Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Caribische troepiaal

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Caribische troepiaal | Quiscalus lugubris

Carib Grackle | Zanate caribeño

De caribische troepiaal is een kleine troepiaal van de Kleine Antillen en het noorden van Zuid-Amerika. Hij leeft in groepen in dorpen, tuinen en open land. In het gidsgebied komt hij alleen in Panama voor, waar hij zich pas in de afgelopen decennia heeft gevestigd.

Caribische troepiaal (Quiscalus lugubris)
Foto: The Photographer — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks hoge, heldere klokachtige tonen gevolgd door een ratel, ongeveer tsjie-tsjie-tsjie-tsjiek. De roep is een kort, scherp tsjuk; groepen kwetteren voortdurend.

Luister: ZangXC1139177

Opname: Tristan Guillebot de Nerville — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–28 cm; het mannetje is duidelijk groter dan het vrouwtje. Mannetje zwart met een paarsblauwe tot violette glans; oog lichtgeel. Snavel vrij slank, spits en iets gebogen. Staart middellang en gekield, met een V-vormige doorsnede. Vrouwtje kleiner, doffer en bruiner, met een lichtere keel, een kortere staart en ook een licht oog. Jongen bruin met een donker oog.

Verwarrings­soorten

De langstaarttroepiaal Quiscalus mexicanus is veel groter, het mannetje met een veel langere staart; het vrouwtje is warm bruin met een lichte wenkbrauwstreep. De glanskoevogel Molothrus bonariensis, die in hetzelfde open land leeft, heeft een donker oog, een korte, kegelvormige snavel en een rechte staart.

Leefgebied

Dorpen en steden, tuinen, parken, weilanden met vee, akkers en randen van moerassen en mangrove. Foerageert in groepen op de grond, vaak op grasvelden of bij vee, en eet insecten, zaden, vruchten en etensresten. Broedt in kleine kolonies in bomen en palmen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Kleine Antillen, Trinidad en Tobago, het noorden van Venezuela, de Guyana's en het noordoosten van Brazilië, met uitbreiding naar het westen in Colombia. In het gidsgebied alleen in Panama, waar hij zich in de laatste decennia heeft gevestigd en nog aan het uitbreiden is; de precieze verspreiding daar verandert nog.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Panama de groepen troepialen in dorpen en op grasvelden nagaan op een kleine troepiaal met een geel oog en een korte, gekielde staart; het verschil met de langstaarttroepiaal is vooral in grootte goed te zien wanneer beide samen foerageren.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen in zijn verspreidingsgebied en profiteert van dorpen en open cultuurland. Breidt zich uit.

Wetenschappelijke naam

Quiscalus lugubris | Swainson, 1838

Swainson beschreef de soort in 1838 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Quiscalus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Quiscalus gaat terug op Linnaeus' soortnaam Gracula quiscula; waar hij het woord vandaan had is onzeker, mogelijk van het Taíno quisqueya, een naam voor Hispaniola. lugubris is Latijn voor 'rouwend, somber', naar het geheel zwarte 'rouwkleed'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guyana.