Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Tasmaans waterhoen

Tasmaans waterhoen | Tribonyx mortierii

Tasmanian Nativehen | Gallineta de Tasmania

Het Tasmaans waterhoen is een fors, vliegloos waterhoen dat alleen op Tasmanië leeft en daar overal staat: op weilanden, langs slootkanten en in bermen. Olijfbruin van boven, donker blauwgrijs van onder, met een opvallende witte flankvlek, een korte zwarte staart die vaak rechtop wijst en zware grijze poten. Hij vliegt niet, maar rent tot vijfendertig kilometer per uur.

Tasmaans waterhoen (Tribonyx mortierii)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De soort heeft veertien onderscheiden roepen. De bekendste is een luid, raspend sie-saw dat een paar of een hele groep in beurtzang uitstoot en dat steeds sneller en schriller wordt tot het in een gekrijs eindigt — een geluid dat over een heel dal draagt en dat ook 's nachts te horen is. Daarnaast klinken lage grommende contactgeluiden en een hoge, scherpe alarmroep.

Luister: RoepXC503539

Opname: Ramit Singal — CC BY-NC-SA 4.0 · Don, Devonport City Council, Tasmania, Australia · xeno-canto

Herkenning

Een zwaar gebouwd waterhoen van drieënveertig tot eenenvijftig centimeter, gemiddeld achtenveertig. De bovendelen zijn olijfbruin, de onderdelen donker leiblauw, en op de flank staat één heldere witte vlek of streep. De staart is kort, zwart en wordt vaak rechtop gedragen. De snavel is kort en dik en geelgroen, met een klein geelgroen voorhoofdschild; de iris is helderrood; de poten zijn dik en grijs met grove schubben. De vleugels zijn klein en worden nooit voor vliegen gebruikt, hooguit voor evenwicht tijdens het rennen. Jonge vogels zijn doffer.

Verwarrings­soorten

Het Australisch waterhoen (Tribonyx ventralis) van het vasteland lijkt in vorm en kleur sterk op hem, maar is kleiner en slanker, heeft feloranjerode poten in plaats van grijze, draagt witte vlekjes op de flank in plaats van één streep en kan wél vliegen. Belangrijker nog: de twee komen elkaar in het veld niet tegen, want het Tasmaans waterhoen zit alleen op Tasmanië en op Maria-eiland. Het zwart waterhoen (Gallinula tenebrosa) zwemt, is donkerder en heeft een rood voorhoofdschild met rode snavelbasis. De purperkoet (Porphyrio porphyrio) is blauw en paars met lange rode poten en niet te verwarren.

Leefgebied

Open grasland, weiland en ander ontgonnen, kort begraasd terrein dicht bij zoet water: moerasjes, veedrinkpoelen, dammen, sloten en rivieroevers, met struweel, riet of hoog gras in de buurt als dekking. Hij loopt ook op gazons, golfbanen, campings en wegbermen, en foerageert overdag lopend op de grond aan zaden, bladeren en gras.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Endemisch op Tasmanië en wijdverbreid in het noorden, oosten en midden van het eiland; in het natte westen en zuidwesten ontbreekt hij. Op King en Flinders in de Bass-straat komt hij niet voor. Op Maria-eiland is hij ingevoerd en gevestigd. Op het Australische vasteland leefde de soort tot ongeveer vierenveertighonderd tot vijfduizend jaar geleden — de fossielen wijzen dat uit — en verdween daar, mogelijk door de komst van de dingo, door jacht of door langdurige droogte. Paren en groepjes houden het hele jaar hetzelfde territorium aan.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Rijd in de vroege ochtend of tegen het donker langs weiland bij water in de Midlands, rond Launceston of in de Derwent-vallei: de groepen staan open in het gras en rennen liever dan dat ze wegkruipen. De controlevraag is eenvoudig — zwarte staart rechtop en dikke grijze poten hoort bij deze soort, oranjerode poten bij het vasteland-broertje dat hier niet zit.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). De soort doet het goed en heeft geprofiteerd van de omzetting van bos naar weiland; ze is zo talrijk dat boeren over vraatschade klagen, waarna ze in augustus 2007 juist wettelijke bescherming kreeg. De grootste zorg is niet de huidige stand maar wat er gebeurt als de vos zich op Tasmanië vestigt: van een vliegloze, op de grond broedende vogel van open weiland wordt dan weinig verwacht. Daarnaast tellen aanrijdingen en predatie door katten en loslopende honden.

Wetenschappelijke naam

Tribonyx mortierii | Du Bus de Gisignies, 1840

Du Bus de Gisignies beschreef de soort in 1840 als Tribonyx mortierii; hij voerde het geslacht Tribonyx zelf in, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. Tribonyx is gevormd uit Grieks tribo, 'afslijten of schuren', en onux, 'nagel', naar de zware, afgesleten klauwen van een vogel die zijn leven lopend doorbrengt. mortierii eert de Belgische botanicus Barthélemy Dumortier. De typelocatie is Tasmanië; in het palawa kani, de herstelde taal van de Tasmaanse Aboriginals, heet de vogel piyura.