusief de bergmassieven (Hoggar, Tassili, Akakus), in Egypte in de woestijnen aan weerszijden van de Nijl, langs de Rode Zee en in de Sinaï. In het Midden-Oosten in de Negev, de Arava en de Judese woestijn (Israël en Samaria en Judea), in Oost- en Zuid-Jordanië, de Syrische woestijn, West- en Zuid-Irak, en op het hele Arabisch schiereiland: Saoedi-Arabië, Jemen (ook Socotra, waar hij algemeen is), Oman, de Verenigde Arabische Emiraten en schaarser in Koeweit, Qatar en Bahrein. Daarbuiten van de Kaapverdische Eilanden en Mauritanië door de Sahel tot Soedan, Eritrea, Ethiopië, Somalië en Noord-Kenia, en oostwaarts via Iran tot Pakistan en Centraal-Azië.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Een vuilstort of een wegrestaurant aan een woestijnweg is de plek om groepen te zien en de bruine waas in het zonlicht op te pikken. Wie het verschil met de raaf wil leren, kan in het Marokkaanse Souss en het zuiden van de Atlas, of in de Negev-hooglanden, beide soorten naast elkaar vinden: let op de snavelvorm en de roep.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in het gidsgebied wijdverbreid en plaatselijk talrijk. De soort profiteert van afval, nederzettingen en wegen in de woestijn en is op veel plaatsen toegenomen. Vergiftiging van "schadelijke" vogels en elektrocutie aan masten zijn lokale bedreigingen.

Wetenschappelijke naam

Corvus ruficollis | Lesson, 1831

Lesson beschreef de soort in 1831 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Corvus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Corvus is het Latijnse woord voor 'raaf'. ruficollis is Latijn voor 'roodbruin van hals', van rufus 'roodbruin' en collum 'hals'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaapverdië.