Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Papoea-ijsvogel
Papoea-ijsvogel | Ceyx pusillus
Little Kingfisher | Martín pescador menudo
De Papoea-ijsvogel is de kleinste ijsvogel van Australië en nauwelijks groter dan een duim: elf tot dertien centimeter, glanzend diepblauw van boven en sneeuwwit van onderen. Hij leeft teruggetrokken in mangrove en beschaduwde bospoelen, roept vrijwel onhoorbaar hoog, en wordt daardoor veel vaker gemist dan gezien.
Geluid
Het enige geluid dat je in de praktijk hoort is een zeer hoog, dun en piepend tsiet-tsiet, uitgestoten in de vlucht terwijl de vogel laag over het water wegschiet. Het is zo ijl en zo hoog dat het meestal alleen op korte afstand doordringt, en in een mangrovebos vol insectengeluid gaat het gemakkelijk verloren. Bij het nest klinken zachte, snel herhaalde piepjes.
Opname: Phil Gregory — CC BY-NC-SA 4.0 · Isaisao Resort near Suavanao, Isabel Province, Solomon Islands · xeno-canto
Herkenning
Een minuscule ijsvogel van hooguit dertien centimeter en tien tot vijftien gram — het gewicht van een mus, en driekwart daarvan lijkt snavel en kop. De kruin, rug en vleugels zijn glanzend diepblauw, de kruin met fijne lichtblauwe spikkeling; keel, borst en buik zijn zuiver wit, en opzij in de hals staat een witte vlek. De snavel is zwart, lang en dolkvormig, de staart bijna afwezig en de poten donkerbruin tot zwartachtig, met maar twee tenen naar voren. Sommige noordelijke vogels hebben een lichte blauwe waas over de flanken.
Verwarringssoorten
De azuurijsvogel (Ceyx azureus) is de soort waarmee hij in dezelfde kreken en mangroves zit en het onderscheid is met twee kenmerken rond: de azuurijsvogel is met zeventien tot negentien centimeter anderhalf maal zo groot en heeft warm oranjerode onderdelen, een oranje halsstreep en vuurrode poten, waar deze vogel wit van onderen is en donkerbruine tot zwarte poten heeft. Zie je alleen een klein blauw vogeltje wegschieten, dan helpt het formaat: de Papoea-ijsvogel oogt als een blauwe hommel, de azuurijsvogel als een spreeuw met een grote snavel. Alle andere ijsvogels van het gebied zijn veel groter en dragen een zwart masker.
Leefgebied
Beschutte stilstaande of traag stromende wateren in dichte begroeiing: mangrove, melaleucamoeras, bospoelen en kreken in regenwoud en moessonbos, en de randen van lagunes. Hij jaagt roerloos vanaf een laag takje vlak boven het water op kleine visjes, garnalen en waterinsecten, en duikt van hooguit een meter hoogte. Het nest is een korte gang in een oeverwal of in een termietennest bij het water.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Alleen de tropische noordkust: het kustgebied van het Top End in het Noordelijk Territorium, en langs de oostkust van Kaap York zuidwaarts door de Wet Tropics tot ongeveer de omgeving van Townsville. Ook op enkele eilanden in Straat Torres. Daarbuiten is hij in Australië afwezig, en in Nieuw-Zeeland komt hij niet voor; het zwaartepunt van het wereldareaal ligt op Nieuw-Guinea en de omliggende eilanden, waar de Nederlandse naam naar verwijst.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Neem een mangroveplankier of een boswandeling langs een stille kreek in het noordoosten van Queensland — Cairns, de Daintree, Mission Beach — en zoek langzaam en laag: deze vogel zit stil op twintig centimeter tot een meter boven het water. Vaak is een dun, heel hoog piepje het enige teken; kijk dan naar een minuscule blauwe flits die de bocht om verdwijnt. Wie geduld heeft, wacht bij een vaste tak: hij komt terug.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC), want het wereldareaal is groot en op Nieuw-Guinea is de soort algemeen. In Australië is ze echter ongewoon, honkvast en volledig afhankelijk van mangrove en beschaduwd zoet water; het verdwijnen van mangrove door havenontwikkeling en kustbebouwing raakt daar juist de bolwerken van de soort. Doordat de vogel klein en stil is, wordt hij in tellingen bovendien gemakkelijk onderschat.
Wetenschappelijke naam
Ceyx pusillus | Temminck, 1836
Coenraad Jacob Temminck beschreef de soort in 1836 als Ceyx pusilla, en in dat geslacht staat ze nog steeds, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. pusillus is Latijn voor 'heel klein' of 'nietig' en is bij deze vogel bepaald geen overdrijving. Het geslacht Ceyx draagt de naam van Ceyx uit de Griekse mythologie, die in een ijsvogel werd veranderd. De typelocatie is Lobobaai op Nieuw-Guinea, en de Nederlandse naam Papoea-ijsvogel verwijst naar datzelfde eiland, waar het zwaartepunt van de soort ligt.



