Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen

Rallen | Rallidae

Rails, gallinules and coots | Rálidos

Het lichaam is zijdelings afgeplat, zodat de vogel zich tussen dicht riet en zeggen door wringt zonder de halmen te doen bewegen; de lange tenen verdelen het gewicht over drijvende bladeren en zachte modder, en bij de zwemmende soorten dragen de tenen brede lobben die bij elke slag opengaan en daarna weer dichtklappen. Ze vliegen ongaarne op, en dan laag en fladderend met bungelende poten, terwijl veel soorten 's nachts wel over grote afstanden trekken; op afgelegen eilanden komen soorten voor die niet kunnen vliegen. De aanwezigheid blijkt vrijwel altijd uit het geluid: een hard ratelend gekakel, een knorrend gekreun of een hinnikende reeks die na zonsondergang uit het moeras opstijgt en die door de buren wordt beantwoord. Het nest is een kom van omgebogen en dooreengevlochten stengels, vaak met een afdakje van omgetrokken halmen en een looppaadje naar het water. Het legsel is groot en de zwarte donsjongen verlaten het nest al na een dag of twee; ze worden dan nog wekenlang door beide ouders stukje voor stukje gevoerd, waarbij jongen van een eerder legsel soms al meehelpen.

Inheemse soorten 11 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Rallus 4 soorten

Porzana 1 soort

Gallinula 1 soort

Fulica 2 soorten

Porphyrio 1 soort

Coturnicops 1 soort

Laterallus 1 soort

Exoten 1 soort

Soorten die hier van nature niet voorkomen maar zijn ingevoerd of ontsnapt en zich sindsdien handhaven. Ze staan op volgorde van de lijst, niet per geslacht.