Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes cornuta

Nepenthes cornuta

Een van vier nieuwe soorten die in 2014 tegelijk werden beschreven uit de bergen van centraal Mindanao, in de Filipijnen. Nepenthes cornuta dankt zijn naam aan de vorm van zijn bovenbekers: onderaan opgezwollen, naar de rank toe spits toelopend en naar boven cilindrisch, als een hoorn. Onze eigen soortenlijst plaatste de soort op Sumatra; volgens de beschrijving en de wereldchecklist is het een Filipijnse soort van het Pantaron-gebergte. Hij hoort bij de verwantschap van N. alata, een groep die vooral in de Filipijnen sterk vertegenwoordigd is.

Nepenthes cornuta
Foto: Andreas Wistuba — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een klimplant met stengels tot 3 m lang en 7 tot 8 mm dik, met leden van 4 tot 5 cm. De bladeren zijn gesteeld, lijn- tot lancetvormig, tot 30 cm lang en 4,5 cm breed, met drie lengtenerven aan weerszijden van de middennerf; de gootvormige bladsteel tot 4 cm omvat de stengel voor een derde tot de helft, en de rank wordt tot 24 cm. De onderbekers zijn tot 15 cm hoog en 3,4 cm breed, in het onderste derde bolvormig en daarboven cilindrisch tot iets trechtervormig, met vleugels die tot richels zonder franje zijn teruggebracht, een peristoom tot 5 mm en een eirond deksel van ongeveer 3 cm. De bovenbekers zijn tot 20 cm lang en 4,5 cm breed bij de mond, onderaan opgezwollen en naar de rank toe spits toelopend: de hoornvorm waaraan de soort zijn naam ontleent.

Gelijkende soorten

De naaste verwanten zijn Nepenthes copelandii en N. ceciliae, beide ook van Mindanao, en de soort hoort bij de groep rond N. alata, herkenbaar aan gevleugelde bladstelen, een richel of aanhangsel aan de voet van de dekselonderkant, en bovenbekers die meestal onderaan het breedst zijn. Van N. copelandii verschilt N. cornuta door smallere bladschijven, bovenbekers met een opgezwollen voet en een cilindrisch bovenste deel, en kleinere onderbekers zonder vleugels, waar N. copelandii altijd vleugels heeft. In hetzelfde gebied groeien N. truncata, met veel grotere bekers en een afgeknotte bladvoet, en N. surigaoensis.

De val en hoe hij werkt

Een valkuil in twee vormen. De onderbekers, onderaan bolvormig en naar boven versmald, staan tussen de lage vegetatie en vangen lopend gedierte; ze zijn onderin groen en daarboven rood of kastanjebruin gevlekt, en hun peristoom is fijn geribd. De hoornvormige bovenbekers hangen aan de ranken in het struweel en vangen vliegende insecten; ze zijn altijd groen of geel, alleen de binnenwand en de onderkant van het deksel kunnen rood tot kastanjebruin gespikkeld zijn. Het deksel van de bovenbeker is eirond tot hartvormig, tot 5 cm, zonder aanhangsel; bij de onderbeker is het aanhangsel teruggebracht tot een kiel van hooguit een millimeter. Prooigegevens zijn niet gepubliceerd.

Standplaats en ecologie

Een landplant van open plekken en open struweel op ultramafische bodem (R3, B5), op ongeveer 1000 m hoogte. Ultramafische bodems, rijk aan magnesium, ijzer en zware metalen en arm aan de gewone voedingsstoffen, houden het bos laag en open, en daar hebben bekerplanten weinig concurrentie. De soort groeit er samen met N. surigaoensis en N. truncata. Een precieze hoogtegrens is niet gepubliceerd; de beschrijving noemt alleen een hoogte van ongeveer 1000 m, en het hoogteveld blijft daarom leeg.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Mindanao, Filipijnen, en daar bekend uit het Pantaron-gebergte in de provincie Bukidnon, in het midden van het eiland. Het Pantaron-gebergte is pas in de afgelopen decennia botanisch verkend en leverde in korte tijd meerdere nieuwe bekerplanten op. Hoe ver de soort zich daar uitstrekt, is niet bekend; de beschrijvers merkten uitdrukkelijk op dat er maar weinig verspreidingsgegevens zijn. Onze eigen soortenlijst noemde Sumatra als gebied; dat is onjuist, want zowel de beschrijving als de wereldchecklist (WCVP) noemen alleen de Filipijnen.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten of vormen beschreven, en het bekende materiaal is beperkt tot het typegebied. De kleur varieert met de lichtinval: stengels en ranken kunnen in de zon roodachtig worden, en de onderbekers zijn meer of minder zwaar gevlekt. Het verschil tussen onder- en bovenbekers is groot: de onderbekers zijn onderaan bol, vleugelloos en rood gevlekt, de bovenbekers hoornvormig en effen groen of geel. Natuurlijke hybriden zijn in de beschrijving niet vermeld, al groeien er andere soorten in hetzelfde gebied.

Waar en wanneer te zien

Het Pantaron-gebergte ligt in het binnenland van Mindanao en is alleen bereikbaar via lokale gemeenschappen en met gidsen; veiligheid en toestemming moeten vooraf geregeld zijn. In het open struweel op ultramafische bodem rond 1000 m zijn de bovenbekers het gemakkelijkst te vinden: groene tot gele, hoornvormige bekers aan de ranken in lage struiken. De onderbekers liggen lager, tussen gras en strooisel. Omdat het verspreidingsgebied klein en slecht bekend is, geldt hier: kijken en fotograferen, niets meenemen.

Staat van instandhouding

In de Rode Lijst-gegevens die deze gids gebruikt, is voor deze soort geen beoordeling opgenomen (Not Evaluated). De beschrijvers stelden in 2014 de categorie kwetsbaar voor, omdat er weinig bekend is over de verspreiding en het gebied onder druk staat. Ultramafische bodems in de Filipijnen trekken mijnbouw aan, en open struweel wordt gemakkelijk afgebrand of omgezet; bovendien zijn nieuw beschreven soorten gewild bij verzamelaars. Als lid van het geslacht staat N. cornuta in CITES bijlage II.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes cornuta | Marwinski, Coritico, Wistuba, Micheler, Gronemeyer, Gieray & Amoroso, 2014

Nepenthes cornuta werd in 2014 beschreven door Wolfram Marwinski, Franco Coritico, Andreas Wistuba, Volker Micheler, Thomas Gronemeyer, Angelika Gieray en Victor B. Amoroso, in "Four new species of Nepenthes L. (Nepenthaceae) from the central mountains of Mindanao, Philippines" (Plants 3(2): 284-303). De Pantaron-bergketen, centraal Mindanao, Filipijnen, waar de soort terrestrisch groeit op ultramafische bodem, op ongeveer 1000 m hoogte — nergens anders bekend. De soortsnaam is Latijn voor "gehoornd" en verwijst naar de opvallende, hoornachtige vorm van de bovenste bekers.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.