Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes ultra
Nepenthes ultra
De naam is een afkorting van 'ultramafisch', de bodem waarop deze kannenplant groeit. Nepenthes ultra werd in 2013 door Martin Cheek en Matthew Jebb beschreven als een laaglandsoort van Luzon, het grootste eiland van de Filipijnen. Dat maakt hem opvallend in een land waar bijna alle kannenplanten bergsoorten zijn: volgens de beschrijvers is het de enige soort die op Luzon onder de 400 m groeit, in open kuststruweel op ultramafisch gesteente.

Herkenning
Een klimplant uit de groep rond Nepenthes alata, met gevleugelde bladstelen en een verdikte lijst aan de onderzijde van het deksel. De bovenbekers zijn groenig wit met rode tekening, bijna cilindrisch, 11,5 tot 16 cm hoog en 3,2 tot 4,3 cm breed, en versmallen halverwege geleidelijk tot 3 à 3,5 cm voordat ze naar de mond weer iets wijder worden; zoals bij de meeste soorten van deze groep zijn ze het breedst in de onderste helft. De beschrijving legt het onderscheid met de verwante soorten in een vergelijkende tabel van bladvorm, beharing en dekselkenmerken. Voor deze gids waren de gegevens over bladeren, onderbekers en bloeiwijze niet in te zien; die velden blijven daarom leeg.
Gelijkende soorten
De twee soorten waarmee Nepenthes ultra het gemakkelijkst te verwarren is, zijn Nepenthes alata en Nepenthes graciliflora, allebei ook uit de alata-groep en allebei van Luzon. Nepenthes alata in de huidige, beperkte opvatting is een bergsoort, en Nepenthes graciliflora groeit meestal tussen 800 en 1280 m in bemost submontaan bos. Hoogte en bodem zijn dus in het veld de eerste aanwijzing: een slanke, groenwitte kannenplant in open struweel op ultramafisch gesteente dicht bij de kust van noordoostelijk Luzon is vrijwel zeker deze soort. De morfologische verschillen zitten in details die met de loep moeten worden bekeken.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil van het type dat in de alata-groep gangbaar is: een slanke, bijna cilindrische beker met een smal peristoom, een deksel dat de mond tegen regen afschermt en onderaan nectarklieren draagt, en een verdikte middenlijst op de onderzijde van het deksel die bij veel soorten van de groep een aanhangsel draagt. Het peristoom wordt bij vocht glad en laat insecten naar binnen glijden; de bovenste binnenwand is wasachtig, onderin staat verteringsvloeistof. Specifieke gegevens over de prooi ontbreken.
Standplaats en ecologie
Open kuststruweel op ultramafisch gesteente (R3, B6), op lage hoogte: de beschrijvers noemen het de enige kannenplant van Luzon onder 400 m. Ultramafische bodems zijn arm aan stikstof, fosfor en kalium en rijk aan nikkel, chroom en magnesium; weinig planten kunnen er goed groeien, en de vegetatie blijft laag en open. Dat is precies het soort terrein waar kannenplanten van profiteren. Een precieze hoogtegrens is voor deze gids niet in te zien geweest, zodat het hoogteveld leeg blijft.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Luzon. De twee belangrijkste populaties liggen op het schiereiland Aubarede en rond Palanan in de provincie Isabela, aan de noordoostkust, binnen het Northern Sierra Madre Natural Park; daarnaast zijn er vondsten ongeveer 80 km zuidelijker in de provincie Aurora en in de provincie Zambales aan de westkust. De aanduiding 'Mindoro' in onze soortenlijst is onjuist: de soort is niet van Mindoro bekend, en de typeplaats en alle vindplaatsen liggen op Luzon.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten beschreven. De bekerkleur, groenig wit met rode tekening, zal net als bij de verwanten met de lichtval variëren, maar daarover is niets gepubliceerd. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld. Omdat de soort op lage hoogte en op een bijzondere bodem groeit, zijn er op de vindplaatsen weinig andere kannenplanten waarmee hij zou kunnen kruisen.
Waar en wanneer te zien
De kust van Isabela rond Palanan is afgelegen en grotendeels alleen per boot, klein vliegtuig of lange tocht door de Sierra Madre bereikbaar. Wie er komt, zoekt in open, laag struweel op rode of donkere, stenige grond; de roodachtige tint van verweerd ultramafisch gesteente is in het landschap vaak goed te herkennen. Het gebied is een nationaal park; bezoek het met toestemming en lokale begeleiding.
Staat van instandhouding
De soort is nog niet door de IUCN beoordeeld (Not Evaluated). De beschrijvers beoordeelden haar als bedreigd, met een bezet oppervlak van ongeveer 20 km², en noemden dagbouwmijnbouw en toeristische ontwikkeling als de belangrijkste bedreigingen. Ultramafische gebieden zijn in de Filipijnen de voornaamste bron van nikkel en chroom, en het laagland is voor mijnbouw het gemakkelijkst bereikbaar. De populaties in Isabela liggen in een beschermd natuurpark. Zoals alle Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes ultra | Jebb & Cheek, 2013
Beschreven door Cheek & Jebb in 2013, in Blumea (online gepubliceerd 24 oktober 2013). Bronnen verschillen licht in de volgorde van de auteursnamen (Cheek & Jebb dan wel Jebb & Cheek). Het Filipijnse eiland Luzon; een specifiekere plek, coördinaten of hoogte konden niet met zekerheid worden achterhaald. "Ultra" verwijst naar de ultramafische (op zware metalen rijke) bodem waarop de plant groeit.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.