Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Zwervende fluiteend

Zwervende fluiteend | Dendrocygna arcuata

Wandering Whistling-Duck | Suirirí capirotado

De zwervende fluiteend is de donkerste en meest aan water gebonden van de drie: een grote, roodbruine eend met een lange hals, die laag en gebogen op het water ligt, gemakkelijk duikt en zelden ver van de oever komt. Zijn naam dankt hij aan het zwerven op zoek naar water en aan de onophoudelijk fluitende troepen die 's avonds over de lagune trekken.

Zwervende fluiteend (Dendrocygna arcuata)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schel, twinkelend gefluit dat in een troep aanhoudend doorgaat, vooral zodra de vogels in de lucht zijn: swie-swie-swie-swie, snel en hoog en met vele stemmen door elkaar. Op het water klinkt het zachter en trager, als een voortdurend contactgesprek. Daar komt het fijne, hoge fluiten van de vleugels bij, dat bij een laag overtrekkende troep goed te horen is.

Luister: VluchtroepXC150716

Opname: Mike Nelson — CC BY-NC-SA 3.0 · Penampang Rice Paddies, Penampang, Sabah, Malaysia · xeno-canto

Herkenning

Een grote fluiteend van 55 tot 60 cm, over het geheel warm roodbruin, met een bleke kop, voorhals en bovenborst en een donkere lengtestreep over kruin, nek en achterhals. De borst draagt zwarte stippen op een lichte ondergrond. Over de flank lopen langwerpige roomwitte pluimen met kastanjebruine zomen, veel korter en minder opvallend dan bij de Australische fluiteend. Snavel en poten zijn donker. In de vlucht ziet men een donkere ondervleugel, een kaneelkleurige onderzijde, een witte onderstaart en meeslepende poten. Op het water en staand is de houding lager en ronder dan bij zijn verwanten.

Verwarrings­soorten

De Australische fluiteend (Dendrocygna eytoni) staat dikwijls in dezelfde troep: veel bleker, met roze snavel en roze poten, enorme rechtopstaande flankpluimen en een steil rechtopstaande houding; bovendien graast die op het gras terwijl deze op het water blijft. De gevlekte fluiteend (Dendrocygna guttata) is kleiner, heeft een effen grijs gezicht onder een zwarte kap en lichte druppels op een donkere borst — precies andersom dus. Van ver kan een troep op wenkbrauweenden (Anas superciliosa) lijken, maar de lange hals en de rechte, gestrekte vlucht met hangende poten sluiten dat uit.

Leefgebied

Diepe, met planten begroeide lagunes en moerassen, ondergelopen grasland, veedammen, afvalwatervelden, graanstoppel, geïrrigeerd land en rijstvelden. Hij is de enige van de drie die werkelijk zwemt en duikt om te foerageren en die zelden de oever verlaat; drijvende waterplanten en waterlelievelden zijn zijn beste terrein.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Noordelijk en oostelijk Australië, van de Kimberley over het Top End en Kaap York en langs de oostkant zuidwaarts tot in het zuidoosten van Nieuw-Zuid-Wales. In het zuidoosten en zuidwesten van het continent is hij een dwaalgast. Hij is sterk afhankelijk van het natte seizoen en verplaatst zich met de waterstand: als de noordelijke vlakten opdrogen trekken de troepen naar permanente lagunes en veedammen.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in het laatste uur voor zonsondergang bij een tropische lagune zitten en wacht op de troepen die naar de slaapplaats komen; ze kondigen zich al fluitend aan voordat ze in zicht zijn. Zoek op het water naar de laag liggende, roodbruine vogels tussen de bleke Australische fluiteenden — juist het verschil in houding, laag en gebogen tegenover steil rechtop, werkt op grote afstand het best.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC) en in het Noordelijk Territorium, Queensland en West-Australië als veilig aangemerkt. De soort profiteert van veedammen, rijstbouw en geïrrigeerd land, en de troepen in het noorden lopen in de tienduizenden. Waar het misgaat is bij de drooglegging en het regulieren van de overstromingsvlakten waarop hij broedt, en bij het oprukken van uitheemse waterplanten die de open lagunes dichtzetten.

Wetenschappelijke naam

Dendrocygna arcuata | (Horsfield, 1824)

Horsfield beschreef de soort in 1824 als Anas arcuata, in zijn Zoological Researches in Java; omdat ze later naar Dendrocygna is verhuisd, staan auteur en jaartal tussen haakjes, en Java is de typelocatie. Het geslacht Dendrocygna werd in 1837 ingevoerd door Swainson, uit het Griekse dendron, 'boom', en het Latijnse cygnus, 'zwaan'. arcuata is Latijn voor 'gebogen als een boog', van arcus, 'boog' — naar de sterk gebogen houding van hals en rug. De Australische vogels worden tot de ondersoort australis gerekend.