Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Noordelijke roodvleugelmiersluiper

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Noordelijke roodvleugelmiersluiper | Herpsilochmus frater

Rusty-winged Antwren | Tiluchí alirrufo norteño

De noordelijke roodvleugelmiersluiper is een kleine miersluiper van de boomkronen van vochtig bos, met een zwarte kruin, een witte wenkbrauwstreep en roodbruin in de vleugel. Hij werd lang samengenomen met de roodvleugelmiersluiper Herpsilochmus rufimarginatus uit het Atlantisch woud van Brazilië. Omdat hij hoog in de kronen leeft, valt hij weinig op. In het gidsgebied komt hij alleen plaatselijk in het oosten van Panama voor.

Noordelijke roodvleugelmiersluiper (Herpsilochmus frater)
Foto: Francesco Veronesi from Italy — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snelle, versnellende reeks korte tonen die eindigt in een droge roller.

Luister: ZangXC1185949

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

11 cm, met een vrij lange staart en een dunne snavel. Mannetje kruin zwart, brede witte wenkbrauwstreep en een zwarte oogstreep; rug grijs met zwart; vleugels zwart met twee witte vleugelstrepen en roodbruine randen aan de slagpennen, die een roodbruin vlak vormen; staart zwart met witte punten. Onderzijde lichtgeel tot witachtig. Het vrouwtje lijkt op het mannetje, maar heeft een bruine in plaats van zwarte kruin.

Verwarrings­soorten

De combinatie van zwarte kruin, witte wenkbrauwstreep en roodbruin vleugelvlak is in het gidsgebied kenmerkend. De spikkelvleugelmiersluiper Microrhopias quixensis mist de wenkbrauwstreep en het roodbruin in de vleugel; het mannetje is zwart met witte stippen en strepen op de vleugel en het vrouwtje heeft een roodbruine onderzijde.

Leefgebied

Hogere middenlaag en kronen van vochtig, altijdgroen laaglandbos en heuvelbos, ook aan bosranden en in hoog secundair bos. Zoekt insecten tussen bladeren en lianen, vaak in gemengde groepen hoog in de bomen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied plaatselijk in het oosten van Panama, vooral in Darién. Buiten het gidsgebied in het noorden en westen van Zuid-Amerika: Colombia, Venezuela en langs de oostvoet van de Andes tot Bolivia en het westen van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Leeft hoog in de kronen en wordt vooral gevonden door op de zang te letten bij gemengde groepen aan bosranden of vanaf een uitkijkpunt boven het bos.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd als aparte soort; de IUCN rekent hem tot de roodvleugelmiersluiper Herpsilochmus rufimarginatus, die wereldwijd niet bedreigd is. In het gidsgebied schaars en plaatselijk, en afhankelijk van aaneengesloten bos.

Wetenschappelijke naam

Herpsilochmus frater | Sclater & Salvin, 1880

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1880 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Herpsilochmus werd in 1847 ingevoerd door Cabanis. Herpsilochmus is Grieks, van herpō 'kruipen' en lokhmē 'struikgewas': 'kruiper door het struikgewas'. frater is Latijn voor 'broer', naar de nauwe verwantschap met de Roodvleugelmiersluiper (H. rufimarginatus). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sarayacu, Ecuador.