Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Mongoolse plevier

Mongoolse plevier | Anarhynchus mongolus

Siberian Sand Plover | Chorlitejo mongol chico

De Oost-Siberische zandplevier, sinds 2023 als aparte soort erkend. Hij overwintert van Taiwan tot Australië; de kleine zandplevieren die het Midden-Oosten bevolken zijn tibetaanse plevieren. Het voorkomen van de mongoolse plevier in het gidsgebied is niet bewezen, maar tussen de vele duizenden overwinteraars aan de Golf en in Oman is een verdwaalde vogel denkbaar.

Mongoolse plevier (Anarhynchus mongolus)
Foto: JJ Harrison (https://www.jjharrison.com.au/) — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een korte, harde triller, drrit of kruit, vrijwel gelijk aan die van de tibetaanse plevier.

Luister: RoepXC1101476

Opname: Bo Shunqi 薄顺奇 — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Even groot als de tibetaanse plevier en in winterkleed vrijwel gelijk: egaal grijsbruine bovendelen, wit voorhoofd en witte wenkbrauwstreep, grijsbruine borstvlekken, korte stompe zwarte snavel en donkergrijze poten. Alleen het mannetje in prachtkleed is goed herkenbaar: wit voorhoofd, vaak met een zwarte lengtestreep, een zwart masker, en een brede kastanjebruine borstband die bovenaan door een smalle zwarte rand van de witte keel gescheiden is.

Verwarrings­soorten

De tibetaanse plevier (Anarhynchus atrifrons) is de belangrijkste valkuil: mannetjes in prachtkleed hebben een grotendeels zwart voorhoofd en missen de zwarte bovenrand van de borstband; in winterkleed zijn ze niet met zekerheid te scheiden. De woestijnplevier (Anarhynchus leschenaultii) is groter, met een langere, zwaardere snavel en langere, lichtere poten.

Leefgebied

Getijdenslikken, zand- en slikplaten en lagunes; bij hoog water op stranden, tussen andere zandplevieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Uit het gidsgebied zijn geen zeker gedocumenteerde waarnemingen bekend; oudere meldingen van 'mongoolse plevier' gaan vrijwel alle over de tibetaanse plevier, die tot 2023 onder dezelfde naam viel. Een geval vereist een goed gefotografeerd mannetje in prachtkleed. Daarbuiten broedt de soort in Oost-Siberië (Tsjoekotka, Kamtsjatka, de Commandeurseilanden) en overwintert ze van Taiwan en de Filipijnen via Indonesië en Nieuw-Guinea tot Australië.

Hoe en wanneer kijken

Kijk van maart tot mei, als de mannetjes in prachtkleed komen, in grote groepen tibetaanse plevieren aan de Golf en in Oman naar een vogel met een wit voorhoofd en een zwart randje boven de borstband. Fotografeer kop en borst van voren en meld de waarneming bij de nationale zeldzaamhedencommissie.

Staat van instandhouding

Bedreigd (2023). De aantallen zijn sterk afgenomen door het verlies van de getijdengebieden rond de Gele Zee, de belangrijkste pleisterplaats tijdens de trek.

Wetenschappelijke naam

Anarhynchus mongolus | (Pallas, 1776)

Pallas beschreef de soort in 1776 als Charadrius mongolus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Anarhynchus werd in 1832 ingevoerd door Quoy & Gaimard. Anarhynchus is Grieks, van ana- 'naar achteren, omgekeerd' en rhunkhos 'snavel', naar de zijwaarts gebogen snavel van de krombekplevier, de soort waarnaar het geslacht genoemd is. mongolus betekent 'Mongools' — naar de vindplaats van het type bij de Mongoolse grens in Siberië. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit zoutmeren bij de Mongoolse grens (Onon-rivier), Siberië.