Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Gebrilde muspapegaai

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Gebrilde muspapegaai | Forpus conspicillatus

Spectacled Parrotlet | Periquito de anteojos

De gebrilde muspapegaai is de kleinste papegaai van het gidsgebied: een groene muspapegaai met een korte, spitse staart, die alleen in het oosten van Panama voorkomt. Hij leeft in halfopen land met verspreide bomen, bosranden en weilanden, en breidt zich met de ontbossing in Darién en de provincie Panamá langzaam westwaarts uit.

Gebrilde muspapegaai (Forpus conspicillatus)
Foto: Esteban Villa Restrepo — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, fijn, tjilpend tsjiet of tsji-tsji, in groepen een aanhoudend kwetterend gesjilp, iets zachter dan bij de toviparkiet.

Luister: ZangXC980379

Opname: Yair Guillermo Molina Martínez. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Klein en gedrongen, met een korte, wigvormige staart en een licht hoornkleurige snavel. Het mannetje is groen, met een helderblauwe ring rond het oog, een blauwe stuit en blauwe grote dekveren, armpennen en ondervleugeldekveren, in de vlucht goed te zien. Het vrouwtje mist het blauw en heeft een smalle smaragdgroene ring rond het oog en een geelgroene stuit.

Verwarrings­soorten

Er komt geen andere muspapegaai in Panama voor. De toviparkiet Brotogeris jugularis is groter, met een langere staart, een oranje kinvlek en bruine schouders. De blauwvoorhoofdpapegaai Touit dilectissimus heeft een rechte staart, een blauw voorhoofd en rood aan kop en vleugel, en leeft in bos op de hellingen.

Leefgebied

Weiland met verspreide bomen, bosranden, secundair bos, struikgewas, galerijbos langs rivieren en open savanne-achtig land, ook tuinen en erven in dorpen; in het laagland. Eet zaden van grassen en kruiden, bessen en vruchten, vaak op of vlak boven de grond. Broedt in een boomholte, een holte in een termietennest of een gat in een paal.

Verspreiding en trek

In het oosten van Panama: Darién, Emberá en het oosten van de provincie Panamá (onder meer rond het meer van Bayano en bij Chepo), met losse waarnemingen verder westwaarts tot in de omgeving van het Panamakanaal. Breidt zich met de ontbossing uit. Buiten het gidsgebied in Colombia en het westen van Venezuela.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Langs de Pan-Amerikaanse weg in Darién en het oosten van de provincie Panamá zitten groepjes in de weilanden en op draden, vaak samen met toviparkieten. In de vlucht zijn de blauwe vleugels van het mannetje goed te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Profiteert in het oosten van Panama van de omzetting van bos in weiland.

Wetenschappelijke naam

Forpus conspicillatus | (de Lafresnaye, 1848)

De Lafresnaye beschreef de soort in 1848 als Psittacula conspicillata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Forpus werd in 1858 ingevoerd door Boie. De herkomst van Forpus is onbekend. conspicillatus is Nieuwlatijn voor 'gebrild' (conspicillum 'uitkijkpost'), naar de blauwe oogring van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Honda, bovenloop van de Magdalena, Colombia.