Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes leyte
Nepenthes leyte
Het eiland Leyte, in het oosten van de Visayas, was tot 2013 voor kannenplanten alleen bekend van de wijdverbreide Nepenthes graciliflora. Toen Martin Cheek en Matthew Jebb de alata-groep herzagen, vonden ze tussen het herbariummateriaal een plant die in november 1999 door George Argent en collega's op Mount Lobi bij Dagami was verzameld, klimmend over een omgevallen boom in bemost bos. Ze beschreven haar als Nepenthes leyte, naar het eiland waar ze kennelijk uniek is.

Herkenning
Een klimplant van vermoedelijk twee meter, met een bijna ronde stengel van vier à zes millimeter die kaal is behalve in de bladoksels, waar dichte witte haren van ongeveer een millimeter staan. De bladeren zijn dun leerachtig, smal langwerpig-elliptisch, 13,5 tot 16 cm lang en 2,5 tot 3,8 cm breed, met één onopvallend paar lengtenerven en talrijke, aan beide zijden verheven zijnerven; de gevleugelde bladsteel is drie à vier en een halve centimeter. Alleen bovenbekers zijn bekend: 12 tot 15 cm hoog en 4,5 tot 5 cm breed, onderaan eirond-ellipsoïde, bovenaan cilindrisch, nergens ingesnoerd. Ze zijn bijna egaal groen met een paar paarse vlekken, vooral op het gezwollen onderste deel, en de mond is van binnen blauwgroen met enkele rode vlekken. Franjevleugels ontbreken; er zijn alleen onopvallende richels. De buitenkant is voor een tiende tot een derde bedekt met minuscule rode sterharen. Het peristoom is smal, meestal twee à drie millimeter, aan de zijkanten iets breder. Het deksel is eirond, ruim drie centimeter, groen, met een golvende rand, een hartvormige voet en een klein bol aanhangsel. Het spoor is geheel bedekt met lange grijze haren.
Gelijkende soorten
Op Leyte is Nepenthes graciliflora de enige andere kannenplant, en de gelijkenis is oppervlakkig. Nepenthes leyte heeft sterharen op de buitenkant van de beker en twee soorten nectarklieren onder het deksel. Van Nepenthes alata verschilt de soort door de kale stengel, het ontbreken van franjevleugels op de bovenbekers en de nectarklieren die vooral langs de rand en rond het aanhangsel geconcentreerd zijn in plaats van gelijkmatig verspreid. Nepenthes negros van het eiland Negros heeft een dicht behaarde stengel, franjevleugels en duidelijke tanden aan de binnenrand van het peristoom.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil van het slanke alata-type, met een bijzonder gebouwd deksel. Onder het deksel liggen twee soorten nectarklieren: kleine, omrande klieren op de basale lijst en het aanhangsel, iets grotere klieren in banden van twee à vier millimeter langs de randen, 25 tot 40 per kant, en daartussen verspreid een paar grote elliptische klieren. De lokstof ligt dus vooral aan de randen en boven de mond, niet over het hele deksel. Het peristoom heeft ongeveer vier ribbels per millimeter; tanden aan de binnenrand zijn alleen bij ontleden zichtbaar. Het spoor achter het deksel is dicht behaard. Over de prooi is niets bekend.
Standplaats en ecologie
Submontaan bemost bos op vulkanische ondergrond, op ongeveer 900 m (B1). De enige bekende plant klom over een omgevallen boom. Leyte is een vulkanisch eiland; het oostelijk deel van het eiland is in de afgelopen decennia grotendeels ontbost.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Leyte, in de oostelijke Visayas, en bekend van één plant op Mount Lobi bij Dagami. De aanduiding 'Leyte' in onze soortenlijst klopt en kan worden aangescherpt tot Mount Lobi. Omdat het bos op Leyte grotendeels verdwenen is en de soort maar één keer is verzameld, is onbekend of er elders op het eiland nog planten staan.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Van een soort die op één plant berust, is geen variatie bekend. De maten in de beschrijving laten wel spreiding zien, bijvoorbeeld in de breedte van het peristoom van één tot vijf millimeter over de omtrek van de mond, maar dat is variatie binnen één beker. Onder-, tussenbekers en bloeiwijzen zijn onbekend. Hybriden zijn niet gemeld.
Waar en wanneer te zien
Er is geen plek waar deze soort met zekerheid te zien is. In het resterende bemoste bos op de berghellingen van centraal Leyte, rond 900 m, kun je uitkijken naar een klimmende kannenplant met groene, niet-ingesnoerde bekers zonder franjevleugels en met fijne rode haartjes op de buitenkant. Wie Nepenthes graciliflora vindt, kijkt het best even nauwkeuriger: een loep op de bekerwand en een foto van de dekselonderkant maken het onderscheid.
Staat van instandhouding
De soort is nog niet door de IUCN beoordeeld (Not Evaluated). De beschrijvers beoordeelden haar als ernstig bedreigd: er is één plant bekend, in een onbeschermd gebied waar het meeste bos is gekapt voor hout en landbouw. In 2003 reikten industriële oliepalmplantages tot binnen vier kilometer van de vindplaats. Het nabije Lake Danao National Park, zo'n veertien kilometer westelijker, lijdt onder illegale bewoning, zwerflandbouw en houtkap. Doordat de bekers weinig opvallend zijn, is de verzameldruk gering. Zoals alle Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes leyte | Jebb & Cheek, 2013
Nepenthes leyte werd in 2013 beschreven door Martin Cheek en Matthew Jebb, in "Recircumscription of the Nepenthes alata group (Caryophyllales: Nepenthaceae), in the Philippines, with four new species" (European Journal of Taxonomy 69: 1-23). Het eiland Leyte, Filipijnen, in submontaan mosbos op 900 m hoogte. De soortsnaam verwijst rechtstreeks naar het eiland Leyte, waar de soort endemisch is.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.