Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Nicaraguaanse troepiaal

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Nicaraguaanse troepiaal | Quiscalus nicaraguensis

Nicaraguan Grackle | Zanate nicaragüense

De nicaraguaanse troepiaal is een kleine verwant van de langstaarttroepiaal met een zeer beperkt verspreidingsgebied rond de grote meren van Nicaragua en in het noorden van Costa Rica. Hij is gebonden aan zoetwatermoerassen en natte weilanden.

Nicaraguaanse troepiaal (Quiscalus nicaraguensis)
Foto: EDMILSON FERNANDO JARQUIN LOPEZ — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks heldere, oplopende fluittonen, gevolgd door een droge ratel. De roep is een kort tsjuk.

Luister: ZangXC489565

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

25–31 cm; het mannetje is groter dan het vrouwtje. Mannetje zwart met een paarsblauwe glans; oog lichtgeel. Snavel vrij slank en spits. Staart lang en gekield, maar naar verhouding korter dan bij de langstaarttroepiaal. Vrouwtje kleiner: bovenzijde grijsbruin, onderzijde licht, bijna wit tot lichtgrijs, met een duidelijke lichte wenkbrauwstreep; oog licht.

Verwarrings­soorten

De langstaarttroepiaal Quiscalus mexicanus, die in hetzelfde gebied voorkomt, is veel groter, met een langere staart en een zwaardere snavel; het vrouwtje is warm bruin op de onderzijde in plaats van licht. De rouwtroepiaal Dives dives heeft een donker oog en een rechte staart. De epauletspreeuw Agelaius phoeniceus, die dezelfde moerassen bewoont, is kleiner, met een kortere staart; het mannetje heeft rode schoudervlekken.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen met waterhyacint, riet en grassen, natte weilanden en overstroomde graslanden langs meren en rivieren; ook rijstvelden en weilanden met vee in de buurt van water. Foerageert vooral op de grond en in drijvende vegetatie, en eet insecten en zaden. Broedt in kleine kolonies.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied. Beperkt tot het laagland rond het Meer van Nicaragua en het Meer van Managua, langs de Río San Juan en in het aangrenzende noorden van Costa Rica, vooral in de omgeving van Caño Negro en het stroomgebied van de Río Frío.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Costa Rica het best te zoeken in de moerassen van Caño Negro, bijvoorbeeld vanaf een boot; in Nicaragua langs de oevers van de grote meren. Vooral het lichte vrouwtje verschilt duidelijk van de langstaarttroepiaal.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Het verspreidingsgebied is klein, maar binnen dat gebied is de soort plaatselijk algemeen. Ontwatering van moerassen en de omzetting in akkers en rijstvelden kunnen het leefgebied verkleinen.

Wetenschappelijke naam

Quiscalus nicaraguensis | Salvin & Godman, 1891

Salvin & Godman beschreef de soort in 1891 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Quiscalus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Quiscalus gaat terug op Linnaeus' soortnaam Gracula quiscula; waar hij het woord vandaan had is onzeker, mogelijk van het Taíno quisqueya, een naam voor Hispaniola. nicaraguensis betekent 'van Nicaragua', waar de soort vrijwel tot de grote meren beperkt is. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Momotombo aan het Managuameer, Nicaragua.