Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Toviparkiet

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Toviparkiet | Brotogeris jugularis

Orange-chinned Parakeet | Perico barbinaranja

De toviparkiet is een kleine, groene parkiet met een spitse staart, een kleine oranje vlek op de kin en bruinige schouders. Hij is de meest verspreide kleine parkiet van het zuidelijke deel van het gidsgebied, van de Pacifische kant van Chiapas tot Panama, en leeft in luidruchtige groepen in halfopen land, bosranden, tuinen en dorpen.

Toviparkiet (Brotogeris jugularis)
Foto: Andy Morffew from Itchen Abbas, Hampshire, UK — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, schril, schraperig gekwetter, tsjiet-tsjiet of tsjrrit, in groepen aanhoudend en vaak luid; ook in de vlucht.

Luister: RoepXC1143717

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18 cm, met een middellange, spitse staart. Groen, op kop en onderdelen iets lichter en blauwiger, met een kleine oranje kinvlek die alleen van dichtbij te zien is. De kleine vleugeldekveren zijn olijfbruin en vormen een bruinige schouder; de ondervleugeldekveren zijn geel, in de vlucht goed te zien. De snavel is licht hoornkleurig, rond het oog een smalle, kale witte ring. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De halvemaanparkiet Eupsittula canicularis heeft een oranje voorhoofd en een langere staart. De olijfkeelaratinga Eupsittula nana en de maïsparkiet Eupsittula pertinax zijn groter, met een bruinige keel en borst en een langere staart. De gebrilde muspapegaai Forpus conspicillatus in het oosten van Panama is kleiner, met een korte staart en blauw in de vleugel van het mannetje. De Touit-papegaaien hebben een korte, rechte staart.

Leefgebied

Halfopen land met bomen, bosranden, secundair bos, droogbos, galerijbos, weilanden, plantages, tuinen, parken en dorpen; vooral in het laagland, tot ongeveer 1200 m. Eet zaden, vruchten, bloemen en nectar, onder meer van Erythrina en Ceiba. Broedt vaak in een holte in een termietennest in een boom, ook in boomholten.

Verspreiding en trek

Van het uiterste zuidoosten van Oaxaca en de Pacifische kant van Chiapas door de Pacifische laaglanden en binnendalen van Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua tot Costa Rica en Panama, waar hij aan beide kanten voorkomt; in Costa Rica aan de Caribische kant plaatselijker. In Belize vrijwel afwezig. Buiten het gidsgebied in het noorden van Colombia en het noordwesten van Venezuela.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In dorpen, tuinen en weilanden van het Pacifische laagland van Costa Rica en Panama zijn groepjes vrijwel overal te horen, vooral bij bloeiende bomen en in de avond bij de slaapplaats.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Gaat goed samen met halfopen cultuurland; wordt wel gevangen voor de kooivogelhandel.

Wetenschappelijke naam

Brotogeris jugularis | (Müller, 1776)

Müller beschreef de soort in 1776 als Psittacus jugularis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Brotogeris werd in 1825 ingevoerd door Vigors. Brotogeris is Grieks, van brotos 'mens' en gērus 'stem': 'met mensenstem', naar het praatvermogen. jugularis is Nieuwlatijn voor 'van de keel' (jugulum 'keel'), naar de oranje kinvlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bonda, Santa Marta, Colombia.