Alle soorten › Roofdieren › Marterachtigen › Europese nerts

Europese nerts | Mustela lutreola

European mink | Visón Europeo

De Europese nerts is een kleine, halfaquatische marterachtige die langs beken, rivieren en moerassen leeft. Sinds het begin van de twintigste eeuw is de soort met meer dan 90% achteruitgegaan en zij bezet nog minder dan 3% van haar vroegere areaal. De IUCN beoordeelt haar als ernstig bedreigd. De populatie in de Donaudelta geldt als de belangrijkste levensvatbare populatie; de Spaanse werd in 2022 op 142 dieren geschat, de Franse in 2014 op minder dan 250.

Europese nerts (Mustela lutreola)
Foto: Алина Урусова — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

De prent is 20 tot 30 mm lang zonder nagels (gemiddeld 26,5 mm bij mannetjes, 22,5 mm bij vrouwtjes) en ongeveer even breed, met vijf teenkussens en een tussenkussen van vier delen. Prenten van Europese en Amerikaanse nerts zijn praktisch niet te onderscheiden. Van de bunzing verschillen ze in de nagels van de voorvoet, die bij de bunzing ongeveer twee keer zo lang zijn, en in de vorm van het zoolkussen en de stand van de tenen. De gewone gang is springen, met een gemiddelde sprongafstand van 35 cm; in draf of stap is de pas rond 23 cm. De keutel is gemiddeld 5,6 cm lang en 7,5 mm dik, cilindrisch en meestal geknikt, olijfgroen tot zwart. Het gedrag bij het afzetten verschilt: de Amerikaanse nerts legt zijn keutels opvallend op stenen en maakt latrines, de Europese nerts legt ze verborgen in dichte oeverbegroeiing.

Herkenning

Een slanke, laaggebouwde marterachtige met korte poten, een platte, smalle kop en een staart van ongeveer de halve romplengte. De vacht is kort, dicht en egaal roodbruin tot donkerbruin, de onderzijde iets lichter. Het beslissende kenmerk is het wit rond de mond: zowel de bovenlip als de onderlip is wit, zodat het wit de hele snuit omringt; soms zijn er ook witte vlekken op keel en borst. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes: in Spanje wogen mannetjes 360 tot 960 g en vrouwtjes 338 tot 460 g.

Gelijkende soorten

De Amerikaanse nerts is de belangrijkste vergissing en ook de belangrijkste concurrent. Hij is groter (mannetjes rond 1500 g, vrouwtjes rond 900 g), heeft een staart die langer is dan de halve romp, en heeft in de regel alleen wit op onderlip en kin, niet op de bovenlip. Omdat bij de Amerikaanse nerts ook witte bovenlippen voorkomen, is een zekere determinatie vaak alleen met een dier in de hand of met DNA mogelijk. De bunzing heeft een lichte ondervacht die tussen de donkere bovenvacht door zichtbaar is en een wit masker boven de ogen en rond de oren; jonge bunzingen zijn het moeilijkst. Kruisingen tussen bunzing en Europese nerts komen in Spanje en Frankrijk voor.

Leefgebied

Beken, rivieren en meren met dicht begroeide oevers; de soort komt zelden meer dan 100 m van zoet water voor. In Zuidwest-Frankrijk gaven gezenderde dieren een sterke voorkeur aan overstroomde terreinen: open moeras, overstroomd bos en natte heide, en ze verlieten de bosstroken langs de rivier zelden. In Zuidwest-Europa gebruikten ze oeverstroken met braam en struweel en weinig bos. Rustplaatsen liggen in spleten, tussen boomwortels, in braamstruwelen of in holen, zelf gegraven of overgenomen van een woelrat.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Vroeger van Noord-Spanje en Frankrijk tot voorbij de Oeral; verdwenen uit onder meer Oostenrijk, Bulgarije, Tsjechië, Duitsland, Hongarije, Montenegro, Polen, Servië en Slowakije. Nu resteren gescheiden populaties in Noord-Spanje en Zuidwest-Frankrijk, in de Donaudelta (Roemenië en Oekraïne), in Rusland en in Estland. In Spanje verscheen de soort pas na 1950. De Spaanse populatie leeft in het stroomgebied van de Ebro en zijn zijrivieren, in Navarra, La Rioja, Baskenland, Castilla y León en Aragón. De Franse populatie is waarschijnlijk niet meer met de Spaanse verbonden. Op het Estse eiland Hiiumaa werden tussen 2000 en 2004 149 in gevangenschap gefokte dieren uitgezet, en in augustus 2025 volgde een eerste uitzetting van tien jongen in het dal van de Charente in Frankrijk.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Vooral 's nachts en in de schemering actief. De nerts zwemt en duikt goed, maar jaagt ook op de oever. Het voedsel bestaat uit kleine zoogdieren, vogels, amfibieën, vis, rivierkreeften en insecten; vaak is de woelrat de belangrijkste prooi. In Noord-Spanje bestonden de keutels voor 36,9% uit kleine zoogdieren (vooral bosmuis), 30,6% uit vis (vooral barbelen) en 17,8% uit vogels. In Wit-Rusland waren van negen onderzochte dieren er drie gespecialiseerd op kikkers en één op rivierkreeften. Leefgebieden meten gemiddeld 32 ha bij mannetjes en 26 ha bij vrouwtjes; mannetjes bezetten aangrenzende riviertrajecten met weinig overlap. De paartijd valt in februari en maart; in april en mei worden 2 tot 7, meestal 4 of 5 jongen geboren. De ogen gaan open na 30 tot 36 dagen, de jongen worden na tien weken gespeend en zijn na 9 tot 10 maanden geslachtsrijp.

Waar en wanneer kijken

Een waarneming is in het wild zeldzaam, en elke nerts langs een Spaanse of Franse rivier kan ook een Amerikaanse nerts zijn. Probeer bij een waarneming de bovenlip in beeld te krijgen, en meld het dier met foto aan de regionale natuurbeschermingsinstantie. Keutels liggen verborgen in de oeverbegroeiing en zijn niet van die van de Amerikaanse nerts te onderscheiden; de determinatie berust uiteindelijk op het dier zelf of op DNA.

Staat van instandhouding

Ernstig bedreigd (CR, 2016). De soort bezet naar schatting minder dan 3% van haar oorspronkelijke areaal en is sinds het begin van de twintigste eeuw met meer dan 90% afgenomen. Oorzaken zijn de pelsjacht, verlies en versnippering van oevers en moerassen door waterkrachtcentrales, kanalisatie en vervuiling, en de concurrentie van de uitgezette en ontsnapte Amerikaanse nerts. Daarnaast spelen per ongeluk vangen en vergiftiging bij de bestrijding van beverrat en kleine roofdieren, verkeer, kruising met de bunzing en een lage genetische variatie een rol. In Spanje werd de populatie in de herfst van 2022 op 142 dieren (130–157) geschat, na een afname van 70 tot 80% in tien jaar; in Frankrijk werd zij in 2014 op minder dan 250 dieren geschat. Sinds 1992 bestaat er een Europees fokprogramma in dierentuinen; in Spanje en Frankrijk wordt de Amerikaanse nerts bestreden.

Wetenschappelijke naam

Mustela lutreola | (Linnaeus, 1761)

Linnaeus beschreef de soort in 1761 als Viverra Lutreola; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Mustela is het Latijnse woord voor 'wezel'. De verdere herkomst is onzeker: meestal wordt het gelezen als een verkleinvorm bij mus 'muis', naar het formaat van het dier of naar zijn jacht op muizen. lutreola is een Latijns verkleinwoord bij lutra 'otter', dus 'ottertje', naar het leven aan het water. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Finland.