Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes longiptera
Nepenthes longiptera
Een forse bekerplant uit de bergen van Aceh, in het uiterste noorden van Sumatra, die in 2021 werd beschreven. De naam, Grieks-Latijn voor 'lange vleugel', wijst op het kenmerk dat hem van alle andere Sumatraanse soorten onderscheidt: ook zijn bovenbekers dragen twee brede, lang gefranjerde vleugels, waar die bij de verwanten tot richels zijn teruggebracht. Met bekers tot 45 cm hoog hoort Nepenthes longiptera bovendien bij de grootste bekerplanten van het eiland.

Herkenning
Een krachtige klimplant met een stengel die in doorsnede ruitvormig is, ongeveer 12 bij 9 mm, met leden van 3 tot 11 cm. De bladeren zijn langwerpig-lancetvormig, 27 tot 33 cm lang en 4,4 tot 6 cm breed, en omvatten de stengel voor twee derde. De onderbekers zijn onderaan smal trechtervormig en daarboven cilindrisch, tot 40 cm hoog en 7 tot 8 cm in doorsnede, met gefranjerde vleugels van 10 tot 12 mm, een eironde mond van ongeveer 8 bij 4 cm en een deksel van 6 bij 5 cm met onderaan een klein aanhangsel. De bovenbekers zijn kruik- tot cilindervormig, tot 45 cm hoog en 7 cm breed, en houden hun vleugels van 10 tot 12 mm met borstels van 6 tot 12 mm; het peristoom is ongeveer 6 mm breed en het deksel 6 bij 6,5 cm. Onderbekers zijn rood tot roze of oranje met rode spikkels, bovenbekers groen.
Gelijkende soorten
De soort lijkt het meest op Nepenthes tobaica, die in hetzelfde deel van Noord-Sumatra voorkomt. Die is in alle opzichten kleiner, heeft bovenbekers waarvan de vleugels tot richels zijn teruggebracht, een stompe driehoekige in plaats van ruitvormige stengeldoorsnede, en geen aanhangsel onder het deksel. Bij N. longiptera zijn de lange vleugels op de bovenbekers het snelst te zien. Omdat de soort met zowel N. tobaica als N. lavicola kruist, zijn er in het veld tussenvormen; een combinatie van grote bekers, goed ontwikkelde vleugels op de bovenbeker en een aanhangsel onder het deksel wijst op de zuivere soort.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil van groot formaat, die in beide vormen gevleugeld blijft. Dat is ongewoon: bij de meeste Nepenthes dienen de vleugels vooral de onderbekers, als looprichel voor kruipende prooi. Bij deze soort dragen ook de hooghangende bovenbekers brede vleugels met lange borstels, wat erop wijst dat ook daar kruipend gedierte langs de beker omhoog wordt geleid. Onder het deksel zit een klein aanhangsel van 3 tot 4 mm met klieren kleiner dan een millimeter; het spoor aan de voet van het deksel is 1 tot 2,6 cm lang. Prooigegevens zijn niet gepubliceerd.
Standplaats en ecologie
Een landplant van regenwoud op 750 tot 1600 m hoogte, meestal in of bij kolonies van de varen Dicranopteris linearis, een pionier van open en eerder verstoorde plekken (B5, B1). De plant wortelt in humus of klei en klimt met zijn lange ranken door de varens en de lage vegetatie. Het is dus geen soort van dicht gesloten bos, maar van lichte plekken, bosranden en hellingen waar het varendek domineert.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Sumatra, Indonesië, en bekend uit de provincie Aceh, in de regentschappen Nagan Raya en Centraal-Aceh. Het bekende gebied is kleiner dan 30 km². Hoogte: 750 tot 1600 m. De gebiedsaanduiding in onze soortenlijst (Aceh) klopt met de beschrijving.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven. Het verschil tussen de bekertypen zit vooral in de kleur: onderbekers zijn fel rood, roze of oranje met rode spikkels, bovenbekers groen. Bij de beschrijving werden ook twee natuurlijke hybriden gemeld: N. lavicola × N. longiptera en N. longiptera × N. tobaica. Die kruisingen staan op dezelfde varenhellingen en maken het determineren in het veld lastiger.
Waar en wanneer te zien
Het gebied ligt in het binnenland van Aceh en is bereikbaar via wegen door het middengebergte; een lokale gids is onmisbaar, en voor bezoeken aan bosgebied is toestemming nodig. Zoek naar hellingen die door de varen Dicranopteris zijn overwoekerd, tussen 750 en 1600 m: de grote rode onderbekers liggen tussen de varens op de grond, de groene bovenbekers hangen hoger. Door hun formaat zijn de bekers moeilijk te missen. Laat alles staan; de populatie is klein en onbeschermd.
Staat van instandhouding
In de Rode Lijst-gegevens die deze gids gebruikt, heeft de soort geen beoordeling (Not Evaluated). De beschrijver stelde in 2021 de categorie bedreigd (Endangered) voor: de soort is bekend van een gebied kleiner dan 30 km² met ongeveer 200 waargenomen volwassen planten, in onbeschermd terrein dat door mijnbouw en landbouw wordt bedreigd. Als grote, opvallende en nieuwe soort is hij daarnaast gewild in de handel. Hij staat, zoals het hele geslacht, in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes longiptera | Victoriano, 2020
Nepenthes longiptera werd op 7 juli 2021 beschreven door Malcolm Victoriano, in Reinwardtia 20(1): 17-26. De provincie Aceh, Sumatra, Indonesië, waar de soort endemisch is; een preciezere typelocatie kon niet met zekerheid worden vastgesteld. De naam is vermoedelijk samengesteld uit het Latijnse "longus" ("lang") en het Griekse "pteron" ("vleugel"), "langvleugelig", wat zou wijzen op de vleugels aan de beker — een expliciete bronbevestiging van deze afleiding is echter niet gevonden.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.