Alle soorten › Zangvogels › Boszangers › Bladkoning

Bladkoning | Phylloscopus inornatus

Yellow-Browed Warbler | Mosquitero bilistado

De bladkoning is een piepkleine, fris groene boszanger uit de Siberische taiga die normaal in Zuidoost-Azië overwintert. Sinds de jaren negentig verschijnt hij steeds vaker ten westen van zijn traditionele route, en in het gidsgebied is hij een schaarse maar regelmatige gast in de herfst en winter, van Marokko tot de Golfstaten.

Bladkoning (Phylloscopus inornatus)
Foto: Wich’yanan (Jay) Limparungpatthanakij — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een luid, doordringend, opgaand tsuu-iest, hard voor zo'n kleine vogel en vaak het eerste wat je merkt. De zang, in het winterkwartier zelden te horen, is een reeks hoge, dalende piepjes.

Luister: RoepXC1183769

Opname: Bjarne Verhaeghe — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9,5–10,5 cm. Olijfgroen boven en wit onder, met veel tekening op kop en vleugel: een lange, brede, roomgele wenkbrauwstreep tot ver achter het oog, een donkere oogstreep, vaak een vage lichte kruinstreep, en twee lichte vleugelstrepen, waarvan de bovenste over de grote dekveren breed en geelwit is. Tertials met witte randen. Snavel donker met een oranjeroze basis van de ondersnavel; poten lichtbruin. Altijd beweeglijk, met veel vleugeltrillen.

Verwarrings­soorten

Humes bladkoning (Phylloscopus humei) is grijzer en doffer, met een vuilwitte wenkbrauwstreep, een vage of ontbrekende tweede vleugelstreep, een vrijwel geheel donkere snavel en donkere poten; de roep is het beste kenmerk. Pallas' boszanger (Phylloscopus proregulus) is kleiner, met een gele kruinstreep en een gele stuit. De groene fitis (Phylloscopus nitidus) is groter en geler, met slechts één smalle vleugelstreep. Het goudhaantje (Regulus regulus) heeft een zwartomzoomde gele kruinstreep en een blank gezicht.

Leefgebied

In het gebied vooral in parken, tuinen met bloeiende bomen, dadelpalmtuinen en kustbosjes, ook in tamarisk- en acaciagroepen; foerageert hoog en laag in het blad, vaak samen met tjiftjaffen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Schaarse maar jaarlijkse doortrekker en wintergast. In Marokko inmiddels enkele tientallen waarnemingen, vooral in oktober en november langs de Atlantische kust en in de oases, en soms overwinterend; in Algerije, Tunesië, Libië en Egypte zeldzaam. In Israël een schaarse wintergast in parken en tuinen, vooral langs de kust en in Eilat. In Koeweit, Bahrein, Qatar, Oost-Saoedi-Arabië, de Emiraten en Oman een zeldzame tot schaarse doortrekker en wintergast. Broedt in de taiga van de Oeral tot Oost-Siberië en overwintert hoofdzakelijk van Noordoost-India tot Zuid-China en Zuidoost-Azië.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Luister van oktober tot maart in stadsparken met hoge bomen en bloeiende struiken naar de doordringende tsuu-iest-roep, bijvoorbeeld in Eilat, in de parken van Dubai en Abu Dhabi of in de tuinen van Rabat. Waar een groepje tjiftjaffen zit, kan er een tussen zitten.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, met een grote populatie. De sterke toename van waarnemingen in West-Europa en Noord-Afrika wordt toegeschreven aan een westwaartse verschuiving van de trek en mogelijk een nieuw overwinteringsgebied in West-Afrika of Zuid-Europa.

Wetenschappelijke naam

Phylloscopus inornatus | (Blyth, 1842)

Blyth beschreef de soort in 1842 als Regulus inornatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phylloscopus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Phylloscopus is Grieks, van phullon 'blad' en skopos 'speurder', van skopeō 'kijken': de vogel die de bladeren afzoekt. inornatus is Latijn voor 'onopgesmukt', van in- 'niet' en ornatus 'versierd'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij Calcutta.