Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Amerikaanse goudplevier

Amerikaanse goudplevier | Pluvialis dominica

American Golden-Plover | Chorlito dorado americano

Een slanke, langvleugelige goudplevier van de Noord-Amerikaanse toendra, die normaal over de Atlantische Oceaan naar de pampa's van Zuid-Amerika trekt. In het gidsgebied een zeer zeldzame dwaalgast: er zijn een handvol gevallen uit Marokko en Israël en één uit Oman, de meeste in herfst en winter.

Amerikaanse goudplevier (Pluvialis dominica)
Foto: Onioram — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, tweelettergrepig kluu-ie of tluu-ie met de nadruk op de eerste lettergreep, hoger en scherper dan de roep van de goudplevier; ook een kort kweep.

Luister: ZangXC934270

Opname: Doug Hynes — CC BY-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Slanker dan de goudplevier, met langere poten en vooral lange vleugels: de vleugelpunten steken ver voorbij de staart, met vier tot vijf handpenpunten zichtbaar voorbij de korte tertials. In winterkleed en als eerstejaars grijzer en kouder getint dan de goudplevier, met een opvallende witte wenkbrauw tegen een donkere kruin en een vrij donkere oorvlek. Zomerkleed: geheel zwarte onderdelen inclusief de onderstaart, met een brede witte band die bij de borstzijden eindigt. In vlucht grijze okselveren en een grijze ondervleugel, en slechts een vage vleugelstreep.

Verwarrings­soorten

De Aziatische goudplevier (Pluvialis fulva) is het lastigst: iets kleiner en goudgeler, met langere tertials en daardoor een kortere handpenprojectie (twee tot drie punten), en een andere roep. De goudplevier (Pluvialis apricaria) is warmer geelbruin, met een vagere wenkbrauw, korte vleugelpunten en een witte ondervleugel. De zilverplevier (Pluvialis squatarola) is groter en zwaarder van snavel, met zwarte okselveren en een witte stuit.

Leefgebied

In het gidsgebied opgedoken op kortgrazige velden, visvijvers, dayas en tijdelijke plassen, kwelders, zoutpannen en waterzuiveringen, vaak tussen goudplevieren, kieviten of andere steltlopers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Marokko: rond tien gevallen, vooral in de herfst langs de Atlantische kust tussen Casablanca en Agadir (onder meer Oued Ksab bij Essaouira in 2011, Zemamra bij Oualidia in 2016, Dar Bouazza in 2019, de Souss in 2024 en Agadir in 2025). Israël: een vogel bij Ma'agan Michael en Akko in de winter 2008–2009 (eerste geval), een vogel in Eilat in december 2020 en een in het Poleg-moeras in januari 2022. Oman: een vogel bij Sur in december 2003. Elders in het gidsgebied voor zover bekend niet vastgesteld, al kan de soort tussen Aziatische goudplevieren in Arabië over het hoofd worden gezien. Broedt op de toendra van Alaska en Noord-Canada en overwintert op de pampa's van Argentinië en Uruguay; in Europa een jaarlijkse dwaalgast, vooral op de Britse eilanden en de Azoren.

Hoe en wanneer kijken

Controleer van oktober tot december groepen goudplevieren en kieviten op akkers en dayas langs de Marokkaanse Atlantische kust, en in Israël de visvijvers en zoutpannen. Let op een grijze, langvleugelige vogel met een witte wenkbrauw. Fotografeer de vleugelpunten en de ondervleugel bij het opvliegen: die zijn bepalend voor aanvaarding door de zeldzaamhedencommissie.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, al is de soort in Noord-Amerika duidelijk afgenomen. In het gidsgebied alleen dwaalgast; waarnemingen worden beoordeeld door de Marokkaanse en Israëlische zeldzaamhedencommissies.

Wetenschappelijke naam

Pluvialis dominica | (Müller, 1776)

Müller beschreef de soort in 1776 als Charadrius Dominicius; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pluvialis werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Pluvialis is Latijn voor 'van de regen', van pluvia 'regen', naar het oude geloof dat deze plevieren samendromden wanneer er regen op komst was. dominica verwijst naar Santo Domingo, het eiland dat nu Hispaniola heet, in de West-Indische eilanden. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hispaniola.