Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Roodoorpapegaai

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Roodoorpapegaai | Pyrilia haematotis

Brown-hooded Parrot | Loro cabeza oscura

De roodoorpapegaai is een middelgrote, gedrongen papegaai met een korte staart, een donkere, bruingrijze kop en een rode oorvlek. Hij leeft in groepjes in het kronendak van vochtig laagland- en voetheuvelbos, van het zuiden van Mexico tot Panama, vooral aan de Caribische kant, en valt in de vlucht op door de rode ondervleugel.

Roodoorpapegaai (Pyrilia haematotis)
Foto: Andy Morffew from Itchen Abbas, Hampshire, UK — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, scherp kriek of tsjeek en een zachter, nasaal tsjuk, vaak herhaald in de vlucht; zittende groepen maken een zacht gekwetter.

Luister: ZangXC588710

Opname: Iván Lau — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

21 cm. Gedrongen, met een korte, rechte staart. De kop is donker bruingrijs met een rode vlek op de oorstreek en een kale, witte ring rond het oog; keel en borst zijn olijfbruin, de rest van het lichaam groen. De handpennen zijn blauw. In de vlucht zijn de rode okselveren en ondervleugeldekveren goed te zien. Bij het vrouwtje is de oorvlek kleiner en doffer. Vogels uit het oosten van Panama (P. h. coccinicollaris) hebben een rode band op de keel. Vliegt snel, met diepe slagen, in paren of groepjes van vijf tot vijftien.

Verwarrings­soorten

De saffraankoppapegaai Pyrilia pyrilia, in het gidsgebied alleen in het oosten van Panama, heeft een felgele kop. Het witkopmargrietje Pionus senilis heeft een witte kruin en keel, een blauwe kop en borst en rode onderstaartdekveren. Het zwartoormargrietje Pionus menstruus heeft een blauwe kop met een zwarte oorvlek. Beide Pionus-soorten missen de rode ondervleugel.

Leefgebied

Vochtig laaglandbos en voetheuvelbos, bosranden en hoog secundair bos, plaatselijk ook schaduwkoffie en cacao en lager nevelwoud; van zeeniveau tot ongeveer 1200 m, soms hoger. Buiten de broedtijd dalen vogels van de hellingen af naar het laagland. Eet vruchten, zaden en bloemen in het kronendak. Broedt in een holte in een boom.

Verspreiding en trek

Van het zuiden van Veracruz, het noorden van Oaxaca, Tabasco en Chiapas en het zuiden van het schiereiland Yucatán (Campeche, Quintana Roo) door Belize, Guatemala, Honduras en Nicaragua tot Costa Rica en Panama; in het noorden vooral aan de Caribische kant, in Costa Rica en Panama ook aan de Pacifische kant. Buiten het gidsgebied in het noordwesten van Colombia.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Costa Rica en Belize vliegen groepjes in de vroege ochtend snel en laag over het bos; in de vlucht is de rode ondervleugel het beste kenmerk. Zittend in een vruchtdragende boom zijn ze stil en gaan ze op in het loof.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Gaat plaatselijk achteruit door ontbossing en de vangst voor de kooivogelhandel.

Wetenschappelijke naam

Pyrilia haematotis | (Sclater & Salvin, 1860) (GBIF: Pionopsitta haematotis)

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1860 als Pionus haematotis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pyrilia werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte. Pyrilia is afgeleid van de soortnaam pyrilia: Grieks pur 'vuur' en Latijn ilia 'flanken', naar de oranjerode ondervleugel en flanken. haematotis is Grieks, van haima 'bloed' en ous, ōtos 'oor', naar de rode oorvlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Verapaz, Guatemala.