Alle soorten › Roofdieren › Marterachtigen

Marterachtigen | Mustelidae

Mustelids | Mustélidos

Een lang, buisvormig lichaam op korte poten: die vorm laat een wezel een woelmuis tot in haar eigen gang volgen, maar levert veel oppervlak bij weinig inhoud, zodat er onafgebroken warmte weglekt. Geen enkele soort houdt daarom winterslaap en de kleinste moeten dagelijks een aanzienlijk deel van hun eigen gewicht eten. De voeten dragen vijf tenen met vaste klauwen; de das loopt op de hele zool en graaft er een uitgebreide burcht mee, de otter heeft zwemvliezen. Bij de anus liggen klieren die een doordringende geur afscheiden, gebruikt om te merken en bij de bunzing ook om te verdedigen. De dodende beet is op de nek gericht. Bij een deel van de familie blijft de bevruchte eicel maanden zwevend in de baarmoeder voordat de dracht op gang komt, zodat er in de zomer wordt gepaard en pas het volgende voorjaar geworpen. De vacht is dicht en houdt bij de otter een laag lucht vast; hermelijnen worden in het noorden 's winters wit.

Inheemse soorten 12 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen, ook waar ze zijn uitgezet om een verdwenen populatie terug te brengen. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Marters en veelvraat | Guloninae

3 soorten

Gulo 1 soort

Martes 2 soorten

Tijgerbunzings | Ictonychinae

1 soort

Vormela 1 soort

Otters | Lutrinae

1 soort

Lutra 1 soort

Dassen | Melinae

2 soorten

Meles 2 soorten

Wezels en nertsen | Mustelinae

5 soorten

Mustela 5 soorten

Exoten 1 soort

Soorten die hier van nature niet voorkomen maar zijn ingevoerd of ontsnapt en zich sindsdien handhaven. Ze staan op volgorde van de lijst, niet per geslacht.