Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Australische fluiteend
Australische fluiteend | Dendrocygna eytoni
Plumed Whistling-Duck | Suirirí australiano
De Australische fluiteend is de bleke, hoogbenige fluiteend die overdag in grote, roerloze troepen op de oever van een lagune staat en 's nachts het gras in trekt om te grazen. Het kenmerk is niet te missen: een rij lange, lancetvormige roomwitte pluimen die als rechtopstaande veren uit de flank steken, elk zwart omzoomd.
Geluid
Een luid, sissend fluitje, fwie-fwie-fwie, hoog en scherp en over honderden meters te horen — het geluid waaraan de hele familie haar naam dankt. Een opvliegende troep laat het onafgebroken en door elkaar heen klinken, en daar bovenop ruisen de vleugels met een eigen, zacht gierend geluid. Op de oeverkamp klinkt een zachter, kwebbelend fluiten tussen de vogels onderling.
Opname: Nigel Jackett — CC BY-NC-SA 4.0 · Broome Bird Observatory, Western Australia, Australia · xeno-canto
Herkenning
Een rechtop staande, langhalzige eend van 40 tot 60 cm, veel bleker dan de andere twee fluiteenden. Gezicht en voorhals zijn lichtgrijs, kruin en achterhals vaalbruin, de rug bruin met brede beige veerzomen. De borst is lichtkastanje met fijne zwarte dwarsbanden. De flank draagt de lange, spits toelopende, zwart omzoomde pluimen die rechtop over de rug uitsteken. Snavel roze met grijze vlekken, poten helderroze. In de vlucht lijkt de vogel ganzenachtig, met trage slag, hangende hals en uitstekende poten.
Verwarringssoorten
De zwervende fluiteend (Dendrocygna arcuata) is het enige echte alternatief: veel donkerder en warmer roodbruin, met veel kortere flankpluimen, een donkere snavel en donkere poten, en hij houdt zich op het water in plaats van op het gras. Zijn houding is lager en ronder, terwijl deze soort steil rechtop staat. De gevlekte fluiteend (Dendrocygna guttata) is kleiner, grijs van gezicht en bezaaid met witte druppels. De manengans (Chenonetta jubata) graast ook in weiland, maar is grijs met een bruine kop en korte hals.
Leefgebied
Overdag de open oevers en zandbanken van lagunes, veedammen en tropische rivieren, waar duizenden vogels dicht opeen in de zon staan; 's nachts open grasland, savanne met eucalyptus, beweid weiland en graanstoppel, waar hij het gras afknipt zoals een gans dat doet. Water is er om te drinken en te rusten, niet om op te foerageren — hij duikt nooit.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Vooral het noordelijke en oostelijke tropische Australië, van de Kimberley over het Top End en Kaap York, en langs de oostkant zuidwaarts tot in Nieuw-Zuid-Wales; in het westen komt hij niet ver ten zuiden van de Kimberley. Na goede regen verschijnt hij tot aan de Murray in Victoria. In Nieuw-Zeeland is hij een dwaalgast die duidelijk toeneemt: ongeveer acht keer in de hele twintigste eeuw, maar sinds 2000 minstens tien keer, in groepjes tot veertien vogels, met waarnemingen tot op de Chathams en de Snares.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Rijd midden op de dag langs een tropische lagune of een veedam en zoek de troep op de oever: juist in de hitte staat hij stil aan de waterkant, rechtop en goed te tellen. De pluimen zijn het enige kenmerk dat ook in tegenlicht overeind blijft — zie je een silhouet met rechtopstaande veren uit de flank, dan is het deze soort.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC) en in alle staten waar hij voorkomt als veilig aangemerkt. De aanleg van veedammen en de omzetting van savanne in beweid grasland hebben hem eerder geholpen dan geschaad; de troepen op de noordelijke vlakten lopen in de tienduizenden. Wel schommelen de aantallen sterk met het natte seizoen, en plaatselijk knelt het verdwijnen van ondiepe oeverzones waar de troepen overdag samenkomen.
Wetenschappelijke naam
Dendrocygna eytoni | (Eyton, 1838)
Eyton publiceerde de naam in 1838 in zijn eigen Monograph on the Anatidae, als Leptotarsis eytoni; omdat de soort later naar Dendrocygna is verhuisd, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het epitheton eytoni eert Eyton zelf — een ongewone gang van zaken, waarbij de auteur een naam in druk bracht die zijn eigen naam draagt. Het geslacht Dendrocygna werd in 1837 ingevoerd door Swainson, uit het Griekse dendron, 'boom', en het Latijnse cygnus, 'zwaan'. Als typelocatie geldt niet meer dan 'Australië'.



