Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Gebandeerde mierklauwier

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Gebandeerde mierklauwier | Thamnophilus doliatus

Barred Antshrike | Batará barrado

De gebandeerde mierklauwier is een middelgrote mierklauwier van dichte struiken en bosranden, met een opzetbare kuif en een zware, haakvormige snavel. Mannetje en vrouwtje verschillen sterk: het mannetje is over het hele lijf zwart-wit gebandeerd, het vrouwtje roodbruin en okergeel. Hij houdt zich meestal verborgen in dicht struikgewas, maar laat zich vaak horen. In het gidsgebied is het een van de meest verbreide mierklauwieren.

Gebandeerde mierklauwier (Thamnophilus doliatus)
Foto: Brian Gratwicke — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een versnellende reeks nasale, lachende tonen die eindigt met een nadrukkelijke slottoon. Mannetje en vrouwtje zingen vaak om beurten. Daarnaast diverse grommende en kekkerende roepen.

Luister: ZangXC1180738

Opname: Edgar Romero — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–17 cm. Mannetje: kop, bovendelen en onderdelen dicht zwart-wit gebandeerd; kruin en opzetbare kuif zwart, iris lichtgeel. Vrouwtje: kruin, bovendelen, vleugels en staart warm roodbruin; onderdelen okergeel tot beige; zijkant van kop en hals met fijne zwarte en witte streepjes; iris licht. Snavel vrij zwaar met een haakpunt.

Verwarrings­soorten

De zebramierklauwier Cymbilaimus lineatus (Caribische kant van Honduras tot Panama) heeft fijnere, dichtere banden, een rode iris en een zwaardere snavel; ook het vrouwtje is gebandeerd. Hij leeft in het binnenste van vochtig bos, niet in struikgewas. Het vrouwtje van de gebandeerde mierklauwier is te herkennen aan de egaal roodbruine bovendelen zonder banden.

Leefgebied

Dicht struikgewas, struweel, secundaire groei en bosranden, zowel in vochtig als in droog terrein; ook heggen, overwoekerde tuinen en open terrein met struiken. Vooral in laagland en lagere hellingen. Eet insecten en andere ongewervelden, die hij van takken en bladeren pikt. Het nest is een open kommetje, opgehangen in een vork van een tak.

Verspreiding en trek

Van het oosten van Mexico (vanaf het zuiden van Tamaulipas) en het schiereiland Yucatán door Midden-Amerika tot Panama. Buiten het gidsgebied in een groot deel van tropisch Zuid-Amerika tot het noorden van Argentinië, en op Trinidad en Tobago.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Wordt vaker gehoord dan gezien. Wacht bij de rand van een dicht struikgewas tot het paar naar elkaar roept; het mannetje komt dan vaak even naar voren met opgezette kuif.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen en wijd verbreid; profiteert van struikgewas en secundaire groei na ontbossing.

Wetenschappelijke naam

Thamnophilus doliatus | (Linnaeus, 1764)

Linnaeus beschreef de soort in 1764 als Lanius doliatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thamnophilus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Thamnophilus is Grieks, van thamnos 'struik' en philos 'liefhebbend': 'struikminnaar'. doliatus is Latijn, van dolium 'ton', 'met hoepels als een ton', naar de zwart-witte dwarsbandering. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname (later aangewezen).