Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Saffraankoppapegaai
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Saffraankoppapegaai | Pyrilia pyrilia
Saffron-headed Parrot | Loro cabeciamarillo
De saffraankoppapegaai is een kleine, gedrongen papegaai met een felgele kop en een korte staart. In het gidsgebied komt hij alleen in het oosten van Panama voor, vooral in Darién, aan de noordrand van een verspreiding die verder in Colombia en Venezuela ligt. Hij leeft in paren of kleine groepen in de kronen van vochtig laagland- en heuvelbos.
Geluid
Een hoog, schel en wat nasaal tsjie-iek of kwiek-kwiek, vooral in de vlucht; zittende vogels laten een zachter gekwetter horen.
Opname: Orlando A. Acevedo-Charry — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
23–25 cm. Kop en hals zijn saffraangeel tot oranjegeel, met een kale, witachtige ring rond het oog en een lichte, hoornkleurige snavel. Rug, vleugels en de korte, rechte staart zijn groen, de borst is olijfgroen. In de vlucht vallen de rode ondervleugeldekveren en de donkerblauwe handpennen op. Jonge vogels hebben een groenige kop met weinig geel. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Door de gele kop in zijn kleine gebied weinig te verwarren. De roodoorpapegaai Pyrilia haematotis heeft dezelfde bouw en ook rode ondervleugeldekveren, maar een donkerbruine kop met een rode oorvlek. Het zwartoormargrietje Pionus menstruus is groter, heeft een blauwe kop en rode onderstaartdekveren. Amazones zoals de geelvoorhoofdamazone Amazona ochrocephala zijn veel groter en hebben alleen geel op voorhoofd en kruin.
Leefgebied
Vochtig laaglandbos en heuvelbos tot in het lagere bergbos, bosranden en oud secundair bos; in Panama vooral in het heuvelland van Darién. Eet vruchten en zaden hoog in de kronen en zit daar vaak stil en onopvallend tussen het blad. Broedt in een holte in een boom.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen in het oosten van Panama: in Darién, onder meer in het heuvelland rond Cerro Pirre, en plaatselijk in het aangrenzende oosten van de provincie Panamá. Buiten het gidsgebied in het noorden en westen van Colombia en het noordwesten van Venezuela.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De kans is het grootst in Nationaal Park Darién, rond Cana en op de hellingen van Cerro Pirre. Paren en groepjes vliegen vooral vroeg in de ochtend roepend over het bos; zittend vallen ze door hun groene rug weinig op.
Staat van instandhouding
Gevoelig. De soort gaat achteruit door ontbossing, vooral in Colombia en Venezuela, en wordt gevangen voor de handel in kooivogels. In het afgelegen oosten van Panama is het leefgebied nog grotendeels intact.
Wetenschappelijke naam
Pyrilia pyrilia | (Bonaparte, 1853) (GBIF: Pionopsitta pyrilia)
Bonaparte beschreef de soort in 1853 als Psittacula pyrilia; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pyrilia werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte. Pyrilia is afgeleid van de soortnaam pyrilia: Grieks pur 'vuur' en Latijn ilia 'flanken', naar de oranjerode ondervleugel en flanken. pyrilia is gevormd uit Grieks pur 'vuur' en Latijn ilia 'flanken', naar de oranjerode ondervleugel en flanken. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Riohacha, voet van de Sierra Nevada de Santa Marta, Colombia.




