Alle soorten › Papegaaiachtigen › Papegaaien › Mexicaanse muspapegaai

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Mexicaanse muspapegaai | Forpus cyanopygius

Mexican Parrotlet | Perico catarina

De Mexicaanse muspapegaai is een van de kleinste papegaaien van het gidsgebied: een groene muspapegaai met een korte, spitse staart, die alleen in het westen van Mexico voorkomt. Hij leeft in droogbos, doornstruweel en galerijbos van de Pacifische laaglanden en voetheuvels, buiten de broedtijd in groepen die snel en laag tussen de bomen door vliegen.

Mexicaanse muspapegaai (Forpus cyanopygius)
Foto: Harry Hill — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een hoog, schel en snel herhaald tsiet-tsiet of tjip-tjip, in de vlucht en in zittende groepen ook een aanhoudend gekwetter.

Luister: RoepXC499697

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm. Klein en gedrongen, met een korte, wigvormige staart en een dikke, licht hoornkleurige snavel. Het mannetje is groen, op kop en onderdelen geler, met een turquoiseblauwe stuit en onderrug en blauwe grote dekveren, armpennen en ondervleugeldekveren, in de vlucht goed te zien. Het vrouwtje mist het blauw: de stuit is helder geelgroen. Vogels van de Islas Marías zijn iets groter en doffer groen, met minder contrast tussen kop en lichaam.

Verwarrings­soorten

Er komt geen andere muspapegaai in het westen van Mexico voor. De halvemaanparkiet Eupsittula canicularis en de groene aratinga Psittacara holochlorus zijn veel groter, met een lange, spitse staart; de halvemaanparkiet heeft een oranje voorhoofd. De monniksparkiet Myiopsitta monachus, plaatselijk in steden, is groter en heeft een grijs gezicht en een grijze borst.

Leefgebied

Tropisch droogbos, doornstruweel, galerijbos langs rivieren en halfopen land met verspreide bomen, ook boomgaarden en plantages; van zeeniveau tot ongeveer 1300 m. Eet zaden, bessen en vruchten, vaak van vijgen en grassen. Broedt in een boomholte, bijvoorbeeld een oud spechtenhol of een holte in een termietennest.

Verspreiding en trek

Alleen in het westen van Mexico: de Pacifische laaglanden en voetheuvels van het zuiden van Sonora en het zuidwesten van Chihuahua via Sinaloa, het westen van Durango, Nayarit, het zuiden van Zacatecas en Jalisco tot Colima, en op de Islas Marías voor de kust van Nayarit (ondersoort F. c. insularis, door sommige auteurs als aparte soort behandeld).

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Groepjes vliegen kwetterend en laag over het droogbos en de galerijbossen in Sinaloa en Nayarit, bijvoorbeeld rond San Blas en in de voetheuvels ten oosten van Mazatlán, vaak in de vroege ochtend. Zittende vogels gaan op in het groene loof; het schelle gekwetter wijst de plek aan.

Staat van instandhouding

Gevoelig. Achteruitgang door het vangen voor de kooivogelhandel en het verlies van droogbos aan landbouw en toerisme langs de Pacifische kust.

Wetenschappelijke naam

Forpus cyanopygius | (de Souancé, 1856)

De Souancé beschreef de soort in 1856 als Psittacula cyanopygia; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Forpus werd in 1858 ingevoerd door Boie. De herkomst van Forpus is onbekend. cyanopygius is Grieks, van kuanos 'donkerblauw' en pugē 'stuit', naar de turquoise stuit van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Noordwest-Mexico (niet nader bepaald).